Worksheetsterugblik elektriciteit
Total questions: 32
Worksheet time: 40mins
Welke stelling is juist?
Welke stelling is juist?
Wanneer kan er in een stroomkring stroom lopen?
Als het rode draad in de plus kant zit en het zwarte draad in de min kant
Als er genoeg isolatoren in de stroomkring zitten
Alleen als de stroomkring gesloten is
Alle drie de antwoorden zijn juist
Ik draai 1 lampje uit deze schakeling. Wat gebeurt er met de andere 6 lampen?
Alle lampjes gaan uit
De andere 6 lampjes gaan allemaal iets harder branden
Er gebeurt helemaal niets
Alleen de lampjes die voor de lamp staan die eruit is gedraaid, werken nog.
In een schakeling zijn drie lampjes in serie geschakeld. Welke twee beweringen over de stroom en de stroomsterkte in deze schakeling zijn waar?
De stroomsterkte is overal in de stroomkring gelijk.
De totale stroomsterkte is het grootst door het eerste lampje.
De totale stroomsterkte vind je door de stroomsterktes door de drie lampjes bij elkaar op te tellen.
De stroom kan maar één route volgen.
Op de staaf-batterij staat: 1,5 V. Dit is de .....van de batterij
spanning
warmte
grootte
inhoud
Om elektriciteit te krijgen heb je een.............nodig
spanningsbron
lichtbron
waterbron
Wat kun je zeggen als in een parallel-schakeling een apparaat kapot is?
de andere apparaten werken dan ook niet
de andere apparaten werken wel
de andere apparaten gaan ook kapot
Wat is de formule om het vermogen van een apparaat te berekenen?
P = U ∕ I
P = U * I
U = I ∕ P
U = P * I
Betty maakt een parallelschakeling met drie lampjes. Ze sluit de schakeling aan op een gelijkspanningsbron. Welk schema hoort bij deze schakeling?
Jos maakt een serieschakeling met twee lampjes. Hij wil de totale stroomsterkte meten door de stroomkring. In welke figuur staat de stroommeter juist aangesloten?
Bekijk de getekende schakeling. Bereken stroom I2. Welke berekening in juist?
I2 = 1,3A – 0,4A – 0,6A = 0,3A
I2 = 1,3A + 0,4A + 0,6A = 2,3A
I2 = 0,4A + 0,6A = 1,0A
In de schakeling is op twee plaatsen de stroomsterkte gemeten. De meetresultaten staan bij de schakeling vermeld. Welke twee beweringen over de stroomsterkte in deze schakeling zijn juist?
De stroomsterkte bij A is gelijk aan de totale stroomsterkte.
De stroomsterkte bij B is gelijk aan de stroomsterkte bij C
Bij D is de stroomsterkte het grootst.
Bij D is de stroomsterkte het kleinst.
Wat is het symbool van stroomsterkte?
I
U
A
V
Wat is de eenheid van stroomsterkte
Ampere
Volt
Watt
als je lampje 1 losdraait....
gaat lampje 2 uit
blijft lampje 2 aan
welke schema geeft de schakeling juist weer?
Drie regels zijn fout. Welke regel is juist?
stroomsterkte (I) in ampère (A)
stroomsterkte (U) in ampère (A)
stroomsterkte (I) in volt (V)
stroomsterkte (U) in volt (V)
Drie regels zijn fout. Welke regel is juist?
spanning (I) in ampère (A)
spanning (U) in ampère (A)
spanning (I) in volt (V)
spanning (U) in volt (V)
