NEW
Font size
S
M
L
XL
Worksheets2M. Hoofdstuk 1
Total questions: 18
Worksheet time: 10mins
Name
Class
Date
1.
Welke zin is juist?
a)
Voeding is een voorbeeld van een secundaire behoefte.
b)
Secundaire behoeften zijn basisbehoeften.
c)
Een iPod is een voorbeeld van een secundaire behoefte.
d)
Niet iedereen heeft primaire behoeften.
2.
Consumeren is het verrichten van diensten.
a)
Juist
b)
Onjuist
3.
Waarmee kun je in je behoeften voorzien?
a)
Schaarste
b)
Middelen
c)
Primaire behoeften
4.
Welke bewering is juist?
a)
Zelfvoorziening betekent dat je zelf de goederen koopt die je nodig hebt.
b)
Zelfvoorziening is een vorm van consumptie.
c)
Bij zelfvoorziening maak je goederen waarmee je in je behoeften voorziet.
d)
Het kopen van diensten is een vorm van zelfvoorzien
5.
Welke zin is niet juist?
a)
Het bestedingspatroon van jongeren wijkt af van dat van hun ouders.
b)
Je inkomen heeft invloed op je bestedingspatroon.
c)
Vrienden hebben geen invloed op je bestedingspatroon.
d)
Reclame heeft invloed op je bestedingspatroon.
6.
Nick is een iPhone gebruiker die niets anders wil dan een iPhone. Nu gaat Samsung de prijzen ineens erg verlagen. Door de actie van Samsung verandert haar bestedingspatroon niet.
a)
Eens
b)
Oneens
7.
Isabel wil hetzelfde mobieltje als haar vriendin. Hier is sprake van:
a)
Sociale beïnvloeding
b)
Commerciële beïnvloeding
c)
Bestedingspatroon
8.
Een goedkope spijkerbroek is altijd van slechte kwaliteit.
a)
Eens
b)
Oneens
9.
Welke uitspraak is juist?
a)
Reclame via sociale media is een vorm van commerciële beïnvloeding.
b)
Reclame via sociale media leidt tot een sterke verandering in het bestedingspatroon.
c)
Reclame via sociale media is een voorbeeld van sociale beïnvloeding.
d)
Reclame via sociale media kan zowel commerciële als sociale beïnvloeding zijn.
10.
De ouders van Twan hebben bij het NIBUD informatie opgevraagd over zakgeld. Het krijgen van zakgeld:
a)
Is een voorbeeld van reclame door het NIBUD.
b)
Verandert het bestedingspatroon van het NIBUD.
c)
Verandert het bestedingspatroon van Twan.
11.
Welke zin is juist?
a)
Media is een soort reclame.
b)
Met reclame probeert de koper aandacht te vestigen op zijn behoeften.
c)
Met reclame probeert de verkoper zijn producten goedkoper te maken.
d)
Met reclame probeert de verkoper aandacht te vestigen op zijn product.
12.
Reclame op internet kan informatieve reclame zijn.
a)
Juist
b)
Onjuist
13.
Een doelgroep is een groep consumenten waar reclame zich op richt.
a)
Eens
b)
Oneens
14.
Een reclame over gezond eten is een voorbeeld van:
a)
Actiereclame
b)
Informatieve reclame
c)
Een medium
15.
Welk medium past het beste bij een reclameboodschap van de lokale voetbalvereniging?
a)
Folder
b)
Clubblad
c)
Internetsite
d)
TV-spot
16.
De consumentenbond is een voorbeeld van...
a)
Garantie
b)
Consumentenorganisatie
c)
Wetten
d)
Vergelijkend warenonderzoek
17.
In Nederland bestaat een overheidsorganisatie die de veiligheid van voedsel en andere producten controleert. Deze organisatie heet:
a)
Consumentenbond
b)
ANWB
c)
nVWA
d)
Diagram
18.
De volgende bond komt op voor belangen van automobilisten:
a)
ANWB
b)
nVWA
c)
Consumentenbond
Reset
