wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

IVKO A herhaling H1- H3-H4-H5-H6-H7

Total questions: 47

Worksheet time: 8hrs 48mins

Name
Class
Date
1.
Bart vaart vanaf het eiland Nes in noordwestelijke richting (zie afbeelding).
Naar welk eiland vaart hij dan?
a)
Kalp
b)
Long
c)
Men
d)
Oser
2.

Wat betekent de hoofdletter O in een assenstelsel?

a)

Oorspronkelijk

b)

Onder

c)

Oorsprong

d)

Nul

3.
Wat zijn de coördinaten van punt G? (zie afbeelding)
a)
(2, 1)
b)
(-2, 1)
c)
(2, -1)
d)
(-2, -1)
4.
Bij welk punt horen de coördinaten (-2, -1)?
(zie afbeelding)
a)
punt C
b)
punt D
c)
punt E
d)
punt F
5.

Noem alle roosterpunten op die getekend zijn.

a)

A, B, C, E en D

b)

A, B, C, E en F

c)

A, E en F

d)

A, D, E, F en G

6.

Je hebt het punt K (2,3). Wat zijn de coördinaten van punt L als je 4 hokjes naar rechts gaat en 5 hokjes naar beneden.

a)

L(6,-2)

b)

L(6,8)

c)

L(-2,8)

d)

L(-3,7)

7.

Wat was de temperatuur om 18.00 op woensdag?

a)

De temperatuur om 18.00 was 19o C

b)

De temperatuur om 18.00 was 18,5o C

c)

De temperatuur om 18.00 was 18o C

d)

De temperatuur om 18.00 was 20o C

8.

Bij een restaurant gebruiken ze deze formule. Hoeveel moet je betalen als je 3 drankjes neemt?

a)

24 euro

b)

6 euro

c)

20 euro

d)

120 euro

9.

De grafiek hierboven gaat over het opbranden van een kaars.

Wanneer is de kaars helemaal opgebrand?

a)

Na 12 uur is de kaars opgebrand.

b)

Bij 12 is de kaars opgebrand.

c)

Na 25 uur is de kaars opgebrand.

d)

Na 25 is de kaars opgebrand.

10.

Hierboven zie je twee grafieken van twee verschillende kaarsen die opbranden.

Welke formule hoort bij welke grafiek

formule 1:

Lengte = 25 - 1⅔ x aantal uur

formule 2:

Lengte = 30 - 3 x aantal uur

a)

Bij grafiek I hoort formule 2

Bij grafiek II hoort formule 1

b)

Bij grafiek I hoort formule 1

Bij grafiek II hoort formule 2

c)

Bij grafiek I hoort formule 2

Bij grafiek II hoort geen van de formules.

d)

Bij grafiek I hoort geen van de formules

Bij grafiek II hoort formule 2

11.

Is er sprake van regelmatige toename in de tabel hierboven? Zo ja wat zou je onder T = 11 moeten invullen?

a)

Ja er is een regelmatige toename. Het getal onder 11 = 32

b)

Ja er is een regelmatige toename. Het getal onder 11 = 36

c)

Nee er is geen regelmatige toename.

d)

Dat kun je niet uitrekenen.

12.

Hoe noem je dit stukje lijn (zie pijl hierboven)?

a)

Een kreuklijn.

b)

Een zigzaglijn.

c)

Een gebroken lijn.

d)

Een verschoven lijn.

13.

Gans staat €19,50 rood op zijn rekening. Hij krijgt zijn salaris van € 35,50 gestort. Wat is zijn nieuwe saldo?

a)

€ 55,00

b)

- € 55,00

c)

€ 19,00

d)

€ 16,00

14.

Welk teken moet ertussen?

-22.25 ... -22.24

a)

>

b)

<

15.

De lengte van een kaars kun je berekenen met de woordformule

lengte = 42 - 6 . aantal branduren.

Hoeveel cm wordt de kaars per uur korter?

a)

42

b)

6

c)

-6

d)

0

16.

De lengte van een kaars kun je berekenen met de woordformule

lengte = 42 - 6 ∙ aantal branduren.

Hoe lang is de kaars nadat hij 3 uur gebrand heeft?

a)

24

b)

22

c)

-18

d)

108

17.

De lengte van een kaars kun je berekenen met de woordformule

lengte = 42 - 6 . aantal branduren.

Een tweede kaars is 1,5 keer zo lang en brandt net zo snel op. Wat wordt de nieuwe formule?

a)

lengte = 63 - 6 . aantal branduren.

b)

lengte = 42 - 9 . aantal branduren.

c)

lengte = 1,5(42 - 6 . aantal branduren).

d)

1,5 x lengte = 42 - 6 . aantal branduren.

18.

Joshua heeft een krantenwijk. Zijn inkomsten kan hij berekenen met de formule

Inkomsten = 2,50 + 0,25 x aantal kranten

Hoeveel verdient hij als hij 95 kranten rond brengt?

a)

Inkomsten = 26,25

b)

Inkomsten = 26

c)

Inkomsten = 261,25

d)

Inkomsten = 23,75

19.
Hoe heten deze ruimtefiguren?
a)
A = Kegel
B = Kubus
C=Cilinder
b)
A=Piramide
B = Balk
C = Buis
c)
A=Piramide
B = Kubus
C=Cilinder
d)
A = Kegel
B = Balk
C = Buis
20.

