WorksheetsModule 2 - 2.1 t/m 2.3
Total questions: 28
Worksheet time: 14mins
Een dier kan bestaan uit één cel of veel cellen bestaan
waar
niet waar
Een dierlijke cel heeft een vacuole
waar
niet waar
De vorm en bouw van een cel hangen samen met de functie
waar
niet waar
Weefsel is..
cellen met dezelfde vorm en functie
weefsels met dezelfde vorm en functie
cellen met dezelfde smaak en functie
Voorbeelden van organen zijn:
long, tong, nier, hart
long, vin, nier, hart
long, kieuw, nier, hart
long, kieuw, mier, hart
Een zenuwcel die impulsen kan doorgeven is langgerekt
waar
niet waar
weefsel dat de darm bedekt wordt ook wel dekweefsel genoemd
waar
niet waar
orgaanstelsel is...
verschillende organen bij elkaar, die samen één of meer functies hebben
verschillende organen bij elkaar, die samen één functie hebben
verschillende organen bij elkaar, die samen meer functies hebben
Dieren die plantaardig voedsel eten heten
Herbivoren
Carnivoren
Omnivoren
Definitie van een vleeseter is:
zijn dieren die plantaardig voedsel eten, bijv. leeuw, kat, tijger
zijn dieren die zichzelf opeten, bijv. leeuw, kat, tijger
zijn dieren die dierlijk voedsel eten, bijv. leeuw, kat, tijger
De darmlengte van een vleeseter is erg lang
waar
niet waar
De koe is een planteneter met een lang darmkanaal en een dikke buik
waar
niet waar
Planteneters hebben
plooikiezen
knipkiezen
knobbelkiezen
Vleeseters hebben
plooikiezen
knipkiezen
knobbelkiezen
Alleseters hebben..
plooikiezen
knipkiezen
knobbelkiezen
Een zwemblaas in een vis is om de zwemhoogte te regelen
waar
niet waar
Om te sluipen lopen katachtigen op hun......... daarom heten ze..
tenen en teengangers
zolen en zoolgangers
hoeven en hoefgangers
Zoolganger is
dieren die maar een klein deel van hun zool gebruiken
dieren die op hun hele zool lopen
bestaat helemaal niet
Hoefgangers en zoolgangers kunnen over het algemeen heel hard lopen
waar
niet waar
Dierlijk/plantaardig voedsel is moeilijker verteerbaar
dierlijk
plantaardig
Een vleeseter// planteneter heeft in verhouding een langere darm
vleeseter
planteneter
ééncellige diertjes zijn..
diertjes die bestaan uit één cel
langgerekt dier zonder poten
dier met een uitwendig pantser
Gewervelde dieren omvat vijf klassen:
vissen, amfibieën, reptielen, vogels en zoogdieren
reptielen, vissen, vogels, zoogdieren en vissen
vogels, vissen, reptielen, zoogdieren en vogels
zoogdieren, reptielen, amfibieën, vissen en vossen
De meest voorkomende soort in het dierenrijk zijn de:
gewervelden
weekdieren
wormen
geleedpotigen
Amfibieën hebben eerst kieuwen en daarna longen
waar
niet waar
waterdier met schubben en kieuwen
reptiel
vis
vogel
dier dat eieren met een kalkschaal legt
vogels
reptielen
zoogdieren
baart levende jongen..
reptielen
zoogdieren
vogels
