wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Thema 4 basisstof 5 Dieren BIOLOGIE

Total questions: 25

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.
Welk dier heeft geen inwendig skelet?
a)
Ezel
b)
Kip
c)
Salamander
d)
Schorpioen
2.
Welk dier is veelzijdig symmetrisch
a)
Zeekomkommer
b)
Zeebaars
c)
Zeester
d)
Dolfijn
3.
Wat is de functie van het skelet van een dier?
a)
Stevigheid en beweging
b)
Stevigheid en bescherming
c)
Bescherming en verdediging
d)
Bescherming en camouflage
4.
Het huisje van een huisjesslak is een voorbeeld van een...
a)
Inwendig skelet
b)
Beschermend skelet
c)
Hard skelet
d)
Uitwendig skelet
5.
Waarom leven de meeste dieren zonder skelet onder water?
a)
Deze dieren kunnen niet tegen de lucht.
b)
De dieren hebben kieuwen
c)
De dieren hebben geen skelet nodig.
d)
Deze dieren hebben geen stevigheid nodig, omdat alles zweeft onder water.
6.
Dit is een gordeldier. Een gordel dier heeft een ..1.. en is daarom een ...2...
a)
Inwendig skelet - geleedpotigen
b)
Inwendig skelet - gewervelden
c)
Uitwendig skelet - geleedpotigen
d)
Uitwendig skelet - worm
7.

Dieren met een Uitwendig skelet zijn:

(Selecteer meerdere)

a)

Vissen

b)

Mossels

c)

Honden

d)

Krabben

e)

Slakken

8.

Dieren met een inwendig skelet zijn:

(Selecteer meerdere)

a)

Vissen

b)

Mensen

c)

Honden

d)

Slangen

e)

Slakken

9.

Deze vermeerdering van cellen hoort bij welk rijk?

a)

Schimmels

b)

Bacteriën

c)

Planten

d)

Mensen

10.
Welk dier is een zoogdier?
a)
mus
b)
krab
c)
hond
d)
pladijs
11.
Welk dier is géén vogel?
a)
ekster
b)
mol
c)
merel
d)
mus
12.
Hoeveel poten heeft een spin?
a)
2
b)
4
c)
6
d)
8
13.
Welk dier leeft niet in water?
a)
stokstaartje
b)
kwal
c)
paling
d)
orka
14.

Welke STAM is het grootst in het dierenrijk wat betreft het aantal diersoorten?

a)

Gewervelden

b)

Geleedpotigen

c)

Neteldieren

d)

Stekelhuidigen

15.

Tot welke STAM van het dierenrijk behoort het dier in de afbeelding?

a)

Stekelhuidigen

b)

Zoogdieren

c)

Gewervelden

d)

Weekdieren

16.

In de afbeelding zie je een wants. Deze is:

a)

Tweezijdig symmetrisch

b)

Niet-symmetrisch

c)

Veelzijdig symmetrisch

17.

Welke uitspraak is waar over het dier in de afbeelding?

a)

Dit dier is niet-symmetrisch

b)

Dit dier behoort tot de stekelhuidigen

c)

Dit dier heeft geen skelet

18.

Tot welk STAM behoort onderstaand organisme?

a)

Sponzen

b)

Neteldieren

c)

Gewervelden

d)

Weekdieren

e)

Geleedpotigen

19.

Tot welke STAM behoort de onderstaande kwal?

a)

Sponzen

b)

Weekdieren

c)

Neteldieren

d)

Stekelhuidigen

e)

Geleedpotigen

20.

Bij welke stammen van het dierenrijk zijn de dieren niet symmetrisch en zitten ze vaak vast op de bodem van de zee?

a)

Sponzen

b)

Neteldieren

c)

Vissen

d)

Stekelhuidigen

21.

Tot welke groep (klasse) behoort het dier in de afbeelding

a)

Insecten

b)

Spinachtigen

c)

Geleedpotigen

d)

Dieren

22.

Tot welke STAM behoort het dier in de afbeelding?

a)

Wormen

b)

Weekdieren

c)

Neteldieren

d)

Stekelhuidigen

23.

Tot welke STAM behoort de kreeft?

a)

Gewervelden

b)

Kreeftachtigen

c)

Geleedpotigen

d)

Stekelhuidigen

24.

Tot welke STAM behoort het dier in de afbeelding?

a)

Weekdieren

b)

Neteldieren

c)

Stekelhuidigen

d)

Sponzen

e)

Gewervelden

25.

Welke STAM zie je NIET in de afbeelding terug?

a)

Stekelhuidigen

b)

Weekdieren

c)

Geleedpotigen

d)

Sponzen

e)

Neteldieren