wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

M2 Lezen H5&H6

Total questions: 12

Worksheet time: 4mins

Name
Class
Date
1.

Wat zijn tekstverbanden?

a)

Een bepaalde samenhang in de tekst

b)

Verbanden die in de inleiding voorkomen

c)

Verbanden die in het slot voorkomen

d)

Een samenhang die het onderwerp weergeeft

2.

Welk verband is een tekstverband?

a)

Toelichtend verband

b)

Samenhangend verband

c)

Resulterend verband

d)

Samenvattend verband

3.

Welke signaalwoorden horen bij een redengevend verband?

a)

bijvoorbeeld, zo, zoals, denk aan

b)

als..dan, tenzij, indien, wanneer

c)

want, omdat, dus, daarom

4.

Welk verband hoort bij: bijvoorbeeld, zo, zoals?

a)

Redengevend verband

b)

Toelichtend verband

c)

Voorwaardelijk verband

5.

'Als ik overga, dan mag ik op vakantie!' Welk verband is dit?

a)

Toelichtend verband

b)

Voorwaardelijk verband

c)

Redengevend verband

6.

Voor welk publiek is Sesamstraat (vooral) bedoeld?

a)

Kinderen uit VM2A

b)

Kleine kinderen

c)

Volwassenen

d)

Mensen die met pensioen zijn

7.

Voor welk publiek is het NOS-journaal (vooral) bedoeld?

a)

Jongeren

b)

Volwassenen

c)

Kinderen

d)

Heel kleine kinderen

8.

Voor welk publiek is Netflix (vooral) bedoeld?

a)

Vooral voor kinderen

b)

Voor elke leeftijdsgroep

c)

Voor jongeren

d)

Voor luie mensen

9.

Wat voor taalgebruik verwacht je bij het NOS-journaal?

a)

Formeel (nette taal, 'u', officieel)

b)

Informeel (je, jij, minder nette taal)

10.

Welk taalgebruik verwacht je in de politiek?

a)

Formeel (nette taal, moeilijke woorden, 'u')

b)

Informeel (makkelijke woorden, 'jij en je')

11.

Welk taalgebruik verwacht je bij jongerentijdschriften?

a)

Formeel (moeilijke woorden, 'u')

b)

Informeel (hippe woorden, niet te moeilijk, 'je' en 'jij')

12.

Wat is een bron bij een tekst?

a)

Waar water uit gehaald wordt

b)

Waar de tekst vandaan komt (krant, tijdschrift, website)