wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Het eindexamen Nederlands

Total questions: 24

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Voor het Eindexamen Nederlands krijg je ...

a)

50 minuten

b)

1 uur

c)

100 minuten

d)

2 uur

2.

Het examen Nederlands bestaat uit ...

a)

3 leesopdrachten en een schrijfopdracht

b)

3 leesopdrachten en een geleide samenvatting

c)

3 leesopdrachten, een geleide samenvatting en een schrijfopdracht

3.

De aanhef bij een zakelijke brief is ...

a)

Druten, 11 april 2018

b)

Geachte heer Van Ooijen,

c)

Met vriendelijke groet,

4.

De slotformule bij een zakelijke brief is ...

a)

Druten, 11 april 2018

b)

Geachte heer Van Ooijen,

c)

Met vriendelijke groet,

5.

Welke notatie is correct?

a)

Druten 11-04-2018

b)

Druten, 11-04-2018

c)

Druten 11 april 2018

d)

Druten, 11 april 2018

6.

Welke notatie is correct?

a)

Geachte heer van de Kerkhof,

b)

Geachte heer Van de Kerkhof

c)

Geachte Heer van de Kerkhof,

d)

Geachte heer Van de Kerkhof,

7.

Welke notatie is correct?

a)

Met vriendelijke groet,

b)

met vriendelijke groet

c)

Met vriendelijke groet

d)

met vriendelijke groet,

8.

De schrijfopdracht is .....

a)

De zakelijke brief of het artikel

b)

De zakelijke brief of de zakelijke e-mail

c)

De zakelijke brief of e-mail of een artikel

d)

Het artikel of een zakelijke e-mail

9.

Bij het examen Nederlands krijg je ...

a)

drie boekjes

b)

twee boekjes

c)

een boekje

10.

Onder het artikel schrijf je ...

a)

je naam

b)

je leerlingnummer

c)

het aantal woorden

11.

Leerlingen met een dyslexieverklaring krijgen ...

a)

10 minuten extra tijd

b)

20 minuten extra tijd

c)

30 minuten extra tijd

12.

Onder de geleide samenvatting schrijf je ...

a)

je naam

b)

je leerlingnummer

c)

het aantal woorden

13.

Welke notatie van een citaat is correct?

a)

"De meeste opdrachten zijn multiplechoicevragen."

b)

"De meeste opdrachten zijn multiplechoicevragen." (r. 12 t/m 13)

c)

De meeste opdrachten zijn multiplechoicevragen. (r. 12 t/m 13)

d)

De meeste opdrachten zijn multiplechoicevragen.

14.

De conventies van een artikel zijn:

a)

inleiding, kern en slot

b)

titel, inleiding, kern en slot

c)

titel, inleiding, kern, slot en je naam

15.

Een zakelijke brief begint altijd met ...

a)

De inleiding

b)

De aanhef

c)

Je eigen adresgegevens

d)

Je leerlingnummer

16.

Waar noteer ik dat ik een bijlage meestuur?

a)

Helemaal onderaan de brief

b)

Na de slotformule

c)

Na de aanhef

d)

na het woordje 'Betreft: '

17.

Welk woordenboek mag ik NIET gebruiken op het examen?

a)

Nederlands - Nederlands

b)

Nederlands - Turks

c)

Nederlands - Chinees

d)

spreekwoordenboek

18.

Welk tekstverband hoort bij het signaalwoord toch?

a)

Redengevend

b)

Opsommend

c)

Tegenstellend

d)

concluderend

19.

Welk tekstverband hoort bij het signaalwoord want?

a)

Redengevend

b)

Opsommend

c)

Tegenstellend

d)

concluderend

20.

Welk tekstverband hoort bij het signaalwoord dus?

a)

Redengevend

b)

Opsommend

c)

Tegenstellend

d)

concluderend

21.

Welk tekstverband hoort bij het signaalwoord vervolgens?

a)

Redengevend

b)

Opsommend

c)

Tegenstellend

d)

concluderend

22.

Als de bron de Volkskrant is ....

a)

is het meestal een activerende tekst

b)

is het meestal een informatieve tekst

c)

is het meestal een betogende tekst

d)

is het meestal een amuserende tekst

23.

Een advertentie is meestal ...

a)

een activerende tekst

b)

een informatieve tekst

c)

een betogende tekst

d)

een amuserende tekst

24.

Een gedicht is meestal ...

a)

een activerende tekst

b)

een informatieve tekst

c)

een betogende tekst

d)

een amuserende tekst