wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Bloemen deel 2

Total questions: 96

Worksheet time: 49mins

Name
Class
Date
1.

Zaadplanten hebben bloemen. Waar gebruikt een zaadplant zijn bloemen voor? (de functie van bloemen)

a)

Een zaadplant maakt bloemen zodat deze verkocht kunnen worden in een winkel.

b)

Een zaadplant gebruikt zijn bloemen om zich voort te planten

c)

Een zaadplant gebruikt zijn bloemen om zuurstof in de lucht los te laten.

d)

Een zaadplant gebruikt zijn bloemen om voedingsstoffen op te nemen.

2.

De stamper is het vrouwelijk voorplantingsorgaan van een plant. Uit welke onderdelen bestaat de stamper?

a)

Stempel, stijl en kroonblad

b)

Bloemkelk, Stijl en vruchtbeginsel

c)

Stempel, Stijl en vruchtbeginsel

d)

Vruchtbeginsel, Stempel en bloemkelk

3.

Welk onderdeel van de stamper kan stuifmeelkorrels opvangen?

a)

De Stempel

b)

De Stijl

c)

Het Vruchtbeginsel

4.

Bijen kunnen bloemen (helpen bij het) bestuiven. Hoe lokken planten de bijen aan?

a)

Door de felle kleuren van de bloemen en het nectar dat een bloem maakt.

b)

Door de groene kleuren van de bloemen en het nectar dat een bloem maakt.

c)

Door de honing die bloemen maken.

d)

Door de felle kleur van de stamper en de honing die bloemen maken.

5.

Hebben de eicellen van een plant ook een kern?

a)

Ja

b)

Nee

6.

Bekijk de afbeelding. Welk nummer geeft de meeldraad aan?

a)

2

b)

7

c)

5

d)

3

7.
Vaak groene, kleine kroonbladeren
a)
insectenbloem
b)
windbloem
8.
Produceren veel stuifmeel
a)
insectenbloem
b)
windbloem
9.
Bloemen zijn vaak geurend
a)
insectenbloem
b)
windbloem
10.
Hebben vaak felgekleurde kroonbladeren
a)
insectenbloem
b)
windbloem
11.
Dit is een 
a)
insectenbloem
b)
windbloem
12.
Dit is een 
a)
insectenbloem
b)
windbloem
13.
Dit is een 
a)
insectenbloem
b)
windbloem
14.
Dit is een 
a)
insectenbloem
b)
windbloem
15.
Stuifmeel is ruw en kleverig
a)
insectenbloem
b)
windbloem
16.

Waar kun je de kern van de stuifmeelkorrel in de stuifmeelbuis vinden.

a)

Buiten de stamper

b)

In de vruchtbeginsel

c)

Aan de uiteinde van de stuifmeelbuis

17.

Waar groeit een stuifmeelbuis naar toe?

a)

Naar de eicel in een zaadbeginsel

b)

Naar het vruchtbeginsel

c)

Naar de stijl

d)

Naar de bloemkelk

18.

Wat gebeurt er bij de bevruchting van eicel in het zaadbeginsel?

a)

De eicel wordt vervoerd naar de stempel zodat deze bevrucht kan worden.

b)

De eicel versmelt in de stijl met de stuifmeelkorrel

c)

De kern van de stuifmeelkorrel versmelt met die van de eicel in het zaadbeginsel.

19.

Welk antwoord is hier goed?

a)

Een kiem ontstaat uit het zaad

b)

Een kiem ontstaat uit het vruchtbeginsel

c)

Een kiem ontstaat uit de bevruchte eicel

20.

Welk deel van een bloem droogt uit en kun je vaak nog zien bij een vrucht.

a)

De bloemkelk

b)

De bloemkroon

c)

De meeldraden

21.

De kroonbladeren hebben nummer

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

22.

De kelkbladeren hebben nummer

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

23.

De stamper heeft nummer

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

5

24.

Nummer 2 LINKS is hetzelfde als nummer

a)

8 RECHTS

b)

2 RECHTS

c)

5 RECHTS

d)

4 RECHTS

25.

Wat mist op dit plaatje?

a)

Een stamper

b)

Meeldraden

c)

Kroonbladeren

26.

Wat is waar, kijk even naar die mooie paarse bloembladeren...

a)

De kroonbladeren zijn om insecten te lokken, de kelkbladeren om de bloem te beschermen

b)

De kroonbladeren zijn om de bloem te beschermen, de kelkbladeren lokken insecten

c)

De kroonbladeren en de kelkbladeren lokken insekten

d)

De kelkbladeren en de kroonbladen zijn om de bloem te beschermen

27.

Bloemen gebruiken insecten voor bestuiving. Stuifmeel blijft aan een insect plakken en op een andere bloem komt het stuifmeel op de stamper. De eicellen in de stamper kunnen dan met het stuifmeel bevrucht worden. Wat is waar voor de bloem op het plaatje?

a)

De bloem maakt stuifmeel

b)

De bloem maakt geen stuifmeel

c)

Dat kan je aan dit plaatje niet zien

28.

