NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsTaalanalyse
Total questions: 15
Worksheet time: 8mins
Name
Class
Date
1.
Heeft de zin een werkwoordelijk gezegde of naamwoordelijk gezegde?
Wij hebben ijs gegeten
Wij hebben ijs gegeten
a)
ww gez.
b)
nw gez.
2.
Is het onderstreepte zinsdeel werkwoordelijk gezegde of naamwoordelijk gezegde?
Deze fiets trapt heel zwaar.
Deze fiets trapt heel zwaar.
a)
ww gez.
b)
nw gez.
3.
Is het onderstreepte zinsdeel werkwoordelijk gezegde of naamwoordelijk gezegde?
Zij is vaak ziek
Zij is vaak ziek
a)
ww gez.
b)
nw gez.
4.
Is het onderstreepte zinsdeel werkwoordelijk gezegde of naamwoordelijk gezegde?
Jullie zijn laat.
Jullie zijn laat.
a)
ww gez.
b)
nw gez.
5.
Is het onderstreepte zinsdeel werkwoordelijk gezegde of naamwoordelijk gezegde?
Mijn broer is geslaagd.
Mijn broer is geslaagd.
a)
ww gez.
b)
nw gez.
6.
Is het onderstreepte zinsdeel werkwoordelijk gezegde of naamwoordelijk gezegde?
De tuin wordt morgen omgespit.
De tuin wordt morgen omgespit.
a)
ww gez.
b)
nw gez.
7.
Is het onderstreepte zinsdeel werkwoordelijk gezegde of naamwoordelijk gezegde?
Je zou toch niet komen?
Je zou toch niet komen?
a)
ww gez.
b)
nw gez.
8.
Is het onderstreepte zinsdeel werkwoordelijk gezegde of naamwoordelijk gezegde?
Mijn schoenen knellen.
Mijn schoenen knellen.
a)
ww gez.
b)
nw gez.
9.
Is het onderstreepte zinsdeel werkwoordelijk gezegde of naamwoordelijk gezegde?
Hebben zij de toets wel gemaakt?
Hebben zij de toets wel gemaakt?
a)
ww gez.
b)
nw gez.
10.
Is het onderstreepte zinsdeel werkwoordelijk gezegde of naamwoordelijk gezegde?
De ramen zijn vies.
De ramen zijn vies.
a)
ww gez.
b)
nw gez.
11.
Is het onderstreepte zinsdeel werkwoordelijk gezegde of naamwoordelijk gezegde?
Zij moeten worden gezeemd
Zij moeten worden gezeemd
a)
ww gez.
b)
nw gez.
12.
Is het onderstreepte zinsdeel werkwoordelijk gezegde of naamwoordelijk gezegde?
Dit lijkt me heel duur.
Dit lijkt me heel duur.
a)
ww gez.
b)
nw gez.
13.
Is het onderstreepte zinsdeel werkwoordelijk gezegde of naamwoordelijk gezegde?
Oma is gevallen.
Oma is gevallen.
a)
ww gez.
b)
nw gez.
14.
Is het onderstreepte zinsdeel werkwoordelijk gezegde of naamwoordelijk gezegde?
Zij heeft haar heup gebroken.
Zij heeft haar heup gebroken.
a)
ww gez.
b)
nw gez.
15.
Is het onderstreepte zinsdeel werkwoordelijk gezegde of naamwoordelijk gezegde?
Zij zal moeten worden geopereerd.
Zij zal moeten worden geopereerd.
a)
ww gez.
b)
nw gez.
Reset
