wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

EHBO: wonden

Total questions: 28

Worksheet time: 55mins

Name
Class
Date
1.

Waar bied je huid bescherming tegen? (3)

a)

warmte, kou, uitdroging

b)

gifstoffen zoals chloor en kwik

c)

ziekteverwekkers: schimmels en bacteriën

d)

schadelijke (UV-)straling + slagen en stoten

e)

pijn bij splinters, schaaf- en snijwonden

2.

Wat is, behalve bescherming, ook een taak van de huid? (3)

a)

vitamine D maken

b)

het is een zintuig: voelen

c)

vetopslag

d)

stevigheid geven

e)

afvalstoffen uitscheiden

3.

A kan bij kou of schrik rechtop komen staan. Het is een ...

a)

haar

b)

haarfollikel (haarzakje, begin van 'n haar)

c)

haarspier

d)

talgklier

4.

Laag 1 zijn de bovenste laag huidcellen en de laag die die cellen maakt. Samen heten ze ...

a)

opperhuid

b)

hoornlaag

c)

lederhuid

d)

onderhuids bindweefsel

5.

E is het beginnetje van waaruit A groeit. Het is een ...

a)

haar

b)

haarfollikel

c)

haarspier

d)

talgklier

6.

Laag 2 bevat de zenuweindjes waardoor je voelt met je huid, maar ook haarvaatjes. Laag 2 heet ...

a)

opperhuid

b)

hoornlaag

c)

lederhuid

d)

onderhuids bindweefsel

7.

F bij kou of schrik trekt dit samen waardoor je kippenvel krijgt. Dit is een ...

a)

haar

b)

haarfollikel

c)

haarspier

d)

talgklier

8.

Laag 3 verbindt de huid met het onderliggende spierweefsel. Laag 3 heet ...

a)

opperhuid

b)

hoornlaag

c)

lederhuid

d)

onderhuids bindweefsel

9.

H zorgt dat de hoornlaag van je huid soepel blijft en niet scheurt. Dit is een ...

a)

haar

b)

haarfollikel

c)

haarspier

d)

talgklier

10.

D gaat werken als je lichaam te warm dreigt te worden

a)

vetcel

b)

haarvaatjes

c)

zenuwuiteinde

d)

zweetkliertje

11.

G brengt zuurstof en voedingsstoffen en haalt afvalstoffen op. Het zijn...

a)

vetcel

b)

haarvaatjes

c)

zenuwuiteinde

d)

zweetkliertje

12.

J zorgt dat je huid warmte, aanraking en pijn voelt. Het is een ...

a)

vetcel

b)

haarvaatjes

c)

zenuwuiteinde

d)

zweetkliertje

13.

K slaat energie op, voor het geval je een tijd geen eten kunt vinden. Het is een ...

a)

vetcel

b)

haarvaatjes

c)

zenuwuiteinde

d)

zweetkliertje

14.

Wat is het doel van EHBO bij oppervlakkige wonden? (2)

a)

infectie voorkomen (beperken)

b)

hulp zoeken

c)

bloedverlies beperken

d)

vitale functies veiligstellen

e)

geruststellen

15.

Wat is het doel van EHBO bij ernstige bloedingen? (4)

a)

infectie voorkomen (beperken)

b)

hulp zoeken

c)

bloedverlies beperken

d)

vitale functies veiligstellen

e)

geruststellen

16.

Wat doe je bij oppervlakkige wonden? (2)

a)

schoonmaken

b)

bloeding stelpen door druk op de wond uit te oefenen

c)

steriel afdekken

d)

zorg voor hulp, hou vitale functies in de gaten, stel slachtoffer gerust

17.

Wat doe je bij flink bloedende wonden? (3)

a)

schoonmaken met water en om de wond heen desinfecteren

b)

bloeding stelpen door druk op de wond uit te oefenen

c)

steriel afdekken met pleister of snelverband

d)

verbinden met snelverband EN drukverband

e)

zorg voor hulp, hou vitale functies in de gaten, stel slachtoffer gerust

18.

