WorksheetsBloed les 1 en 2, klas 2 ANW
Total questions: 19
Worksheet time: 10mins
Name
Class
Date
1.
De bloedvaten met een rode kleur bevatten bloed met
a)
veel zuurstof
b)
veel koolstofdioxide
c)
veel hormonen
d)
veel warmte
2.
Hoe het het bloedvat dat aangegeven wordt met P?
a)
aorta
b)
longader
c)
kransslagader
d)
longslagader
3.
Hoe het het bloedvat dat aangegeven wordt met S?
a)
armslagader
b)
longader
c)
armader
d)
holle ader
4.
Op deze afbeelding zie je
a)
rode bloedcellen
b)
witte bloedcellen
c)
bloedplaatjes
d)
bacteriën
5.
De cellen met een paarse kern zijn
a)
rode bloedcellen
b)
witte bloedcellen
c)
bloedplaatjes
d)
bacteriën
6.
De cellen die buiten een bloedvat bacteriën kunnen bestrijden zijn
a)
rode bloedcellen
b)
witte bloedcellen
c)
bloedplaatjes
d)
bacteriën
7.
De draden waar bij een wondje een korstje van komt worden gemaakt door
a)
rode bloedcellen
b)
witte bloedcellen
c)
bloedplaatjes
d)
bacteriën
8.
De pijltjes in de afbeelding wijzen naar de
a)
rode bloedcellen
b)
witte bloedcellen
c)
bloedplaatjes
d)
bacteriën
9.
De cellen in deze afbeelding zijn voor
a)
vervoer opgeloste stoffen
b)
afweer tegen ziekteverwekkers
c)
zuurstoftransport
d)
stolling van het bloed
10.
De cellen die aangewezen worden in deze afbeelding zijn voor
a)
vervoer opgeloste stoffen
b)
afweer tegen ziekteverwekkers
c)
zuurstoftransport
d)
stolling van het bloed
11.
De vloeistof die nu boven in de buis zit, is voor
a)
vervoer opgeloste stoffen
b)
afweer tegen ziekteverwekkers
c)
zuurstoftransport
d)
stolling van het bloed
12.
In het lichaam van een mens bevindt zich ongeveer
a)
4 liter bloed
b)
5 liter bloed
c)
6 liter bloed
d)
7 liter bloed
13.
waar bestaat bloed uit?
a)
bloedplasma, bloedcellen en bloedplaatjes
b)
bloedplasma, lymfevloeistof, witte bloedcellen
c)
bloedplasma, bloedcellen, mineralen
d)
zuurstof, koolstofdioxide, bloedplasma
14.
Wel nummer geeft de longslagader aan?
a)
12
b)
3
c)
5
d)
4
15.
Wel nummer geeft de hartkleppen aan?
a)
12
b)
19
c)
20
d)
4
16.
Door welk nummer stroomt O2-rijk bloed van de longen terug naar het hart?
a)
12
b)
3
c)
5
d)
4
17.
Bloedvat B is een
a)
slagader
b)
ader
c)
haarvat
18.
Met welk nummer is de rechterboezem aangegeven?
a)
4
b)
5
c)
6
d)
7
19.
Hoe heet onderdeel D in deze figuur?
a)
rechterboezem
b)
linkerboezem
c)
rechterkamer
d)
linkerkamer
100 %
