wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

examentraining geschiedenis en staatsinrichting

Total questions: 75

Worksheet time: 44mins

Name
Class
Date
1.
De eerste wereldoorlog duurde van...
a)
1913-1915
b)
1914-1918
c)
1910-1914
d)
1905-1910
2.
In het verdrag van Brest-Litovsk werd de vrede geregeld tussen:
a)
de centralen en de geallieerden
b)
de centralen en de sovjet-unie
c)
de geallieerden en de sovjet-unie
3.
Wat is geen oorzaak van het uitbreken van de eerste wereldoorlog
a)
moord op Frans-Ferdinand
b)
kolonialisme
c)
militarisme
d)
nationalisme
4.
Twee Europese landen die al sinds 1870 erg wantrouwig en vijandig tegenover elkaar stonden waren.... en ....
a)
De Vs en de SU
b)
Frankrijk en Duitsland
c)
Frankrijk en Engeland
5.
Wat is de juiste volgorde?
a)
Tsaar-Stalin-Lenin
b)
Tsaar-Lenin-Stalin
c)
Lenin-Tsaar-Stalin
6.
politieke groep die vindt dat de er een passieve overheid moet zijn
a)
liberalen
b)
socialisten
c)
confessionelen
7.
organisatie die na de eerste wereldoorlog werd opgericht, doel was voorkomen van nieuwe oorlogen
a)
Warschaupact
b)
volkenbond
c)
eu
8.
Kies de juiste tijd.Het interbellum:
a)
1900-1915
b)
1919-1939
c)
1945-1989
d)
1940-1945
9.
Mussert was de leider van
a)
NSDAP
b)
RKSP
c)
NSB
10.
In een totale oorlog:
a)
vecht het totale leger mee.
b)
heeft de totale bevolking last van de gevolgen van de oorlog.
c)
wordt het gebied waarin gevochten word,t totaal vernietigd
11.
De tweede wereldoorlog duurde in Nederland van
a)
1939-1945
b)
1940-1945
c)
1938-1945
d)
1945-1950
12.
Welk begrip hoort bij deze afbeelding?
a)
Terreur
b)
Indoctrinatie
c)
1 sterke leider
d)
Nationalisme
13.
Welk land nam pas deel aan WOI in 1917?
a)
Turkse rijk
b)
VS
c)
Nederland
d)
België
14.
Deze afbeelding past bij het begrip inflatie.
a)
Juist
b)
Onjuist
15.
Dit is een voorbeeld van...
a)
Propaganda
b)
Massamedia
c)
Animatie
d)
Uganda
16.
Wat is de juiste volgorde?
a)
Economische crisis, Hitler aan de macht, mislukte staatsgreep
b)
Hitler aan de macht, mislukte staatsgreep, economische crisis 
c)
Mislukte staatsgreep, economische crisis, Hitler aan de macht
17.
Met welke gebeurtenis heeft deze krantenkop te maken?
a)
Het uitbreken van WOII
b)
Uitbreken van de economische crisis in 1929
c)
De aanval van Duitsland op Amerika
d)
De aanval op Pearl Harbor
18.
Welk land was in de Tweede Wereldoorlog een bondgenoot van Duitsland
a)
Engeland
b)
Rusland
c)
Frankrijk
d)
Japan
19.
Met welke gebeurtenis heeft deze afbeelding te maken?
a)
Schaarste
b)
Economische crisis
c)
Jappenkampen
d)
Hongerwinter
20.
Wat is de juiste volgorde?
a)
Bevrijding, februaristaking, hongerwinter, deportaties
b)
Februaristaking, deportaties, hongerwinter, bevrijding
c)
Februaristaking, Deportaties, Bevrijding, Hongerwinter
d)
Deportaties, Februaristaking, Hongerwinter, bevrijding
21.
Op welke datums gaven de Duitsers zich over in Nederland en de Japanners in Indonesië?
a)
10 mei en 8 augustus
b)
15 mei en 5 augustus
c)
5 mei en 15 augustus
d)
8 mei en 10 augustus
22.
Wie werd er vermoord in juni 1914?
a)
Niemand
b)
een Servische nationalist
c)
de kroonprins van Oostenrijk-Hongarije
d)
De Duitse keizer
23.
Wanneer ben je neutraal?
a)
Als je geen mening hebt
b)
Als je wel een mening hebt, maar die niet zegt
c)
Als je niet meevecht en geen partij kiest in een oorlog
d)
Als je jouw mening alleen opschrijft
24.
Waarom vochten er zoveel landen mee in WOI?
a)
Iedereen had een mening en wilde gelijk hebben
b)
