Font size
WorksheetsOrdening
Total questions: 21
Worksheet time: 44mins
Bij de ordening van de organisme wordt gebruik gemaakt van vier rijken. Welke zijn dat?
Planten
Geleedpotigen
Dieren
Bacteriën
Schimmels
In de afbeelding zie je een dier. Tot welk rijk, welke stam en welke klasse behoort dit organisme?
Rijk: dieren, Stam: geleedpotigen en Klasse: insecten
Rijk: dieren, Stam gewervelden en Klasse: zoogdieren
Rijk: dieren, Stam: gewervelden en Klasse: insecten
Rijk: dieren, Stam: geleedpotigen en Klasse: kreeftachtigen
In de afbeelding kun je een cel zien. Tot welk rijk behoort een organisme met dit soort cellen?
(a)
Weekdieren leven alleen in het water.
Waar
Niet waar
Bij de bereiding van brood worden schimmels gebruikt.
Waar
Niet waar
Er zijn drie stammen van sporenplanten.
Waar
Niet waar
Bij bedektzadigen komen vruchten voor.
Waar
Niet waar
Stekelhuidigen zijn veelzijdig symmetrisch.
Waar
Niet waar
In de afbeelding kun je een deel van een plant zien. Tot welke stam behoord deze plant?
Tot de mossen
Tot de varens
Tot de zaadplanten
Tot de paardenstaarten
Waar komen amfibieën voor?
Op het land
In de lucht
In het water
Onder welke stam valt het organisme in de afbeelding?
(a)
In de afbeelding kun je een stamboom zien van dieren. Ouasim en Kim doen een uitspraak over deze stamboom.
Ouasim: "De tandwalvissen en de baleinwalvissen behoren tot dezelfde soort."
Kim: "De zwijnen en pekari's zijn familie van elkaar."
Wie heeft/hebben er gelijk?
Alleen Ouasim
Alleen Kim
Beide hebben gelijk
Niemand heeft gelijk
Hieronder staan enkele kenmerken die voorkomen bij organisme:
1) Elke cel heeft bladgroenkorrels.
2) Elke cel heeft een celwand.
3) Elke cel heeft een celkern.
Welke kenmerken komen voor bij dieren?
Alleen kenmerk 1
Alleen kenmerk 2
Alleen kenmerk 3
Kenmerken 1 en 2
Kenmerken 2 en 3
Welke kenmerken heeft een bacterie cel?
(a)
Een bacterie deelt zich zelf elke 30 minuten. Dat betekent dat als we beginnen met een bacterie dan er na 30 minuten 2 bacteriën zijn en na 60 minuten (1 uur) zijn er 4.
Hoeveel bacteriën zijn er na 4 uur?
(a)
Benoem twee kenmerken van een schimmel.
In de afbeelding zie je een organisme. Welke uitspraken kloppen?
Deze schimmel is meercellig.
Deze schimmel plant zich voor door middel van sporen.
Deze schimmel is eencellig.
Dit is geen schimmel.
Welk dier is niet-symetrisch?
Kwal
Slak
Gele buis spons
Zee-egel
In de afbeelding zie je een dier. Wat voor skelet heeft dit dier?
Een inwendig skelet.
Een uitwendig skelet.
Geen skelet.
Wat voor soort eieren legt een kip?
Eieren zonder schaal.
Eieren met een leerachtige schaal.
Eieren met een kalk schaal.
Een kip legt geen eieren.
Welke stappen moet je door lopen in dit determinatie schema om bij de Kievit te komen?
(a)