Op dit plaatje zie je

a)

bestuiving

b)

bevruchting

c)

bevlekking

29.

Op dit plaatje

a)

Is er wel bestuiving maar nog geen bevruchting

b)

Is er wel bestuiving en ook bevruchting geweest

c)

Is er geen bestuiving maar wel bevruchting geweest

d)

Is er geen bestuiving en geen bevruchting geweest

30.

Als de stamper van een appelbloem niet wordt bestoven

a)

Ontstaat een appel zonder zaden

b)

Ontstaat een appel met zaden

c)

Ontstaat geen appel

31.
Welk kenmerk zie je WEL bij een windbloem?
a)
Nectar
b)
Gele kleur
c)
Veel stuifmeelkorrels
d)
Lange meeldraden
32.
Stuifmeel gaat van de ene plant naar de andere plant.
Welk woord zoek ik?
a)
Bevruchting
b)
Bestuiving
c)
Ontkieming
33.

Welke cel is de cel van een plant?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

34.
Welk geslacht heeft deze bloem?
a)
Mannelijk
b)
Vrouwelijk
c)
Mannelijk en vrouwelijk
d)
Ongeslachtelijk
35.
Welke pijl stelt kruisbestuiving voor?
a)
Pijl 1
b)
Pijl 2
c)
Pijl 3
d)
Pijl 4
36.
Wat is een meeldraad??
a)
Vrouwelijke voortplantingsorgaan van de bloem.
b)
Dit wordt later een zaad.
c)
Mannelijke voortplantingsorgaan van de bloem.
d)
Bestuiving door insecten.
37.
Wat is zelfbestuiving?
a)
Stuifmeel gaat naar een bloem binnen dezelfde plant. 
b)
Stuifmeel gaat naar een bloem van een andere plant, van dezelfde soort.
c)
Buis die naar de eicel toegroeit.
d)
Het overbrengen van stuifmeel naar een bloem van dezelfde soort.
38.
Wat is een kiem?
a)
Een jong plantje.
b)
Een plant met een éénjarige levenscyclus.
c)
Deel van een zaad met reservevoedslel.
d)
Het begin van een nieuw plantje.
39.
Wat is een stamper?
a)
Dit wordt later een zaad.
b)
Vrouwelijk voortplantingsorgaan.
c)
Mannelijk voortplantingsorgaan.
d)
Bestuiving gebeurt door insecten.
40.

Wat kunnen insecten halen in de bloemen?

a)

Honing

b)

Nectar

41.

Welk deel van een zaad bevat reservevoedsel voor het kiemplantje?

a)

Zaadlobben

b)

Zaadhuid

c)

Kiem

d)

Navel

42.

Hoeveel zaden heeft een vrucht?

a)

Dat ligt aan het aantal vruchtbeginsels

b)

Dat ligt aan het aantal bevruchte zaadbeginsels

c)

Dat ligt aan het aantal kiemen

43.
Stuifmeel gaat van de ene plant naar de andere plant.
Welk woord zoek ik?
a)
Bevruchting
b)
Bestuiving
c)
Ontkieming
44.
Een zaad bestaat uit verschillende onderdelen. Welk onderdeel zit NIET in een zaad?
a)
Kiemplantje
b)
Zaadlob
c)
Zaadhuid
d)
Eicel
45.

Zet de volgende gebeurtenissen bij het kiemen van een zaad in volgorde.

1)Het zaadje neemt vocht op

2)Het worteltje komt naar buiten

3) De zaadhuid scheurt open

a)

2-1-3

b)

3-2-1

c)

1-3-2

d)

3-1-2

46.

Welk onderdeel van de stamper kan stuifmeelkorrels opvangen?

a)

De Stempel

b)

De Stijl

c)

Het Vruchtbeginsel

47.

Kelkbladeren zijn meestal opvallend gekleurd

a)

Juist

b)

Onjuist

48.

Bij welk type bloemen steken de helmknoppen en stempels vaak buiten de bloem uit?

a)

Bij insectenbloemen

b)

Bij windbloemen

49.

Stuifmeelkorrels zijn de mannelijke geslachtscellen van een plant

a)

Juist

b)

Onjuist

50.

In de helmhokjes ontstaan eicellen

a)

Juist

b)

Onjuist

51.

Wat is de functie van de kelkbladeren van de bloem?

a)

De bloem zo aantrekkelijk mogelijk maken voor insecten

b)

De bloem mooi maken

c)

De bloem beschermen tegen uitdroging en kou

d)

De meeldraden beschermen

52.

Welk onderdeel hoort bij nummer 1

a)

Kelkblad

b)

Meeldraad

c)

Stamper

d)

Kroonblad

53.

Welk begrip hoort bij nummer 11?

a)

Meeldraad

b)

Stempel

c)

Stamper

d)

Steel

54.

Welk begrip hoort bij nummer 10?

a)

Stijl

b)

Helmhokje

c)

Meeldraad

d)

Stuifmeelkorrel

55.

