wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Les 4: Socialisatieproces KADER

Total questions: 18

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Het doel van socialisatie is dat de omgang tussen mensen soepel verloopt, omdat je weet wat je van elkaar kunt verwachten

a)

Waar

b)

Niet waar

2.

Mensen hebben behoefte aan voldoende slaap

a)

Aangeboren

b)

Aangeleerd

3.

Normen die binnen een groep als vanzelfsprekend worden beschouwd

a)

Aangeboren

b)

Aangeleerd

4.

Welke kleding jij mooi vindt

a)

Aangeboren

b)

Aangeleerd

5.

Baby's huilen wanneer ze honger hebben

a)

Aangeboren

b)

Aangeleerd

6.

De mogelijkheid om iets te kunnen ruiken

a)

Aangeboren

b)

Aangeleerd

7.

Voor veel Nederlanders is het moeilijk om Chinees te leren spreken, omdat:

a)

taal een aangeboren eigenschap is.

b)

Chinees veel moeilijker is dan bijvoorbeeld Japans of Arabisch.

c)

zij niet opgevoed zijn met de Chinese taal.

d)

je een taal vooral onbewust aanleert

8.

Socialisatie heeft te maken ....... eigenschappen

a)

Aangeleerde

b)

Aangeboren

9.

Vanaf welke leeftijd begint socialisatie

a)

Vanaf de geboorte

b)

Vanaf 4 jaar, dan ga je naar de basischool

c)

Vanaf het moment dat een kind kan praten

d)

Vanaf je 18e, dan ben je volwassen

10.

Veel organisaties hebben invloed op iemands waarden, normen en gedrag. Welke is het belangrijkst voor kleine kinderen?

a)

De media

b)

De overheid

c)

Het gezin

d)

Het geloof

11.

Socialisatie betekent dat mensen:

a)

kenmerken van een groep aanleren.

b)

allemaal dezelfde normen en waarden aanleren.

c)

verschillende culturen leren kennen.

d)

alle aangeboren eigenschappen afleren.

12.

Het land waar je vandaan komt heeft invloed op je identiteit

a)

Waar

b)

Niet waar

13.

De mensen waar je mee omgaat hebben invloed op je identiteit

a)

Waar

b)

Niet waar

14.

Loonsverhoging is een:

a)

Positieve sanctie

b)

Negatieve sanctie

15.

Strafwerk is een:

a)

Positieve sanctie

b)

Negatieve sanctie

16.

Bij sociale controle:

a)

Letten mensen op hoe jij je gedraagt

b)

Controleren mensen elkaars waarden

c)

Gaat het vooral om het afleren van aangeboren eigenschappen

17.

Strafwerk is een vorm van sociale controle

a)

Waar

b)

Niet waar

18.

Sancties zijn altijd negatief

a)

Waar

b)

Niet waar