wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H1 vwo 2 Zuid-Afrika en Argentinië

Total questions: 36

Worksheet time: 18mins

Name
Class
Date
1.

Welk klimaat vinden we niet in Zuid-Afrika?

a)

Woestijnklimaat

b)

Tropisch klimaat

c)

Zeeklimaat met droge winters

d)

Steppeklimaat

2.

Welke wijken liggen het verst verwijderd van het centrum van Kaapstad?

a)

Townships

b)

Suburbs

c)

Thuislanden

d)

Krottenwijken

3.

Wat is geen basisbehoefte?

a)

Goede infrastructuur en telefoonbezit

b)

Voedsel en gezondheidszorg

c)

Onderwijs en huisvesting

d)

Inkomen en voedsel

4.

Wat voor mensen wonen er vooral in Kayelitsha?

a)

Blanken

b)

Kleurlingen

c)

Indiërs

d)

Zwarten

5.

Welk van deze begrippen heeft niks te maken met de stad?

a)

Vluchtsector

b)

Urbanisatie

c)

Krottenwijken

d)

Mechanisatie

6.

Het herverdelen van het land van de blanke boeren onder arme zwarte boeren noemen we:

a)

Ruilverkaveling

b)

Landhervorming

c)

Erfpacht

d)

Zelfverzorging

7.

In Zuid-Afrika is de/het ...... hoog

a)

Artsendichtheid

b)

Levensverwachting

c)

BBP

d)

Analfabetisme

8.

Hoe ziet de demografische ontwikkeling in Zuid-Afrika eruit?

a)

Hoog geboortecijfer, hoog sterftecijfer

b)

Hoog geboortecijfer, laag sterftecijfer

c)

Laag geboortecijfer, hoog sterftecijfer

d)

Laag geboortecijfer, laag sterftecijfer

9.

Wat zijn 'black diamonds'?

a)

Dure edelstenen

b)

Zwarte wijken waar het relatief goed gaat

c)

Zwarte mensen die het relatief goed hebben

d)

Koffieplantages

10.

Waar staat Cw voor volgens het Köppensysteem?

a)

Landklimaat met droge winters

b)

Zeeklimaat met droge zomers

c)

Zeeklimaat met droge winters

d)

Landklimaat met droge zomers

11.

Hulp die rechtstreeks aan ontwikkelingslanden wordt versterkt

a)

Bilaterale hulp

b)

Structurele hulp

c)

Multilaterale hulp

d)

Noodhulp

12.

Wat is géén pushfactor?

a)

Geen werk

b)

Oorlog

c)

Hoog geboortecijfer

d)

Slechte gezondheidszorg

13.

Welke begrippen horen bij elkaar?

a)

Stijgingsregen en loefzijde

b)

Stuwingsregen en loefzijde

c)

Stijgingsregen en lijzijde

d)

Stuwingsregen en lijzijde

14.

Wat is een 'pampa' in Argentinië?

a)

Savanne

b)

Steppe

c)

Woestijn

d)

Hoogvlakte

15.

Waarom is het in het oosten van Argentinië droger dan in het westen?

a)

Lijzijde van Andesgebergte

b)

Loefzijde van Andesgebergte

16.

In Argentinië spreken ze

a)

Frans

b)

Portugees

c)

Engels

d)

Spaans

17.

De definitie van urbanisatiegraad is

a)

Het aantal stadsbewoners in een stad

b)

Het percentage stadsbewoners in een land

c)

Het percentage stadsbewoners in een stad

d)

Het aantal stadsbewoners in een land

18.

Hoe hoger de urbanisatiegraad, hoe ........

a)

hoger het ontwikkelingspeil van het land, hoe armer het land

b)

hoger het ontwikkelingspeil van het land, hoe rijker het land

c)

lager het ontwikkelingspeil van het land, hoe armer het land

d)

lager het ontwikkelingspeil van het land, hoe rijker het land

19.

Hoe armer het land, hoe....

a)

hoger het urbanisatietempo, hoe hoger de urbanisatiegraad

b)

hoger het urbanisatietempo, hoe lager de urbanisatiegraad

c)

lager het urbanisatietempo, hoe hoger de urbanisatiegraad

d)

lager het urbanisatietempo, hoe lager de urbanisatiegraad

20.

Het percentage stedelingen in een land is hoger in een

a)

arm land

b)

rijk land

21.

De algemene regel ''hoe rijker een land, hoe hoger de urbanisatiegraad'' gaat niet op in Argentinië. Er wonen veel mensen in de stad, maar niet omdat het land rijk is. Wat is er in Argentinië de reden dat veel mensen in de stad wonen?

a)

Het land is arm

b)

Er is weinig werk op het platteland, want ze zijn zelfverzorgend

c)

Er is weinig werk op het platteland, veel mensen zijn er landloos, want het land is in bezit van grootgrondbezitters

d)

Er zijn veel krottenwijken

22.

Waarom is het in het noorden van Argentinië warmer dan in Patagonië? 2 goede antwoorden

a)

Hogere breedteligging van het noorden

b)

Lagere breedteligging van het noorden

c)

Patagonië is een hoogvlakte

d)

Het noorden van Argentinië is een hoogvlakte

23.

In welke sector werken de meeste mensen in een ontwikkelingsland?

a)

Primaire sector

b)

Secundaire sector

c)

Tertiaire sector

24.

In welke sector werken de meeste mensen in een ontwikkeld land?

a)

Primaire sector

b)

Secundaire sector

c)

Tertiaire sector

25.

De secundaire sector is:

a)

De landbouw

b)

De industrie

c)

De diensten

26.

Soms voeren mensen geregistreerd werk uit, en soms niet-geregistreerd werk (zwart werk). In welke sector werken mensen zwart?

a)

Formele sector

b)

Informele sector

27.

De informele sector of vluchtsector is in ontwikkelingslanden meestal

a)

Groot

b)

Klein

28.

Mensen die vluchten naar de vluchtsector/informele sector werken meestal in de

a)

landbouw (primaire sector)

b)

industrie (secundaire sector)

c)

diensten (tertiaire sector)

29.

Als je van noord naar zuid loopt in Argentinië, door welke 3 landschappen kom je dan achtereenvolgens?

a)

Hooggebergte, hoogvlakte, savanne

b)

Steppe, savanne, hooggebergte

c)

Savanne, steppe, hoogvlakte

d)

Savanne, steppe, hooggbergte

30.

Als het over de demografie van een land gaat, dan gaat het over:

a)

De economie

b)

De politiek

c)

De bevolking

d)

De natuur

31.

Wat zijn 3 overeenkomsten tussen Zuid-Afrika en Argentinië?

a)

Ligt allebei op het zuidelijk halfrond

b)

Allebei een vestigingskolonie

c)

Grondbezit is ongelijk

d)

De meestvoorkomende godsdienst is Rooms-Katholiek

32.

Uit welke 3 zaken is de HDI (Human Development Index) opgebouwd?

a)

Levensverwachting

b)

Geboortecijfer

c)

Opleidingsniveau

d)

Inkomen

33.

Welke kant van Zuid-Afrika is het meest nat? West of oost?

a)

West

b)

Oost

34.

Heeft een arm land hoge of lage geboortecijfers?

a)

Hoge

b)

Lage

35.

Heeft een arm land hoge of lage stertecijfers?

a)

Hoge

b)

Lage

36.

Wat is een duale economie?

a)

Een economie met veel mensen in de primaire sector en weinig in de dienstensector

b)

Een economie met een modern deel en een achtergebleven deel