NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsZelfstandige naamwoorden
Total questions: 10
Worksheet time: 5mins
Name
Class
Date
1.
Wat is het zelfstandig naamwoord in de zin:
De hond eet veel te veel.
De hond eet veel te veel.
a)
veel
b)
de
c)
hond
d)
te
2.
Wat is het zelfstandig naamwoord in de zin:
De wilde rat valt snel aan.
De wilde rat valt snel aan.
a)
wilde
b)
rat
c)
snel
d)
valt
3.
Wat is het zelfstandig naamwoord in de zin:
's Avonds leest mijn moeder me voor.
's Avonds leest mijn moeder me voor.
a)
leest
b)
mijn
c)
voor
d)
moeder
4.
Wat is het zelfstandig naamwoord in de zin:
Als hij rent, krijgt Max spierpijn.
Als hij rent, krijgt Max spierpijn.
a)
spierpijn
b)
Max
c)
hij
d)
rent
5.
Wat is het zelfstandig naamwoord in de zin:
Nina en Lotte lezen veel leuke boeken.
Nina en Lotte lezen veel leuke boeken.
a)
Nina
b)
Lotte
c)
boeken
d)
lezen
6.
Wat is het lidwoord in de zin:
Ons konijn Frits heeft de kabel doorgebeten.
Ons konijn Frits heeft de kabel doorgebeten.
a)
de
b)
ons
c)
Frits
d)
kabel
7.
Wat is het lidwoord in de zin:
Onze hamsters krijgen morgen een nieuwe kooi.
Onze hamsters krijgen morgen een nieuwe kooi.
a)
kooi
b)
onze
c)
hamsters
d)
een
8.
Wat is het lidwoord in de zin:
Het meisje is allergisch voor honden en katten.
Het meisje is allergisch voor honden en katten.
a)
voor
b)
meisje
c)
het
d)
is
9.
Wat is het lidwoord in de zin:
Als je goed kunt zwemmen, mag je in het diepe.
Als je goed kunt zwemmen, mag je in het diepe.
a)
zwemmen
b)
het
c)
diepe
d)
je
10.
Wat is het lidwoord in de zin:
Groen en blauw zijn de lievelingskleuren van Linda.
Groen en blauw zijn de lievelingskleuren van Linda.
a)
blauw
b)
de
c)
groen
d)
van
Reset
