wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

BVJ 2a h/v Thema 4 BS 1 t/m 4

Total questions: 20

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

wat is de goede volgorde?

a)

zenuwen- zintuigcellen- hersenen- spieren/klieren

b)

hersenen- spieren/klieren- zenuwen- zintuigcellen

c)

zintuigcellen- zenuwen- hersenen- spieren/klieren

d)

spieren/klieren- zintuigcellen- zenuwen- hersenen

2.

Wat vormt het zintuigstelsel?

a)

je hele lichaam

b)

al je zintuigen

c)

je ogen, neus, oren en huid

d)

alle antwoorden zijn goed

3.

Welke twee type zintuigen komen voor in je oren?

a)

gehoorzintuigen en evenwichtzintuigen

b)

gehoorzintuigen en gezichtszintuigen

c)

gehoorzintuigen en slakkenhuis

d)

gehoorzintuigen en drukzintuigen

4.

Welk zintuig bevind zich NIET in de huid?

a)

drukzintuig

b)

tastzintuig

c)

impulszintuig

d)

warmtezintuig

5.

Waar bevinden zich de drukzintuigen?

a)

aan de oppervlakte van je huid

b)

diep in je huid

c)

alleen in je vingers

d)

in je haren

6.

Wanneer ontstaat er een impuls?

a)

als de prikkelsterkte boven de drempelwaarde uitkomt

b)

als de prikkelsterkte onder de drempelwaarde blijft

c)

bij elke prikkel uit de omgeving

d)

als de prikkelsterkte gelijk is aan de drempelwaarde

7.

Welke adequate prikkel komt NIET overeen met het zintuig?

a)

licht -> gezichtszintuig

b)

geluid -> gehoorzintuig

c)

warmte -> warmtezintuig

d)

pijn -> tastzintuig

8.

Wat hoort NIET in het rijtje thuis?

a)

hersenen

b)

ruggenmerg

c)

bloedvat

d)

zenuwen

9.

Uit welke lagen bestaat de opperhuid?

a)

kiemlaag

b)

lederlaag

c)

haarlaag

d)

hoornlaag

10.

Wat ligt er NIET in de lederhuid?

a)

pijnpunten

b)

opgeslagen vet

c)

bloedvaten

d)

zweetkliertjes

11.

In welk deel van het neusslijmvlies bevinden zich de reuk zintuigcellen?

a)

bovenste deel

b)

onderste deel

c)

aan de zijkanten

d)

de zintuigcellen liggen niet in het neusslijmvlies

12.

Waarom ademen wij hard en snel in via onze neus als we iets goed willen ruiken?

a)

zodat we niet buiten adem raken

b)

zo krijgen onze hersenen meer zuurstof en kunnen ze beter nadenken

c)

zo komt de lucht het beste bij onze zintuigcellen

13.

Welk zintuig speelt een hele belangrijke rol bij de smaak? (naast de smaak zintuig)

a)

reukzintuig

b)

gehoorzintuig

c)

gezichtszintuig

d)

koudezintuig

14.

Wat zijn voorbeelden van smaken?

a)

zoet

b)

zuur

c)

zout

d)

bitter

15.

Wat is geluid?

a)

vibraties van lucht

b)

muziek

c)

trillingen van lucht

d)

alle antwoorden zijn goed

16.

Wanneer hoor je een hoog geluid?

a)

bij snelle trillingen van lucht

b)

bij langzame trillingen van lucht

17.

Vanaf hoeveel decibel kan gehoorschade oplopen?

a)

20 decibel

b)

40 decibel

c)

60 decibel

d)

80 decibel

18.

Wat is de goede volgorde? (de weg die de trillingen afleggen)

a)

hamer - aambeeld - stijgbeugel

b)

hamer - stijgbeugel - aambeeld

c)

aambeeld - hamer - stijgbeugel

d)

aambeeld - stijgbeugel - hamer

19.

Waarvoor dient de buis van Eustachius?

a)

vocht verdeling

b)

het is een extra route waarop geluid de gehoor zintuigcellen kan bereiken

c)

zo blijft de druk aan weerszijde van het trommelvlies gelijk

d)

het heeft geen speciale functie

20.

Wat komt het eerst?

a)

gehoorgang

b)

trommelholte

c)

buis van eustachius

d)

slakkenhuis