wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Hoofdstuk 2

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.
Bij actiespanning wordt het verhaal spannend door wat er direct gebeurt.
a)
Waar
b)
Niet waar
2.
Een figurant is een bijfiguur die belangrijk is voor wat er gebeurt in het verhaal.
a)
Waar
b)
Niet waar
3.
Wat is de  werkwoordstijd: Vandaag trakteert klas 2A mevrouw Van Vianen op een ijsje. 
a)
Ott
b)
Vtt
c)
Vvt
d)
Ovt
4.
Wat is de werkwoordstijd: Het eerste half jaar is heel erg leuk geweest!
a)
Ott
b)
Vtt
c)
Ovt
d)
Vvt
5.
Wat is het lijdend voorwerp: Met zijn talent moet Mario makkelijk een goal kunnen scoren.
a)
Met zijn talent
b)
Maria
c)
Een goal
d)
Makkelijk
6.
Wat zijn de bijwoordelijke bepalingen (bwb): Vorige week is de Calvijn met 2 vmbo-t naar Aken geweest.
a)
de Calvijn
b)
Vorige week, naar Aken
c)
Vorige week, met 2 vmbo-t, naar Aken
d)
Vorige week, met 2 vmbo-t
7.
Hij ...... (vluchten) gisteren voor de overvallers.
a)
vluchte
b)
vluchtte
c)
vluchten
d)
vluchtten
8.
Hij ....... (reizen) afgelopen jaar de hele wereld rond.
a)
Reiste
b)
Reisde
c)
Reisten
d)
Reisden
9.
Hij is als eerste ..... (finishen)
a)
Gefinishd 
b)
Gefinisht
10.
Welk woord is goed geschreven met een hoofdletter?
a)
Islam
b)
Paasvakantie
c)
Ford Escort
d)
Een fles Bordeaux
11.
Wat is de betekenis van demonstreren?
a)
Betogen
b)
Opknappen
c)
Versieren
d)
Opbouwen
12.
Wat is de betekenist van vivisectie?
a)
Onderzoek naar mensen
b)
Onderzoek op levende dieren
c)
Onderzoek naar aardbevingen
d)
Onderzoek naar vulkanen
13.
Welke tekstsoort hoort bij de tekstdoelen mening geven en overtuigen?
a)
Informatieve tekst
b)
Betogende tekst
c)
Amuserende tekst
d)
Activerende tekst
14.
Vul het juiste verwijswoord in: Het meisje......... ik het boek heb gegeven, is mijn zusje.
a)
Waaraan
b)
Aan wie
c)
Aan welke
d)
Die
15.
Vul het juiste verwijswoord in: Waarom hebben .... de repetitie nog niet af?
a)
Zij
b)
Hun
c)
Hen
d)
Ons