Veel landen hoorden bij Frankrijk of Engeland of Duitsland en moesten mee vechten
c)
De rest van de wereld wilde Engeland helpen
d)
Dat ging vanzelf
25.
Waarom vochten er zoveel landen mee in WOI?
a)
Iedereen had een mening en wilde gelijk hebben
b)
Veel landen hoorden bij Frankrijk of Engeland of Duitsland en moesten mee vechten
c)
De rest van de wereld wilde Engeland helpen
d)
Dat ging vanzelf
26.
Trots zijn op je land en andere volkeren minder vinden dan je eigen volk noemen we?
a)
Nationalisme
b)
bondgenootschap
c)
neutraal
d)
Racisme
27.
Een afspraak tussen landen waarin staat dat ze elkaar zullen helpen en steunen als er één wordt aangevallen heet:
a)
Neutraal
b)
Bondgenootschap
c)
Vriendjespolitiek
d)
oorlog
28.
Wat is het Sneeuwbaleffect?
a)
Landen die allemaal mee gingen doen in de oorlog, omdat ze vrienden waren met een land die al in oorlog was.
b)
Wanneer er een enorm sneeuwbalgevecht is tussen allemaal landen.
c)
Wanneer er in korte tijd veel landen veroverd werden.
29.
Waarom waren de soldaten het vechten in WOI al snel zat?
a)
Ze kregen geen salaris
b)
Er werden verschrikkelijke wapens gebruikt en er vielen vele doden
c)
Hun leiders waren niet slim
d)
Ze kregen niet genoeg wapens
30.
Wat houdt "Shell shock" in?
a)
De angst die de soldaten hadden om de vijand te bestormen
b)
Het geluid dat kogels maken als ze worden afgevuurd
c)
Een psychisch aandoening als gevolg van militaire trauma's
d)
Een nieuwe soort vuurpijl
31.
Dit land vocht niet mee aan de kant van de Centralen
a)
Duitsland
b)
Nederland
c)
Oostenrijk-Hongarije
32.
Deze landen vormden samen de Triple Entente
a)
Engeland, Frankrijk, Rusland
b)
Engeland, Frankrijk, Duitsland
c)
Engeland, Frankrijk, Nederland
d)
Frankrijk, Rusland, Italie
33.
In WOI werden voor het eerst chemische wapens gebruikt, namelijk …
a)
chroomgas
b)
mosterdgas
c)
koolstofgas
34.
Het Schlieffenplan hield het volgend in...
a)
Duitsland wil Frankrijk bereiken via België
b)
Frankrijk wil Duitsland bereiken via Belgïe
35.
Het Schlieffenplan is gelukt?
a)
Waar, want de Duitsers konden zonder probleem door België trekken richting Frankrijk. 
b)
Niet waar, België weigerde de doortocht en kwam zo in de oorlog. 
36.
Wie kwam er met de Russische Revolutie aan de macht? 
a)
Trotski
b)
Lenin
c)
Stalin
d)
Nicolaas
37.
Door welke omstandigheden waren de ideeen van Karl Marx welkom in Rusland begin 20e eeuw?
a)
Door de opkomst van Hitler en de dreiging die daar vanuit ging uit Duitsland
b)
Door het opkomen van wereld imperialisme en de ontwikkelingen die daaruit volgde
c)
Doordat Rusland pas laat industrialiseerde en de leef en werkomstandigheden daarom beroerd waren 
d)
Vrijheid, gelijkheid en broederschap vanuit de Franse revolutie nu grond kregen in Rusland
38.
Na de dood van Lenin komt Stalin aan de macht. Hij wil van de SU een machtige staat maken. Dit wil hij bereiken via de zware industrie. In 1928 voert hij planeconomie in met vijfjarenplannen. De gevolgen waren: 
a)
Het leek heel goed te gaan, maar de kwaliteit van de producten waren laag en de leef- en werkomstandigheden waren slecht
b)
Stalin legde de planeconomie op met gebruik van zware terreur 
c)
Dat Rusland floreerde. De economie groeide en alle boeren verdiende het zelfde. De boeren hadden het nu beter
d)
Niemand snapte wat de bedoeling was. Het plan werd niet goed uitgevoerd en de boeren kregen het slechter dan eerst
39.
Welk begrip hoort bij deze afbeelding?
a)
Propaganda
b)
Persoonsverheerlijking
c)
Nationalisme
d)
Indoctrinatie
40.

