wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Geriatrie

Total questions: 19

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Bij ouderen verloopt herstel vaak trager, maar met minder complicaties

a)

Juist

b)

Onjuist

2.

Bij het voorschrijven van medicatie bij ouderen moet je met verschillende factoren rekening houden

a)

Lagere dosering ivm afgenomen nierfunctie

b)

Minder gezichtsvermogen en vergeetachtigheid

c)

Ze slikken vaak al andere medicatie wat kan reageren op elkaar

d)

Alle bovenstaande zijn goed

3.

Bij geriatrie staat genezing centraal

a)

Juist

b)

Onjuist

4.

Spataderen komt het meest voor bij

a)

Vrouwen

b)

Mannen

5.

Ulcus cruris is meestal

a)

Arterieël

b)

Veneus

6.

COPD bestaat uit

a)

Bronchitis

b)

Roken

c)

Astma

d)

Longemfyseem

7.

Van diverticulose heb je veel last

a)

Juist

b)

Onjuist

8.

Van alle mannen met een prostaat hyperplasie heeft ... last

a)

10%

b)

20%

c)

30%

d)

40%

9.

Onder osteoporose valt

a)

Zwakkere botten

b)

Veranderende botstructuur

c)

Stijfheid van gewrichten

10.

Waar zit de arthrose bij gonatrose?

a)

Hand

b)

Knie

c)

Heup

d)

Overal

11.

Plaveiselcelcarcinoom is vaak een uitzaaiing van een andere kanker in het lichaam

a)

Juist

b)

Onjuist

12.

Presbyacusis treed op vanaf

a)

30 jaar

b)

40 jaar

c)

50 jaar

d)

60 jaar

13.

Een cerumenprop wordt alleen door een huisarts of assistente behandeld

a)

Juist

b)

Onjuist

14.

Glaucoom is altijd te genezen

a)

Juist

b)

Onjuist

15.

Bij cataract klonteren de eiwitten in de lens samen

a)

Juist

b)

Onjuist

16.

Bij maculadegeneratie sterven ... af

a)

Kegeltjes

b)

Staafjes

17.

Bij presbyopie heb je een

a)

Plusbril nodig, zodat je dichtbij beter ziet

b)

Minbril nodig, zodat je dichtbij beter ziet

c)

Plusbril nodig, zodat je veraf beter ziet

d)

Minbril nodig, zodat je veraf beter ziet

18.

Een delier is

a)

Plotseling

b)

Sluipend

c)

Chronisch

d)

Lichamelijk

19.

Welke vormen van dementie zijn er?

a)

Ziekte van Alzheimer

b)

Vasculaire dementie

c)

Frontaalkwabdementie

d)

Dementie bij de ziekte van Parkinson

e)

Alle bovenstaande zijn goed