wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

WW-spelling M2

Total questions: 15

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.
Waar moet je op letten als je een werkwoord spelt?
a)
Op het ow
b)
Op het gezegde
c)
Op de pv
d)
Op de hele zin
2.
Bij werkwoordspelling gaat het om regels toepassen
a)
Ja, dat is waar.
b)
Nee, dat is niet waar.
3.
Bij 'hij' 'zij' 'het' gebruik je ...
a)
De ik-vorm
b)
Stam + t
c)
Het hele werkwoord
d)
Werkwoord - en
4.
Vul in: (vinden) 'Hij .............. het leuk.'
a)
Vind
b)
Vint
c)
Vintd
d)
Vindt
5.
Wat vul je als ww in als je de spelling niet zeker weet? 
a)
Fietsen
b)
Poepen
c)
Lopen
d)
Gaan
6.
'Loop jij'   dus ook   '..... jij' 
a)
Bloed
b)
Bloedt
7.
Bij sterke werkwoorden ...
a)
Verandert de klank niet in de v.t.
b)
Verandert de klank wel in de v.t.
8.
Een voorbeeld van een sterk werkwoord is...
a)
Braden
b)
Maken
c)
Zingen
d)
Fietsen
9.
Bij zwakke werkwoorden ...
a)
Verandert de klank niet in de v.t.
b)
Verandert de klank wel in de v.t.
10.
Een voorbeeld van een zwak werkwoord is...
a)
Willen
b)
Gaan
c)
Grijpen
d)
Krijgen
11.
Het voltooid deelwoord...
a)
Is deel van het gezegde
b)
Is geen deel van het gezegde
12.
Wat is het VD? 'Ik heb mijn kamer gisteren opgeruimd.'
a)
Heb
b)
Mijn
c)
Gisteren
d)
Opgeruimd 
13.
Je weet niet of het VD op een 'd' of een 't' eindigt, je ...
a)
Plakt er een hulpwerkwoord bij
b)
Gebruikt de verlengproef
c)
Maakt het iets korter
d)
Moet gokken
14.
Welke verlenging van 'vluchten' is juist?
a)
Gevluchtte
b)
Gevluchte
15.
Welke regel hoort bij de verlengproef van het VD?
a)
Je moet de 't' of 'd' verdubbelen
b)
Zo eenvoudig en kort mogelijk opschrijven
c)
Altijd gokken, anders lukt het niet
d)
Altijd een 'd' erachter zetten