In de 20e eeuw kende Nederland een lange periode van ongekende economische groei. Deze ‘gouden jaren’ duurden van...

a)

1948-1973

b)

1948-1975

c)

1950-1973

d)

1950-1975

41.

Na de Tweede Wereldoorlog werd Nederland tot 1958 geregeerd door rooms-rode kabinetten. Deze kabinetten waren een coalitie van...

a)

PvdA en VVD

b)

KVP en VVD

c)

KVP en PvdA

d)

CDA en PvdA

42.

In 1973 raakte de Nederlandse economie in een forse crisis. Oorzaken van deze crisis waren...

a)

Automatisering

b)

Werk verdween naar lage lonen landen

c)

Massawerkeloosheid

d)

De dekolonisatie van Indië

43.

Hoe noemde men werkende jongeren eind jaren 1950?

a)

Provo’s

b)

Hippies

c)

Nozems

d)

Gastjes

44.

De komst van de anticonceptiepil past bij...

a)

De seksuele revolutie

b)

Individualisering

c)

Vrouwenemancipatie

d)

Ontkerkelijking

45.

Tijdens de tweede feministische golf organiseren vrouwen zich in actiegroepen zoals...

a)

Blonde Tina

b)

Femme fatale

c)

Dolle Mina

d)

Boze Bertha

46.

In welke werelddelen werd er gevochten in de Tweede Wereldoorlog?

a)

Europa

b)

Verre Oosten

c)

Azië

d)

Noord-Afrika

e)

Amerika

47.

wanneer begon de Tweede Wereldoorlog?

a)

1940

b)

1945

c)

1939

d)

1941

48.

Hoezo gaf Japan zich over?

a)

Verloren teveel gevechten

b)

door atoombommen

c)

opstand van de Westelingen

49.

Wat werd er na de Tweede Wereldoorlog opgericht?

a)

Unicef

b)

de VN-vredesmacht

c)

de Verenigde Naties

50.

Waarvoor werd kamp Westerbork gebruikt?

a)

Daar werden Joden vermoord

b)

Dat was een doorgangskamp

c)

Dat was een werkkamp

51.

Waarom namen veel mensen in Nederland de levensstijl van de Amerikanen over in de jaren 50 en 60?

a)

De Nederlanders wilden kosten wat het kost niet met de Nazi's verward worden

b)

De Nederlanders waren bevrijd door de Amerikanen en wilden zich aan hen binden

c)

De Nederlanders vonden hun eigen levensstijl saai

52.

Wat is Amerikanisering?

a)

Het proces waarbij landen minder op Amerika gaan lijken

b)

Het proces waarbij landen de Amerikaanse manier van leven overnemen

c)

Het idee dat Amerika slecht is

d)

Het idee dat Amerika het beste land ter wereld is

53.

Wat is een jongerencultuur?

a)

Een land waarin jongeren de baas zijn

b)

Een cultuur waarin niemand iets doet

c)

Een cultuur alleen voor jongeren die zich afzet tegen hun ouders

54.

Waar streden vrouwen in de Tweede feministische golf niet voor

a)

Meer en betere kinderopvang

b)

Gelijke lonen

c)

Kiesrecht

d)

Gelijke opleidingskansen

55.

Wat houdt de verzorgingsstaat in?

a)

Een staat waarin burgers zonder baan of die niet kunnen werken een uitkering krijgen

b)

Een staat waarin de zieken goede zorg krijgen in ziekenhuizen

56.

Wat houdt het poldermodel in?

a)

Het leegpompen van polders om in te gaan wonen

b)

Het samenwerken van de overheid en werkgevers

c)

Het samenwerken van de overheid, werknemers en werkgevers

57.

De Indonesische nationalisten waren bereid Nederland in de Tweede Wereldoorlog te steunen in ruil voor

a)

Onafhankelijkheid van Indonesië

b)

Een gelijkwaardige positie binnen het Koninkrijk

c)

Onafhankelijkheid van Java

d)

Een democratische volksraad

58.

Hoe wiste de Japanse bezetter de Nederlandse invloed in Indië uit?

a)

Door alle Nederlanders om te brengen

b)

Door alle Nederlanders naar Nederland terug te sturen

c)

Door alle Nederlanders in kampen te plaatsen

d)

Door de Nederlanders nu zelf als koelies op het land te laten werken

59.

Waarom groeide het Indonesisch nationalisme tijdens de Japanse bezetting?

a)

Omdat er Indonesische jongerenorganisaties werden opgericht die anti-Nederlandse gevoelens aanwakkerden

b)

Omdat er meer Indonesiërs op belangrijke posities in het bestuur kwamen

c)

Omdat de Indonesische nationalisten een groot rijk met Japan wilde vormen

d)

Omdat de Indonesiërs niet onderdrukt werden door de Japanners

60.

