Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H5/V6 Voeding

Total questions: 20

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.
Wat zijn voedingsstoffen?
a)
alles wat je eet of drinkt
b)
bruikbare delen uit etenswaren
c)
bouwstoffen en brandstoffen
d)
onverteerbare delen
2.
Wat zijn additieven?
a)
kleurstoffen
b)
geurstoffen
c)
conserveermiddelen
d)
stoffen die extra aan voeding worden toegegvoegd
3.
wat is je BMI?
a)
de verhouding tussen je lengte en je gewicht
b)
een maat voor gezond gewicht per leeftijd
c)
een instelling die bepaald hoeveel je mag eten per dag
4.
Wanneer eet je gezond?
a)
als je minder eet dan dat je verbruikt
b)
als je alle voedingstoffen binnen krijgt
c)
als je niet te vet eet
d)
al je niet te zout eet
5.
1 glas melk bevat 150 mlHoeveel gram calcium krijg je binnen met 3 glazen melk?
a)
600 g
b)
0,6 g
c)
900 g
d)
0,9 g
6.

Is witlof een voedingsmiddel?

a)

Ja

b)

Nee

7.

Levert witlof voedingsvezels?

a)

Ja

b)

Nee

8.

Op de verpakking van een voedingsmiddel staat: verpakt onder beschermde atmosfeer. Welke conserveermethode is gebruikt om het voedingsmiddel langer houdbaar te maken?

a)

Inblikken

b)

Gasverpakken

c)

Vacuüm verpakken

9.

Aan margarine kunnen onder andere antioxidanten, emulgatoren en kleurstoffen zijn toegevoegd. Welke van deze additieven moet het ranzig worden van margarine tegengaan?

a)

Antioxidanten

b)

Emulgatoren

c)

Kleurstoffen

10.

In de maag van de mens vindt met behulp van het enzym pepsine vertering plaats. Wanneer het voedsel in de twaalfvingerige darm terecht komt, stopt de werking van pepsine na enige tijd. Wat is hiervan de oorzaak?

a)

De temperatuur in de twaalfvingerige darm maakt pepsine onwerkzaam.

b)

De pH in de twaalfvingerige darm maakt pepsine onwerkzaam.

c)

Het toevoegen van gal in de twaalfvingerige darm maakt pepsine onwerkzaam.

d)

In de twaalfvingerige darm wordt het voedsel door andere enzymen dan pepsine verteerd.

11.

Iemand eet een droge, bruine boterham. Gaan na enige tijd polypeptiden door de maagportier? En polysachariden?

a)

Geen van beide stoffen

b)

Alleen polypeptiden

c)

Alleen polysachariden

d)

Zowel polypeptiden als polysachariden

12.

De volgende drie typen voedingsstoffen nuttigt een mens: koolhydraten, vitamines, eiwitten, vetten en zouten.


Welke van deze voedingsstoffen kunnen als brandstof dienen?

a)

Koolhydraten en vetten

b)

Koolhydraten, eiwitten en vetten

c)

Koolhydraten en eiwitten

d)

Vetten en eiwitten

13.

Komt er bij de vertering van een eiwit water vrij?


En bij de vertering van een vet?

a)

Alleen bij de vertering van vetten

b)

Alleen bij de vertering van eiwitten

c)

Bij beide komt er geen water vrij

d)

Bij beide komt er water vrij

14.

Van de aminozuren die bij een koe in de dunne darm worden geresorbeerd, is een deel niet rechtstreeks afkomstig uit het voedsel. Over de herkomst van deze aminozuren worden drie uitspraken gedaan:


1) deze aminozuren zijn afkomstig van dode darmwandcellen

2) deze aminozuren zijn afkomstig van bestandsdelen van spijsverteringssappen

3) deze aminozuren zijn afkomstig van bacteriën die in het darmkanaal leven


Welke van deze uitspraken kan of welke kunnen juist zijn?

a)

Alleen 1

b)

1 en 2

c)

1 en 3

d)

2 en 3

e)

1, 2 en 3

15.

Een ongetrainde loper krijgt na enige tijd hardlopen pijn in zijn zij. Opgehoopt gas wordt wel als verklaring voor het ontstaan van deze pijn genoemd. Dit gas wordt door bacteriën gevormd en door het hardlopen hoopt het zich op in een bepaald deel van het spijsverteringskanaal. Normaal wordt het gevormde gas via het bloed afgevoerd. Bij hardlopen is de doorbloeding van het spijsverteringskanaal geringer dan normaal.


Drie delen van het spijsverteringskanaal zijn de dikke darm, de dunne darm en de maag.


In welk deel van het spijsverteringskanaal is de kans op een dergelijke ophoping van gas tijdens het hardlopen het grootst?

a)

In de dikke darm

b)

In de dunne darm

c)

In de maag

16.

Bij welke van de volgende maaltijden kun je verwachten dat een mens grote hoeveelheden ureum zal produceren?

a)

patates-frites met mayo

b)

brood met jam

c)

aardappelen met sla

d)

rijst met kip

17.

Een echtpaar eet gedurende de maand december meer dan normaal en neemt daardoor sterk in gewicht toe. In die maand bevat hun voedsel een overmaat een eiwitten, koolhydraten en vetten. Bij onderzoek blijkt dat hun sterkte gewichtstoename grotendeels veroorzaakt is door het aanzienlijk dikker worden van de laag onderhuids vetweefsel.


Uit welke stoffen in hun voedsel kan direct of indirect het vet zijn gevormd dat zich nu onder hun huid bevindt?

a)

Alleen uit vetten

b)

uit koolhydraten en vetten

c)

Uit eiwitten, koolhydraten en vetten

d)

Uit eiwitten en vetten

18.

Glucose is een

a)

monosacharide

b)

disacharide

c)

polysacharide

d)

aminozuur

19.

Spijsverteringsklieren scheiden sappen af die vaak meer dan 1 functie hebben. Zulke functies kunnen zijn:


1) emulgeren van vetten

2) doden van bacteriën

3) vertering van koolhydraten

4) vertering van eiwitten


Het sap door de maagwand afgescheiden heeft o.a. de functie(s):

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

20.

De eiwitten uit vlees, vis, eieren en melk worden wel 'hoogwaardige eiwitten' genoemd.


Waarom noemt men deze eiwitten 'hoogwaardig'?

a)

Deze eiwitten hebben een hoge verbrandingswaarde

b)

Deze eiwitten bevatten alle essentiële aminozuren

c)

Deze eiwitten bestaan uit extra lange ketens aminozuren

d)

Deze eiwitten bevatten veel meervoudig onverzadigde vetzuren