Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

klas 4mTexthilfe usw

Total questions: 18

Worksheet time: 3mins

Name
Class
Date
1.
Welche Aussage ?
a)
welke alinea
b)
welke uitspraak
c)
welk tussenkopje
2.
Was bedeutet das?
a)
wat schrijft de schrijver?
b)
wat betekent dat?
c)
Wat wordt duidelijk?
3.
Welche Behauptung?
a)
welke bewering ?
b)
welke uitspraak?
c)
welke constatering?
4.
Was sagen diese Zeilen über....
a)
Wat zeggen deze woorden over..
b)
wat zeggen deze alinea's over...
c)
wat zeggen deze regels over..
5.
Welche Überschrift passt zu...
a)
welk kopje past bij....
b)
welke titel past bij...
c)
welk inleiding past bij..
6.
der Verfasser
a)
de vertegenwoordiger
b)
de lezer
c)
de schrijver
7.
ein Aufruf
a)
een voortzetting
b)
een oproep
c)
een tegenstelling
8.
ein Gegensatz
a)
een voortzetting
b)
een vaststelling
c)
een tegenstelling
9.
eine Lösung
a)
een oplossing
b)
een advies
c)
een bewijs
10.
eine Erklärung
a)
een voorbeeld
b)
een conclusie
c)
een verklaring
11.
ähnlich wie
a)
naar men zegt
b)
tot nu toe
c)
net zoals
12.
Ich komme auf keinen Fall
a)
in geen geval
b)
in ieder geval
c)
binnenkort
13.
Bislang gibt es 20 Verletzte
a)
alleen maar
b)
naar men zegt 
c)
tot nu toe
14.
Damals war das nicht möglich.
a)
in die tijd
b)
tot voor kort
c)
bovendien
15.
Es ist außerdem kalt.
a)
alleen maar
b)
bijvoorbeeld
c)
bovendien
16.
Demnächst im Kino: Harry P.7
a)
Tot voor kort
b)
bovendien
c)
binnenkort
17.
Hans kommt ebenfalls nach H.
a)
ook
b)
net
c)
toch
18.
Fast wäre ich zu spät.
a)
eerder
b)
bijna
c)
net