Als je druk op een hevig bloedende wond uitoefent, waarom leg je dan eerst een steriel gaasje of snelverband op de wond?

a)

Zo komt er geen bloed op je handen, da's wel zo fris.

b)

Voor je eigen veiligheid: bloed kan jou besmetten met ongeneeslijke ziektes zoals hepatitis.

c)

Het wondkussen van snelverband zorgt voor snellere stolling van het bloed.

d)

Voor 't geval je handen hiet helemaal schoon zijn: zo voorkom je infectie

19.

Welke wonden hoef je niet te verbinden (maar mag wel)?

a)

schaafwonden waar geen kleding zit, die drogen aan de lucht sneller

b)

wonden die een arts nog moet zien

c)

brandwonden met blaren, anders gaan die kapot

d)

diepe wonden, die kun je beter dichtgedrukt houden

20.

Welke wonden MAG je NIET verbinden?

a)

schaafwonden, drogen aan de lucht heelt sneller

b)

wonden die een arts nog moet zien

c)

diepe borstwonden, want dan vergroot je kans op een klaplong

d)

diepe wonden, die kun je beter dichtgedrukt houden

21.

Welke wonden ontsmet je niet?

a)

diepe borstwonden

b)

schaafwonden, want die helen langzamer door ontsmettingsmiddel

c)

alle wonden die nog door een arts moeten worden gezien

d)

geen enkele wond, want alleen je ergste vijand giet ontsmettingsmiddel IN een wond

22.

Waarom gebruik je geen Betadine (zalf of vloeistof) rondom wonden die nog door een arts gezien moeten worden?

a)

Door Betadine gaat de wond sneller dicht en kun je er geen vuil meer uithalen

b)

Door Betadine zie je niet hoe groot de wond is geweest

c)

Door Betadine kan de arts de kleur van de huid rond de wond niet zien

d)

Een arts gebruikt liever ander ontsmettingsmiddel, dat niet samenwerkt met Betadine

23.

Wat is je grootste orgaan?

a)

Longen

b)

Darmen

c)

Maag

d)

Huid

24.

Wat doe je als je gaasje niet groot genoeg is voor een grote wond?

a)

Leg je gaasje in het midden, wikkel rond de rest van de wond 'n verbandje

b)

Gebruik snelverband, dat past altijd

c)

Niet verbinden, maar gewoon het slachtoffer op de wond laten drukken. Zo'n grote wond moet toch naar de dokter.

d)

Leg de kleine gaasjes naast elkaar op de wond

25.

Hoe hou je een gaasje op een vinger op z'n plaats?

a)

flink wat kleefpleister

b)

vingerverband

c)

vingerbob

d)

wond dichtplakken met wondstrips, verband er omheen, naar arts.

26.

Waarom maak je de huid rondom een wond ("wondranden") schoon met ontsmettingsmiddel?

a)

Omdat het IN de wond te veel pijn doet

b)

Omdat je geen huidbacteriën in de wond wilt hebben

c)

Omdat die huid extra hard moet werken om de wond dicht te maken

d)

Dan hecht 't korstje beter en dat versnelt de genezing

27.

Schaafwond op 'n knie. Hoe plak je een niet verklevend gaasje vast?

a)

aan twee kanten, dan kan er nog lucht bij

b)

NIET! Drogen aan de lucht is beter

c)

Aan 4 kanten. Anders komen er stof en bacteriën bij de wond, door het schuren van de broek.

d)

Aan de vier hoeken vastzetten. Anders kan hij z'n knie niet meer bewegen, met al die kleefpleister

28.

Wond afdekken met een gaasje en hydrofiel verband. In welke richting verbind je eigenlijk?

a)

Naar het lichaam of naar het hart toe

b)

Van het lichaam af, naar vingertoppen of tenen toe

c)

Heen en weer tot je verband op is

d)

Het maakt niet uit, als het gaasje maar bedekt is.