WorksheetsNLGA1 shopping
Total questions: 12
Worksheet time: 6mins
Name
Class
Date
1.
Ik ga .......... doen in mijn favoriete supermarkt, Dirk.
a)
boodschappen
b)
basketbal
c)
uit eten
d)
slapen
2.
Ik doe een pak halfvolle ..... in mijn winkelmandje (basket).
a)
brood
b)
melk
c)
coca cola
3.
Ook koop ik een halve kilo .......
a)
bloemen
b)
tomaten
c)
bier
4.
Ik heb ook ........ nodig voor in de tomaten bolognese saus.
a)
kroketten
b)
hagelslag
c)
gehakt
5.
Ik heb nu alles. Dan ga ik met mijn ........ in mijn winkelmandje naar de ..........
a)
kassa, ingang
b)
boodschappen, kassa
c)
boodschappen, bar
6.
Betalen (paying) doe ik met mijn ....... of met .......
a)
moeder, goud
b)
kleding, wijn
c)
bankpas, geld
7.
Het meisje achter de kassa vraagt: Wil je ......... hebben?
a)
het bonnetje
b)
mijn vriend
c)
het winkelmandje
8.
Na de supermarkt ga ik naar de H&M om ...... te kopen
a)
sinaasappelsap
b)
een reis naar Ibiza
c)
een spijkerbroek
9.
Ik zie een ...... zwarte spijkerbroek. Die wil ik hebben!
a)
witte
b)
mooie
c)
vieze
10.
Ik ga naar de ...... om de spijkerbroek te betalen.
a)
kassa
b)
pashokjes
c)
slager
11.
Bij de kassa krijg ik het bonnetje, maar ik krijg geen plastic .......
a)
bagage
b)
tasje
c)
kleding
12.
Nu ga ik met mijn nieuwe spijkerbroek en mijn boodschappen met ....... terug naar ........
a)
het vliegtuig, het museum
b)
de fiets, huis
c)
de boot, laarzen
100 %
