wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Verbanden en signaalwoorden (1)

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Wat voor verband geeft het woord bovendien aan?

a)

Opsomming

b)

Tegenstelling

c)

Voorbeeld/Toelichting

2.

Wat voor verband geeft het woord daarentegen aan?

a)

Opsomming

b)

Voorbeeld/Toelichting

c)

Tegenstelling

3.

Wat voor verband geeft het woord ter illustratie aan?

a)

Voorbeeld/Toelichting

b)

Tegenstelling

c)

Opsomming

4.

Welke optie geeft geen opsomming aan?

a)

Een dubbele punt

b)

Liggende streepjes

c)

Getallen

d)

Staande streepjes

5.

In welke zin staat een opsomming?

a)

Jullie pakken pen en papier.

b)

Ik zou daar wel iets van willen vinden, maar kan dat niet.

c)

Voor hoge cijfers zou je bijvoorbeeld meer tijd aan je huiswerk kunnen besteden.

6.

Voorbeeld van een tegenstelling : Ik dacht dat ik die vriend kon vertrouwen, desondanks heeft hij toch mijn geheim doorverteld.

a)

Waar met signaalwoord : dat

b)

Niet waar

c)

Waar met signaalwoord : desondanks

7.

Hoewel, daarentegen, aan de ene kant... aan de andere kant, maar, toch zijn signaalwoorden die horen bij een :

a)

tegenstelling

b)

reden

c)

opsomming

8.

Welke signaalwoorden horen bij het tekstverband 'opsomming'?

a)

dus, daarom, kortom

b)

daardoor, doordat, als gevolg van

c)

ook, bovendien, daarnaast

d)

maar, toch, echter

9.

Welk verband hoort bij: bijvoorbeeld, zo, zoals?

a)

Redengevend verband

b)

Toelichtend verband

c)

Voorwaardelijk verband

10.

Welk van de volgende signaalwoorden hoort niet bij een opsommend verband?

a)

Bovendien

b)

Als laatste

c)

Echter

d)

Vervolgens