NEW
Font size
WorksheetsTekstverbanden en signaalwoorden klas 3
Total questions: 17
Worksheet time: 8mins
Welk signaalwoord hoort er bij het tekstverband opsomming?
ook
maar
eerst
doordat
Welk signaalwoord hoort er bij het tekstverband tegenstelling?
maar
tevens
dan
als
Welk signaalwoord hoort er bij het tekstverband voorbeeld?
zo
net als
omdat
bovendien
Welk signaalwoord hoort er bij het tekstverband tijdsvolgorde?
Eerst
En
Doordat
Bijvoorbeeld
Welk tekstverband zie je tussen deze zinnen?
Slechte nachten zorgt voor chagrijnige mensen . Ook ongezonde voeding zorgt voor een slecht humeur.
Tijdsvolgorde
Tegenstelling
Oorzaak-gevolg
Opsomming
Van welk tekstverband is hier sprake?
Hoewel hij niet van Spanje houdt, gaat hij er elk jaar heen.
Opsomming
Oorzaak-gevolg
Tegenstelling
Voorbeeld
Welk tekstverband hoort er bij onderstaande zin?
Je moet eerst de bloemen schuin afsnijden, daarna doe je water in een vaas en als laatste doe je de bloemen in de vaas.
Tijdsvolgorde
Oorzaak-Gevolg
Voorbeeld
Tegenstelling
Welk tekstverband zie je tussen deze zinnen?
Van te veel uv-straling kun je kanker krijgen. Daarom moet je je goed insmeren.
Voorbeeld
Opsomming
Tegenstelling
Oorzaak-gevolg
Welk tekstverband zie je tussen deze zinnen.
Er was een weer-alarm afgegeven. Mijn vader ging onze caravan echter toch terugbrengen naar de stalling.
Voorbeeld
Opsomming
Tegenstelling
Oorzaak-gevolg
Welk tekstverband zie je tussen deze zinnen?
Vancouver Island heeft ontzettend veel mooie natuur te bieden. Ook kun je er met een boot op zoek gaan naar walvissen en beren en zwemmen tussen de zalmen.
Vergelijking
Opsomming
Tegenstelling
Tijdsvolgorde
Welk tekstverband zie je tussen de delen van deze zinnen?
Homer heeft een goed resultaat, omdat hij hard geleerd heeft.
Opsomming
Vergelijking
Tijdsvolgorde
Oorzaak-gevolg
'Ten eerste', 'ten tweede' en 'daarna' geven een opsomming aan
Juist
Fout
'Ik vind je aardig, maar ik kan je niet helpen'
'Maar' geeft een vergelijking aan
'Maar' geeft een tegenstelling aan
Doordat het regent, is mijn jas nat.
Dit is een reden
Dit is een oorzaak-gevolg verband
Hoewel ik genoeg geld heb, koop ik die telefoon toch niet.
Dit is een vergelijking
Dit is een tegenstelling
Voorbeelden van signaalwoorden zijn:
Maar, en, toch, daarna, ten slotte.
Juist, deze, hij, die.
Dat, doen, daar, het, om, uit.
Geen van allen.
