wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Tekstverbanden en signaalwoorden klas 3

Total questions: 17

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Welk signaalwoord hoort er bij het tekstverband opsomming?

a)

ook

b)

maar

c)

eerst

d)

doordat

2.

Welk signaalwoord hoort er bij het tekstverband tegenstelling?

a)

maar

b)

tevens

c)

dan

d)

als

3.

Welk signaalwoord hoort er bij het tekstverband voorbeeld?

a)

zo

b)

net als

c)

omdat

d)

bovendien

4.
Welk signaalwoord hoort er bij het tekstverband oorzaak-gevolg?
a)
daarmee
b)
daardoor
c)
want
d)
daarom
5.

Welk signaalwoord hoort er bij het tekstverband tijdsvolgorde?

a)

Eerst

b)

En

c)

Doordat

d)

Bijvoorbeeld

6.

Welk tekstverband zie je tussen deze zinnen?


Slechte nachten zorgt voor chagrijnige mensen . Ook ongezonde voeding zorgt voor een slecht humeur.

a)

Tijdsvolgorde

b)

Tegenstelling

c)

Oorzaak-gevolg

d)

Opsomming

7.

Van welk tekstverband is hier sprake?


Hoewel hij niet van Spanje houdt, gaat hij er elk jaar heen.

a)

Opsomming

b)

Oorzaak-gevolg

c)

Tegenstelling

d)

Voorbeeld

8.

Welk tekstverband hoort er bij onderstaande zin?


Je moet eerst de bloemen schuin afsnijden, daarna doe je water in een vaas en als laatste doe je de bloemen in de vaas.

a)

Tijdsvolgorde

b)

Oorzaak-Gevolg

c)

Voorbeeld

d)

Tegenstelling

9.

Welk tekstverband zie je tussen deze zinnen?


Van te veel uv-straling kun je kanker krijgen. Daarom moet je je goed insmeren.

a)

Voorbeeld

b)

Opsomming

c)

Tegenstelling

d)

Oorzaak-gevolg

10.

Welk tekstverband zie je tussen deze zinnen.


Er was een weer-alarm afgegeven. Mijn vader ging onze caravan echter toch terugbrengen naar de stalling.

a)

Voorbeeld

b)

Opsomming

c)

Tegenstelling

d)

Oorzaak-gevolg

11.

Welk tekstverband zie je tussen deze zinnen?


Vancouver Island heeft ontzettend veel mooie natuur te bieden. Ook kun je er met een boot op zoek gaan naar walvissen en beren en zwemmen tussen de zalmen.

a)

Vergelijking

b)

Opsomming

c)

Tegenstelling

d)

Tijdsvolgorde

12.

Welk tekstverband zie je tussen de delen van deze zinnen?


Homer heeft een goed resultaat, omdat hij hard geleerd heeft.

a)

Opsomming

b)

Vergelijking

c)

Tijdsvolgorde

d)

Oorzaak-gevolg

13.

'Ten eerste', 'ten tweede' en 'daarna' geven een opsomming aan

a)

Juist

b)

Fout

14.

'Ik vind je aardig, maar ik kan je niet helpen'

a)

'Maar' geeft een vergelijking aan

b)

'Maar' geeft een tegenstelling aan

15.

Doordat het regent, is mijn jas nat.

a)

Dit is een reden

b)

Dit is een oorzaak-gevolg verband

16.

Hoewel ik genoeg geld heb, koop ik die telefoon toch niet.

a)

Dit is een vergelijking

b)

Dit is een tegenstelling

17.

Voorbeelden van signaalwoorden zijn:

a)

Maar, en, toch, daarna, ten slotte.

b)

Juist, deze, hij, die.

c)

Dat, doen, daar, het, om, uit.

d)

Geen van allen.