wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

§ 3.4 + 3.5 - Uitscheiding en immuunsysteem

Total questions: 12

Worksheet time: 1hrs 4mins

Name
Class
Date
1.

In de afbeelding zijn de nieren en de urinewegen van de mens schematisch getekend.

Welk nummer geeft het nierschors aan?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

2.

Wat is de naam van onderdeel 8?

a)

urinebuis

b)

nier

c)

blaas

d)

urineleider

3.

hoe heet onderdeel 5?

a)

nierschors

b)

nierbekken

c)

niermerg

d)

urineleider

4.

In welk onderdeel wordt urine verzameld?

a)

6

b)

4

c)

1

d)

9

5.

Antigenen zijn altijd lichaamsvreemd

a)

Waar

b)

Niet waar

6.

Wat zijn antistoffen?

a)

Lichaamsvreemde stoffen

b)

Ziekteverwekkers

c)

Een soort organisme

d)

Een stofje wat door witte bloedcellen wordt gemaakt

7.

............................. zijn herkenningspunten aan de buitenkant van een cel. Hieraan kun je een cel herkennen.

a)

Antistoffen

b)

Bacteriën

c)

Antigenen

d)

Vaccinatie

8.

Elke ziekteverwekker heeft zijn eigen specifieke antigenen waar een antistof tegen wordt gemaakt.

Een antistof past dus maar op een soort antigeen.

a)

Waar

b)

Niet waar

9.

Wat wordt er bij een vaccinatie in je lichaam gespoten?

a)

Een sterke versie van de ziekteverwekker

b)

Een antistof tegen de ziekteverwekker

c)

Antigenen tegen de ziekteverwekker

d)

Een verzwakte versie van de ziekteverwekker

10.

Na een inenting(vaccin) gaat je lichaam....

a)

Antigenen maken

b)

Antistoffen maken

c)

Vreetcellen maken

11.

Kunstmatige immuniteit is...

a)

...als je een vaccin toegediend krijgt

b)

...als je witte bloedcellen ingespoten krijgt

c)

...als jouw lichaam zelf antistoffen aanmaakt na een vaccinatie

d)

... als jouw lichaam zelf antigenen aanmaakt na een vaccinatie

12.

Als je gevoelig bent voor een stof dan noem je dat?

a)

Overgevoeligheid

b)

Astma

c)

Allergie