wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

NN 1M H3 Woordenschat

Total questions: 20

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Wat betekent "project"

a)

voorwerp

b)

voorbereiden en organiseren van activiteiten

c)

ongeveer

d)

lijst van wat er gaat gebeuren

2.

Wat betekent "agrarisch"?

a)

die met de melkproductie te maken hebben

b)

nuttig

c)

die met het boerenbedrijf te maken hebben

d)

succesvol

3.

Wat betekent "expositie"?

a)

schilderijen

b)

voorstelling

c)

tentoonstelling

d)

theater

4.

Wat betekent "regionaal"

a)

landelijk

b)

streekgebonden

c)

plaatselijk

d)

vriendelijk

5.

Wat betekent "object"?

a)

voorwerp

b)

televisie

c)

tekenvel

d)

activiteit

6.

Welke zin is letterlijk bedoeld?

a)

Die toets was voor haar een zacht eitje.

b)

Die snoepjes vielen erg in de smaak.

c)

Vorige week gingen we naar het circus in de stad.

d)

Die aardige klas voelt als een warm bad.

7.

Welke zin is figuurlijk bedoeld?

a)

Gisteren at ik een zacht eitje.

b)

In Azië heb je veel dode vulkanen.

c)

Ik neem iedere zondag een warm bad.

d)

In de kerstvakantie gaan we altijd naar het circus.

8.

Wat is de betekenis van "circa"?

(a)  

9.

Wat is de betekenis van "exact"?

(a)  

10.

Noem een synoniem van "godsdienst(en)".

(a)  

11.

Welk woord hoort op de puntjes te staan?

Slingers, ballonnen en fopneuzen zijn voorbeelden van (a)   .

12.

Welk woord hoort op de puntjes te staan?

Melk en kaas zijn voorbeelden van (a)   .

13.

Welk woord hoort in het volgende rijtje niet thuis?

a)

leesboek

b)

passer

c)

geodriehoek

d)

rekenmachine

14.

Welk woord hoort in het volgende rijtje niet thuis?

a)

voetbal

b)

volleybal

c)

wielrennen

d)

hockey

15.

Waaraan herken je voorbeelden vaak in een tekst?

a)

Ze staan vaak tussen haakjes.

b)

Ze staan altijd aan het begin van een zin.

c)

Ze staan altijd achter woordjes als: want, maar of omdat.

d)

Ze staan altijd achter de punt die aan het eind van de zin staat.

16.

Wat is een ander woord voor "tradities"?

a)

oude gebruiken

b)

lampiontochten

c)

jaarlijkse geestdagen

d)

bekende verhalen

17.

Wat betekent de uitdrukking "er geen gras over laten groeien"?

a)

iets uitstellen

b)

nu zijn er problemen

c)

zeer geïnteresseerd zijn

d)

iets meteen doen

18.

Wat betekent de uitdrukking "de bloemetjes buiten zetten"?

a)

ruzie maken

b)

pret maken

c)

een cadeautje geven

d)

ervandoor gaan

19.

Welk woord kun je invullen op de puntjes?


Bij die belangrijke wedstrijd was veel .......... aanwezig.

a)

traditie

b)

expositie

c)

publiek

d)

project

20.

Welke uitdrukking hoort bij de betekenis "nu zijn er problemen"?

a)

het feestvarken zijn

b)

er geen gras over laten groeien

c)

nu heb je de poppen aan het dansen

d)

als de kat van huis is, dansen de muizen op tafel