wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Stralingsbescherming in dentale- en orthodontiepraktijken

Total questions: 22

Worksheet time: 17mins

Name
Class
Date
1.

In welk onderdeel van de röntgenbuis wordt de röntgenbundel geproduceerd? Zie afbeelding.

a)

1 Kathode

b)

1 Anode

c)

2 Kathode

d)

2 Anode

2.

Röntgenstraling bestaat uit:

a)

Bètadeeltjes

b)

Alfadeeltjes

c)

Fotonen

d)

Neutronen

3.

Wat bepaalt het doordringbaar vermogen van een röntgenbundel?

a)

De maximale energie van röntgenfotonen in de bundel. Zie afbeelding.

b)

De hoeveelheid fotonen in de bundel.

c)

De extra toegevoegde filtratie in de bundel.

d)

Een combinatie van de antwoorden 1, 2 en 3.

4.

Met welke in te stellen parameter(s) wordt de energie van de fotonen in een stralenbundel bepaald?

a)

Met de opnametijd (s)

b)

Met de buisstroom (mA)

c)

Met de buisspanning (kV)

d)

Met zowel de opnametijd, mA en kV.

5.

Welk wisselwerkingsproces tussen fotonen en weefsel voert de boventoon in dentale radiologie? Zie afbeelding.

a)

Coherente verstrooiing

b)

Foto-elektrisch effect

c)

Compton verstrooiing

d)

Paarvorming

6.

Welke dosisgrootheid wordt gebruikt ter controle voor de dosislimieten van werknemers?

a)

Geabsorbeerde dosis (D)

b)

Equivalente dosis (H)

c)

Effectieve dosis (E)

d)

Collectieve dosis

7.

Met welke eenheid wordt de dosis weergegeven bij een intra-orale röntgenopname? Zie afbeelding.

a)

Sievert (Sv)

b)

Menssievert (MensSv)

c)

Gray (Gy)

d)

Gray x oppervlakte (Gy.cm2)

8.

Schade aan welk celorganel bepaalt de mate van stralingsschade?

a)

Mitochondriën

b)

Vacuolen

c)

DNA

d)

Celmembraan

9.

Welk effect van de ontstane DNA-schade geeft aanleiding tot het ontstaan van tumoren?

a)

Het overlijden van een hoeveelheid cellen.

b)

Het herstel van DNA-schade.

c)

Het muteren van cellen.

d)

Het verdwijnen van DNA uit de celkern.

10.

Welke van de onderstaande beweringen geldt niet voor determinische effecten (weefseleffecten)?

a)

De kans op optreden is afhankelijk van de dosis.

b)

Het effect treedt op bij een bepaalde drempeldosis.

c)

Celdood kan leiden tot weefelreacties.

d)

Roodheid van de huid is een deterministisch effect.

11.

Gedurende blootstelling in welke zwangerschapsfase ontstaan aangeboren afwijkingen ten gevolge van straling?

a)

Gedurende de implantatiefase (0 - 8 dagen na conceptie).

b)

Gedurende de organogese (2 - 8 weken na conceptie).

c)

Gedurende de foetale fase (8 - 38 weken na conceptie).

d)

Gedurende de periode van 16 - 25 weken na conceptie.

12.

Aan de hand van welke waarde kan blootstelling van een patiënt worden bepaald bij een OPG? Zie afbeelding.

a)

Totale doorlichttijd

b)

DOP-waarde (Dosis Oppervlakte Product)

c)

Intreedosis

d)

Detectordosis

13.

Welke van de onderstaande beweringen ten aanzien van de achtergrondstraling is juist?

a)

De dosis ten gevolge van achtergrondstraling is overal ter wereld gelijk.

b)

De dosis neemt toe met toenemende hoogte vanaf zeeniveau.

c)

De grootste bijdrage is afkomstig van radiotherapie.

d)

De grootste bijdrage is afkomstig van voedsel.

14.

Welke onderzoeken dragen het minst bij aan de medische stralingsbelasting?

a)

Nucleair geneeskundige onderzoeken

b)

Conventionele röntgenonderzoeken

c)

CT-onderzoeken

d)

Interventie onderzoeken

15.

Blootstelling aan straling voor omstanders is voornamelijk afkomstig van...

a)

lekstraling uit de röntgenbuis.

b)

de stralenbundel die uit de röntgenbuis treedt.

c)

door de lucht verstrooide straling.

d)

door de patiënt verstrooide straling.

16.

De dosis op 50 cm afstand van de bron is 1,8 μSv. Wat is de dosis op 1 meter afstand?

a)

1,8 μSv

b)

0,9 μSv

c)

0,45 μSv

d)

3,6 μSv

17.

Wat is de maximaal toegestane dosis op de terreingrens van een tandartspraktijk?

a)

10 mSv per jaar

b)

100 μSv per jaar

c)

1 mSv per jaar

d)

10 μSv per jaar

18.

In welke van de volgende afbeeldingen is de dosis ter plaatse van de openbare weg het hoogst? Het raam grenst aan de openbare weg (rechts op de afbeelding).

a)

Afbeelding 1

b)

Afbeelding 2

c)

Afbeelding 3

19.

Welke extra afscherming laat het minste door?

a)

5 mm gips

b)

4 cm hout

c)

4 mm glas

d)

0,05 mm lood

20.

Waar staat ALARA voor?

a)

As Low As Reasonably Acceptable

b)

As Low As Radiation Available

c)

As Low As Reasonably Achievable

21.

U wilt een zo'n kort mogelijke opnametijd instellen, welke instelling kiest u?

a)

Mandibula molares

b)

Maxilla molares

c)

Occlusal

d)

Mandibula incisivi

22.

Welke parameter wijzigt u wanneer u een OPG-opname van een gedeelte van de kaak maakt?

a)

Opnametijd (s)

b)

Buisstroom (mA)

c)

Buisspanning (kV)