wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Hoofdstuk E0

Total questions: 25

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.
wat zijn symbolen ?
a)
kleine plaatjes zonder woorden
b)
een stukje tekst
c)
schema's
d)
muziek
2.
welke twee symbolen komen uit de elektrotechniek
a)
1 en 2
b)
3 en 9
c)
2 en 6
d)
5 en 10
3.
met welke symbool (letter) geeft je de stroom aan
a)
W
b)
X
c)
U
d)
R
4.
met welk symbool geef je de stroom aan
a)
U
b)
X
c)
I
d)
R
5.
wat is de naam van deze tekening
a)
installatie tekening
b)
bedradingsschema
c)
elektrotekening
d)
stroomkringschema
6.
hoe noemen we het onderdeel waarmee je drie draden aan elkaar maakt
a)
sok
b)
mof
c)
lasdoos
d)
lasdop
7.
hoe noem je een meter waarmee je stroom, spanning en weerstand kunt meten
a)
weerstandmeter
b)
spanningsmeter
c)
universeelmeter
d)
alles meter
8.
hoe zijn weerstand R1 en lamp E1 geschakeld
a)
boven elkaar
b)
naast elkaar
c)
in serie
d)
parallel 
9.
hoe groot is weerstand R2
a)
10 ohm
b)
15 ohm
c)
20 ohm
d)
25 ohm
10.
hoe heet deze tekening ?
a)
stroomkringschema
b)
bedradingsschema
c)
installatie tekening
d)
elektrisch schema
11.
hoe berekenen we het vermogen van een lamp
a)
P = I x R
b)
P = U x R
c)
P = U x I
d)
P = R / U
12.
door de weerstand gaat een stroom van 10 A de spanning U is 127 volt. hoe groot is het vermogen van de weerstand
a)
127 watt
b)
10 watt
c)
1000 watt
d)
1270 watt
13.
hoe heet dit stuk gereedschap
a)
zijkniptang
b)
buisschaar
c)
combinatie tang
d)
punttang
14.
hoe heet dit gereedschap
a)
combinatietang
b)
zijkniptang
c)
punttang
d)
striptang
15.
wwar wordt dit onderdeel voor gebruikt
a)
aansluiten centraaldoos
b)
lasdoos verbinder
c)
om 2 buizen te verbinden
d)
draden te bundelen
16.
hoe heet dit onderdeel
a)
sok
b)
schoen
c)
laars
d)
paars
17.
hoe groot is de stroom in deze tekening
a)
1 V
b)
1 A
c)
2 A
d)
3 A
18.
hoe heet deze tekening
a)
elektrische tekening
b)
installatie tekening
c)
stroomkringschema
d)
bedradingsschema
19.
wat betekend dit symbool
a)
twee buizen
b)
dubbele centraaldoos
c)
dubbel geisoleerd
d)
oneindig
20.
Hoeveel aansluitingen heeft een enkelpolige schakelaar
a)
2
b)
3
c)
4
d)
5
21.
wat zijn de draad  kleuren als we een lamp aansluiten
a)
bruin - geel/groen
b)
zwart - bruin
c)
bruin - blauw
d)
zwart - blauw
22.
hoe zijn de onderdelen geschakeld
a)
boven elkaar
b)
in serie
c)
parallel
d)
opbouw
23.
wat is de eenheid van de spanning
a)
stroom
b)
ohm
c)
Ampere
d)
Volt
24.
met welk symbool geven we de weerstand aan 
a)
K
b)
P
c)
R
d)
U
25.
van welk onderdeel is dit het symbool
a)
W.C.D
b)
centraaldoos
c)
enkelpolige schakelaar
d)
wisselschakelaar