Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2AT H4 oefenen toets

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

In een samengestelde zin staan twee of meer persoonsvormen.

a)

waar

b)

niet waar

2.

Wat is de structuur van deze zin?

Hoewel Sven er nog niet is, gaan we toch weg, want anders missen we de bus.

a)

hz + hz + hz

b)

hz + hz + bz

c)

hz + bz + hz

d)

hz + bz + bz

e)

bz + hz + hz

3.

Wat is de structuur van deze zin?

Die meiden lopen elke middag door de stad en ik kan me niet voorstellen dat ze dat leuk vinden.

a)

hz + hz + hz

b)

hz + hz + bz

c)

hz + bz + hz

d)

hz + bz + bz

e)

bz + bz + hz

4.

Wat is de structuur van deze zin?

Wij gaan op vakantie, maar de hond mag niet mee, dus hij gaat bij mijn tante logeren.

a)

hz + hz + hz

b)

hz + hz + bz

c)

hz + bz + hz

d)

hz + bz + bz

e)

bz + bz + hz

5.

Wat is de structuur van deze zin?

Zodra het stopt met regenen en we het veld weer op kunnen, hervatten we de wedstrijd.

a)

hz + hz + hz

b)

hz + hz + bz

c)

hz + bz + hz

d)

hz + bz + bz

e)

bz + bz + hz

6.

Hoeveel voegwoorden staan er in deze zin?

De achtjarige Jenna uit Canada is door een chihuahua gered nadat een pitbull haar aanviel en haar in het gezicht begon te bijten

a)

geen

b)

1

c)

2

d)

3

7.

Welke voegwoorden staan in deze zin? (goede volgorde aanhouden!)

Hoewel ze honderden hechtingen kreeg en nog verschillende operaties moet ondergaan, vallen de verwondingen relatief mee

a)

twee keer onderschikkend voegwoord

b)

twee keer nevenschikkend voegwoord

c)

nevenschikkend en onderschikkend

d)

onderschikkend en nevenschikkend

8.

Wat zijn de voegwoorden in deze zin?

Voordat Jenna ook maar iets kon doen, begon de agressieve hond van de buren haar te bijten.

a)

voordat, ook, maar, begon

b)

voordat, ook, maar

c)

voordat, maar

d)

voordat

9.

Het woord of kan zowel een nevenschikkend als een onderschikkend voegwoord zijn.

a)

waar

b)

niet waar

10.

Wat is de juiste samenstelling?

kip + pastei

a)

kippenpastei

b)

kippepastei

c)

kippastei

11.

Wat is de juiste samenstelling?

waarde + bon

a)

waardebon

b)

waardenbon

c)

waardesbon

12.

Welk woord is correct gespeld?

a)

aceptabel

b)

creativiteit

c)

recalsitrant

d)

somatisch

13.

Wat is de juiste werkwoordsvorm?

De acteur […] (antwoorden) dat zijn tegenspeelster hem tijdens het filmen niet […] (vertrouwen).

a)

antwoord, vertrouwt

b)

antwoordt, vertrouwd

c)

antwoort, vertrouwdt

d)

antwoordt, vertrouwt

14.

Wat is de juiste werkwoordsvorm in de verleden tijd?

De ouders […] (lachen) toen de leerlingen vanuit de bus naar hen […] (wuiven).

a)

lachten, wuiften

b)

lachten, wuifden

c)

lachten, woven

d)

lachden, wuifden

15.

Wat is de juiste werkwoordsvorm in de verleden tijd?

De paarden […] (hinniken) in de stal, terwijl de ruiters […] (uitrusten).

a)

hinnikten, uitrustten

b)

hinnikten, uitrusten

c)

hinnikden, uitrustten

d)

hinnikden, uitrusden