wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

nn5 1tl hfd 3 poëzie en fictie en Test 1 tm 7

Total questions: 11

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Wat wordt er bedoeld met wonderlijke prinsen op witte paarden ?

a)

De prins op het witte paard is de man van je dromen.

b)

Een prins verschijnt als een wonder.

c)

In een wonder verschijnt een prins op een wit paard.

d)

Het betekent niets.

2.

Welke kenmerken van een gedicht vind je terug in de songtekst Alles is liefde ? MEERDERE ANTWOORDEN MOGELIJK.

a)

Er staan minder woorden op een bladzijde.

b)

De tekst is verdeeld in coupletten.

c)

De regels rijmen.

d)

De dingen worden op een mooie en bijzondere manier gezegd.

e)

Het gedicht kan niet echt zijn, alles is verzonnen.

3.

Op welke plekken in de tekst vind je vaak de hoofdgedachte?

a)

In de inleiding van een tekst.

b)

In het slot van een tekst.

c)

In de inleiding of in het slot van een tekst.

d)

In de inleiding of in het middenstuk van een tekst.

e)

In het middenstuk of in het slot van een tekst.

4.

Wat is het onderwerp van tekst 1 op bl. 123.

a)

Een te zware en volle tas.

b)

Een te zware tas.

c)

Zwaar en vol.

d)

Een volle tas.

e)

Zware schooltassen.

5.

Uit welke alinea's bestaat: a. de inleiding; b. het middenstuk; c. het slot?

a)

a. alinea 1; b. alinea 2; c. alinea 3 en 4.

b)

a. alinea 1 en 2; b. alinea 3; c. alinea 4.

c)

a. alinea 1; b. alinea 2 en 3; c. alinea 4.

d)

a. alinea 1; b. alinea 2, 3; en deel van alinea 4; c. laatste regel van alinea 4.

6.

Welke mogelijke oplossingen heeft Just voor het probleem van zware schooltassen. MEERDERE ANTWOORDMOGELIJKHEDEN.

a)

Boeken op een I-pad aanbieden.

b)

Uitgeverijen zouden de boeken lichter kunnen maken.

c)

Boeken delen met andere leerlingen.

d)

Scholen zouden meer boeken in de klas kunnen leggen.

e)

Leerlingen zouden meer met de computer kunnen werken.

7.

Wat is de hoofdgedachte van de tekst?

a)

B Het probleem van te zware boekentassen is niet zomaar op te lossen.

b)

A Door een paar simpele regels zou het probleem van te zware boekentassen opgelost kunnen worden.

c)

C Scholieren vergroeien na drie maanden door te zware en te volle boekentassen.

8.

BONUSVRAAG: Waaruit bestaat het werkwoordelijk gezegde?

a)

Uit alle werkwoorden in een zin.

b)

Uit de persoonsvorm.

c)

Altijd uit één werkwoord.

d)

Uit de persoonsvorm en het onderwerp.

9.

BONUSVRAAG: Waar of Niet waar? Een bijvoeglijk naamwoord staat altijd voor een zelfstandig naamwoord?

a)

Waar

b)

Niet waar

10.

BONUSVRAAG: Wat is de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd? Mijn oma (vinden) het erg leuk om met mij te winkelen.

a)

vind

b)

vindt

c)

vinden

d)

vond

11.

BONUSVRAAG: Wat is de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd? (Houden) jij van regelen en kun je snel besluiten nemen?

a)

Houd

b)

Houdt

c)

Hield

d)

Hout