Tijdens de start eerste politionele actie op 21 juli 1947

a)

Werd er vanaf het begin hard gevochten in een guerillastrijd

b)

Werden Soekarno en Hatta snel gearresteerd

c)

Veroverden de Indonesiërs snel zo'n 1100 rubber-, thee-, cacao- en palmolieondernemingen op de Nederlanders

d)

Stuitte de Nederlanders in het begin nauwelijks op verzet

61.

Waarom konden de Amerikanen de Nederlanders na de tweede politionele actie onder druk zetten?

a)

Omdat de Amerikanen bijna heel Azië na de veroveringen op Japan bestuurde en ze makkelijk Indonesië zouden kunnen controleren

b)

Omdat de Nederlanders Marshall hulp kregen van de Amerikanen die deze hulp konden intrekken

c)

Omdat de Amerikanen alleen in de VN-veiligheidsraad zaten en daarom de Nederlanders militair onder druk konden zetten

d)

Omdat de Amerikanen anders de Marshall hulp zouden geven aan de Indonesiërs

62.

Tijdens de tweede politionele actie werden

a)

Hatta en Soekarno snel gearresteerd

b)

Soekarno en Hatta snel weer vrijgelaten door de Nederlanders

c)

Door de Nederlanders snel veel ondernemingen veroverd

d)

De Nederlanders door de Amerikanen militair tegengehouden

63.

Bij de Soevereiniteitsoverdracht van 27 december 1949

a)

Werden Nederland en Indonesië samen officieel een federale staat (VSI)

b)

Werd er voor het eerst een volksraad in Indonesië opgericht

c)

Was er officieel geen enkele relatie meer tussen Nederland en Indonesië

d)

Erkende Nederland de soevereiniteit van Indonesië

64.

Waarom riepen de Molukkers een onafhankelijke staat uit?

a)

Ze waren altijd voor de democratie geweest en toen Soekarno de macht nam voelden ze zich niet gehoord

b)

Ze waren na verloop van tijd zich verbonden gaan voelen met Nederland en niet met Indonesië

c)

Ze voelden zich geen onderdeel van Indonesië, omdat ze ver verwijderd waren van Java en Sumatra

d)

Ze dachten dat de onafhankelijkheid werd gesteund door Nederland

65.

Na de tweede wereldoorlog gingen een aantal Europese landen samenwerken. In welk jaar was dat?

a)

1945

b)

1949

c)

1951

d)

1955

66.

Juist of onjuist?

Elk land dat lid is van de Europese unie heeft de Euro.

a)

Onjuist

b)

Juist

67.
In 1848 gaf de koning opdracht een nieuwe grondwet te maken. Welke koning gaf die opdracht?
a)
Willem 1
b)
Willem 2
c)
Willem 3
d)
Wilhelmina
68.
Na 1848 moeten de ministers verantwoording afleggen aan het parlement.
a)
Juist
b)
Onjuist
69.
Tussen 1850 en 1900 zaten er vooral liberalen in het parlement. Dat waren .....
a)
boeren en landarbeiders
b)
fabrikanten en ondernemers
c)
onderwijzers en leraren
d)
fabrieksarbeiders en bankiers
70.
Welke zin past het best bij de confessionelen?
a)
vrijheid van meningsuiting
b)
godsdienst moet de politiek bepalen
c)
niemand mag uitgebuit worden
d)
een werkdag duurt hooguit 8 uur
71.
De politieke leider van de katholieken was Abraham Kuyper.
a)
Juist
b)
Onjuist
72.
Wat is censuskiesrecht?
a)
alleen mannen mogen stemmen
b)
alleen rijke mannen mogen stemmen
c)
alleen rijke mannen en vrouwen mogen stemmen
d)
alleen fabriekseigenaren en ondernemers mogen stemmen
73.
Nederland had eerst een districtenstelsel, daarna evenredige vertegenwoordiging.
a)
Juist
b)
Onjuist
74.
Welke politieke leider is dit?
a)
Abraham Kuyper
b)
Johan Rudolf Thorbecke
c)
Pieter Jelles Troelstra
d)
Herman Schaepman
75.
Door wie werden de leden van de Eerste Kamer vóór 1848 benoemd?
a)
De leden van de Provinciale Staten
b)
De leden van de Tweede Kamer
c)
De koning
d)
Door niemand, ze werden gekozen door rijke burgers