Nectar wordt gebruikt door insectenbloemen om insecten te lokken

a)

Juist

b)

Onjuist

56.

Dit is een..

a)

Windbloem

b)

Insectenbloem

57.
Vaak groene, kleine kroonbladeren
a)
insectenbloem
b)
windbloem
58.
Bevatten nectarkliertjes
a)
insectenbloem
b)
windbloem
59.
Produceren veel stuifmeel
a)
insectenbloem
b)
windbloem
60.
Produceren licht stuifmeel
a)
insectenbloem
b)
windbloem
61.
Bloemen zijn vaak geurend
a)
insectenbloem
b)
windbloem
62.
Hebben vaak felgekleurde kroonbladeren
a)
insectenbloem
b)
windbloem
63.
Stuifmeel is ruw en kleverig
a)
insectenbloem
b)
windbloem
64.
Hebben grote meeldraden en stempels die vaak buiten de bloem hangen
a)
insectenbloem
b)
windbloem
65.
Dit is een 
a)
insectenbloem
b)
windbloem
66.
Dit is een 
a)
insectenbloem
b)
windbloem
67.
Dit is een 
a)
insectenbloem
b)
windbloem
68.
Dit is een 
a)
insectenbloem
b)
windbloem
69.
Dit is een 
a)
insectenbloem
b)
windbloem
70.
Dit is een 
a)
insectenbloem
b)
windbloem
71.

Hoeveel zaden heeft een vrucht?

a)

Dat ligt aan het aantal vruchtbeginsels

b)

Dat ligt aan het aantal bevruchte zaadbeginsels

c)

Dat ligt aan het aantal kiemen

72.
Stuifmeel gaat van de ene plant naar de andere plant.
Welk woord zoek ik?
a)
Bevruchting
b)
Bestuiving
c)
Ontkieming
73.

Welk onderdeel van de stamper kan stuifmeelkorrels opvangen?

a)

De Stempel

b)

De Stijl

c)

Het Vruchtbeginsel

74.

Kelkbladeren zijn meestal opvallend gekleurd

a)

Juist

b)

Onjuist

75.

Bij welk type bloemen steken de helmknoppen en stempels vaak buiten de bloem uit?

a)

Bij insectenbloemen

b)

Bij windbloemen

76.

Stuifmeelkorrels zijn de mannelijke geslachtscellen van een plant

a)

Juist

b)

Onjuist

77.

Wat is de functie van de kelkbladeren van de bloem?

a)

De bloem zo aantrekkelijk mogelijk maken voor insecten

b)

De bloem mooi maken

c)

De bloem beschermen tegen uitdroging en kou

d)

De meeldraden beschermen

78.

Welk onderdeel hoort bij nummer 1

a)

Kelkblad

b)

Meeldraad

c)

Stamper

d)

Kroonblad

79.

Welk begrip hoort bij nummer 11?

a)

Meeldraad

b)

Stempel

c)

Stamper

d)

Steel

80.

Welk begrip hoort bij nummer 10?

a)

Stijl

b)

Helmhokje

c)

Meeldraad

d)

Stuifmeelkorrel

81.

Nectar wordt gebruikt door insectenbloemen om insecten te lokken

a)

Juist

b)

Onjuist

82.

Wat is de walnoot?

a)

vrucht

b)

zaad

83.

Wat is waar over een zonnebloemplant

a)

De bloem beweegt mee met de zon

b)

De bloem heeft bijna geen water nodig

84.

Wat geeft de bloem een groene kleur?

a)

de bladgroenkorrels

b)

de zetmeelkorrels

85.

Wat is een onderdeel van een bloem

a)

een doorn

b)

een kroonblad

c)

een stengel

86.

Waarop reageer je als je hooikoorts hebt?

a)

op zaden van vruchten

b)

op stuifmeel van bloemen

87.

Naast zonlicht heeft een plant nog iets nodig om te groeien. wat is dat?

a)

zuurstof

b)

glucose

c)

koolstofdioxide

88.

Maken bloemen ook in het donker zuurstof?

a)

ja

b)

nee

89.

Walnoten hangen na 2 jaar aan een walnotenboom

a)

juist

b)

onjuist

90.

Klachten van hooikoorts zijn:

a)

keelpijn en rode ogen

b)

niezen en rode ogen

c)

niezen en overgeven

91.

Welk deel van een bloem kan rood zijn?

a)

de kelkbladeren

b)

de kroonbladeren

92.

Een cactus heeft veel water nodig?

a)

juist

b)

onjuist

93.

Een cactus kom je tegen in:

a)

oerwoud

b)

woestijn

c)

mangroven

94.

Zijn zonnebloempitten vruchten of zaden?

a)

vruchten

b)

zaden

95.

Waar zitten de zaden van een appel

a)

overal in de vrucht

b)

in het klokkenhuis

96.

Een appel ontstaat uit een:

a)

bevruchte eicel

b)

een zaadbeginsel

c)

een vruchtbeginsel