Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Eten en drinken MAVO2

Total questions: 17

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Waar hangen je eetgewoonten vanaf?

a)

Voorkeur, plek waar je woont, je geloof

b)

voorkeur, geloof, wat je krijgt

c)

voorkeur, plek waar je woont, kleding

d)

Voorkeur, geloof, kleding

2.

Wat is een voedingsmiddel?

a)

wat je eet

b)

wat er in je eten zit

3.

In elk voedingsmiddel zitten...

a)

mineralen

b)

voedongsvezels

c)

Voedingsstoffen

d)

vetten

4.

Bruin brood, groente en fruit bevatten...

a)

Voedingsvezels

b)

Lekkere sappen

c)

Voedingsmiddel

5.

Er zijn 6 soorten voedingsstoffen. Welke?

a)

Koolhydraten, vetten, water, eiwitten, mineralen en vitaminen

b)

Koolhydraten, vetten, ranja, eiwitten, mineralen en vitaminen

c)

Koolhydraten, vetten, water, eiwitten, mintjes en vitaminen

d)

Koolhydraten, vlees, water, eiwitten, mineralen en vitaminen

6.

Koolhydraten bestaan uit..

a)

suiker en water

b)

suiker en vetten

c)

suiker en mineralen

d)

suiker en zetmeel

7.

Je kunt voedingstoffen in 3 groepen verdelen

a)

Eerlijke stoffen, Bouwstoffen, Beschermende stoffen

b)

Energierijke stoffen, Bouwstoffen, Beschermende stoffen

c)

Energierijke stoffen, Legostoffen, Beschermende stoffen

d)

Energierijke stoffen, Legostoffen, Water stoffen

8.

Koolhydraten en vetten zijn...

a)

Energierijke stoffen

b)

Bouwstoffen

c)

Beschermende stoffen

9.

Wat is de eenheid van energie?

a)

joules

b)

appels

c)

calorie

d)

peren

10.

Wat is een ander woord voor tandbederf?

a)

vies

b)

verrot

c)

smerig

d)

cariës

11.

Bouwstoffen zijn...

a)

water, eiwitten en mineralen

b)

vitamen, vetten en eiwitten

c)

mineralen, vitaminen en koolhydraten

12.

Botcellen worden steeds opnieuw aangemaakt. Hiervoor ben je...

a)

ijzer nodig

b)

calcium nodig

13.

Voor het maken van rode bloedcellen heb je het mineraal. .......nodig

a)

calcium

b)

ijzer

14.

Van welke bouwstoffen heb je het meest nodig? Zoek op van meest naar minst

a)

water - eiwitten - mineralen

b)

mineralen - eiwitten - water

c)

water - mineralen - eiwitten

d)

eiwitten - mineralen - water

15.

Wat zijn beschermende stoffen?

a)

vitaminen en eiwitten

b)

vitaminen en vetten

c)

vitaminen en mineralen

d)

vitaminen en koolhydraten

16.

ADH =

a)

Alle dagen hyper

b)

Aanbevolen dagelijkse hoeveelheid

c)

Aanbevolen dagelijkse hapjes

d)

Alle dagelijkse bezigheden

17.

Als je te weinig vitaminen en mineralen binnen krijgt, dan kun je een...

a)

waterpokkenziekte krijgen

b)

gebreksziekte krijgen

c)

niets krijgen