Welke ribben komen er uit bij punt A?

a)

A-D, A-B en A-E

b)

ad, ab en ae

c)

AD, AB en AE

d)

D, B en E

21.

Bij welke afbeelding is de straal goed getekend?

a)
b)
c)
d)
22.
Hoeveel hoekpunten heeft een piramide met een rechthoekig grondvlak?
a)
3
b)
4
c)
5
d)
6
23.

Hoe noem je dit teken?

a)

Rechtehoek teken

b)

Horizontale kubus teken

c)

Vierkant teken

d)

Loodlijn teken

24.

Wat wijzen de pijltjes aan?

a)

Snijpunten

b)

Hoekpunten

c)

Ribben

d)

Rechte hoekpunten

25.

De getekende lijnen noem je de.....

a)

Evenwijdige lijnen

b)

Loodlijnen

c)

Rechtehoek tekenlijnen

d)

Horizontale geodriehoek lijnen

26.

Hoe heet de hoek die wordt gevormd door

∠D1 en ∠D2 samen?

a)

rechte hoek

b)

gestrekte hoek

c)

overstaande hoek

d)

overstrekte hoek

27.

∠D1 = 29 °

Bereken ∠D2

a)

∠D2 = 131°

b)

∠D2 = 151°

c)

∠D2 = 61°

d)

∠D2 = 331°

28.

Bereken ∠A1

a)

∠A1 = 110 °

b)

∠A1 = 90 °

c)

∠A1 = 290 °

d)

∠A1 = 180 °

29.

Hoeveel graden is deze hoek?

a)

de hoek = 56°

b)

de hoek = 64°

c)

de hoek = 124°

d)

de hoek = 136°

30.

Hoe groot is ∠C?

a)

∠C = 180 − 115 − 35 = 30°

b)

∠C = 160 − 115 − 35 = 10°

c)

∠C = 360 − 115 − 35 = 210°

d)

∠C = 90 − 35 = 55°

31.

Op de afbeelding wordt een ........ getekend.

a)

loodrechte lijn op k

b)

evenwijdige lijn aan k

32.

Hierboven zie je de kijklijn van een fototoestel getekend. Om een grotere kijkhoek te krijgen moet je........

a)

naar voren lopen.

b)

naar achteren lopen

c)

het fototoestel hoger houden

d)

het fototoestel lager houden

33.

Welke grootheid wordt hier gemeten?

a)

gewicht

b)

lengte

c)

inhoud

d)

temperatuur

34.

5 liter = …. dm³

a)

0,5 dm³

b)

5 dm³

c)

50 dm³

d)

0,05 dm³

35.

Het hek om de vijver komt 1 meter van de waterkant af.

Hoelang is het hek?

a)

Lengte hek = 21,99 m

b)

Lengte hek = 21,99 m2

c)

Lengte hek = 11 m

d)

Lengte hek = 11 m2

36.

Bereken de oppervlakte van de gele cirkel.

Rond af op 1 decimaal

a)

oppervlakte = 113,1 cm2

b)

oppervlakte = 18,8 cm2

c)

oppervlakte = 37,7 cm2

d)

oppervlakte = 452,4 cm2

37.
Hoeveel weken zitten er in een jaar?
a)
48
b)
50
c)
52
d)
54
38.
Een hardloper loopt de 100 meter in 12 seconden.
Wat is zijn gemiddelde snelheid in km/u?
a)
12 km/u
b)
20 km/u
c)
30 km/u
d)
Het juiste antwoord staat er niet bij
39.

Hoeveel dagen is 5,8 jaar?

a)

5800

b)

1825

c)

2117

d)

1835

40.

Wat is de inhoud van een ronde, platte kaas (cilinder) . De diameter is 40 centimeter, de hoogte is 11 centimeter.

a)

13823 cm3

b)

13283 cm3

c)

3445 cm3

d)

13815 cm3

41.

y = -7x2

Bereken y voor x = -5

a)

70

b)

-175

c)

75

d)

-725

42.

y = 5x2 − 7

Bereken y voor x = -4

a)

-87

b)

73

c)

-47

d)

-65

43.

−3a + 5a − a =...

a)

a

b)

1a

c)

7a

d)

9a

44.

Herleid of schrijf kan niet korter

3a · 2b · 0 · 2c=

a)

0

b)

12abc

c)

7abc

d)

Kan niet korter.

45.

Herleid of schrijf kan niet korter

t + t=

a)

t2

b)

2t

c)

2t2

d)

Kan niet korter.

46.

Bij de brug over het water hoort de formule

y = −0,25x2 + 4

Wat is de maximale hoogte dat de mast van een bootje mag hebben om er onderdoor te kunnen varen?

a)

maximaal 4 m

b)

maximaal 3,75 m

c)

maximaal 4,25 m

d)

Dat kun je niet berekenen want er staan geen getallen bij de assen.

47.

De brug tussen de torens is opgehangen aan een stalen draad. De formule die hierbij hoort is

y = 0,1983x2 + 5

Op welke hoogte is de staalkabel vastgemaakt aan de torens, Rond af op een decimalen.

a)

84,3 m

b)

74,3 m

c)

83,5 m

d)

De formule geeft een negatief getal.