Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

8.2: Betaalmiddelen

Total questions: 20

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Wanneer een klant betaalt zonder tussenkomst van een financiële instelling, spreek je van...

a)

Rechtstreekse betaling

b)

Onrechtstreekse betaling

c)

Geen rechtstreekse of onrechtstreekse betaling

2.

Wanneer een klant betaalt met tussenkomst van een financiële instelling, spreek je van...

a)

Rechtstreekse betaling

b)

Onrechtstreekse betaling

c)

Geen rechtstreekse of onrechtstreekse betaling

3.

Actiebonnen zijn een voorbeeld van...

a)

Rechtstreekse betaling

b)

Onrechtstreekse betaling

c)

Geen rechtstreekse of onrechtstreekse betaling

4.

Een debetkaart is een voorbeeld van...

a)

Rechtstreekse betaling

b)

Onrechtstreekse betaling

c)

Geen rechtstreekse of onrechtstreekse betaling

5.

Muntstukken en biljetten zijn voorbeelden van...

a)

Rechtstreekse betaling

b)

Onrechtstreekse betaling

c)

Geen rechtstreekse of onrechtstreekse betaling

6.

Het omcirkelde logo vervangt...

a)

proton

b)

kredietkaart

c)

bancontact

d)

selfbanking

7.

Met deze functie kun je betalingen doen en geld afhalen in het binnenland.

a)

Bancontact

b)

Maestro

c)

Cirrus

d)

Banxafe

8.

Met deze functie kun je betalen in binnen- en buitenland. Je kunt eveneens geld afhalen in landen van de EU. In nog andere landen moet je je kaart laten activeren door de bank.

a)

Bancontact

b)

Maestro

c)

Selfbanking

d)

Banxafe

9.

Deze functie dient om op een beveiligde manier te betalen via het internet.

a)

Bancontact

b)

Maestro

c)

Selfbanking

d)

Banxafe

10.

Met deze functie kun je geld afhalen in het buitenland op alle plaatsen waar het logo afgebeeld staat op de terminals.

a)

Bancontact

b)

Maestro

c)

Eufiserv

d)

Banxafe

11.

Waarvoor staat nummer 2 op de bankkaart?

a)

kaartnummer

b)

klantnummer

c)

rekeningnummer

d)

vervaldatum

12.

Waarvoor staat nummer 1 op de bankkaart?

a)

kaartnummer

b)

klantnummer

c)

rekeningnummer

d)

vervaldatum

13.

Waarvoor staat nummer 6 op de bankkaart?

a)

kaartnummer

b)

klantnummer

c)

rekeningnummer

d)

vervaldatum

14.

Waarvoor staat nummer 5 op de bankkaart?

a)

kaartnummer

b)

klantnummer

c)

rekeningnummer

d)

vervaldatum

15.

Duid ALLE voordelen van een kredietkaart aan.

a)

uitstel van betaling

b)

je weet precies hoeveel je hebt uitgegeven

c)

je kan ermee over de hele wereld betalen

d)

je betaalt extra kosten.

16.

Duid alle gegevens aan die op een geschenkbon moeten staan.

a)

bedrag enkel in cijfers

b)

geldigheidsduur

c)

handtekening verkoper

d)

voor wie de bon is

e)

identificatie van de verkoper

17.

Waarom gebruiken handelaars actiebonnen? Duid alle juiste antwoorden aan.

a)

klantenbestand opmaken

b)

onderscheiden van de concurrent

c)

klantenbinding

18.

Geef het belangrijkste verschil tussen een debet- en een kredietkaart.

a)

Je gebruikt enkel een pincode bij een kredietkaart.

b)

Geld gaat onmiddellijk van je rekening bij een kredietkaart.

c)

Geld gaat onmiddellijk van je rekening bij een debetkaart.

19.

Welk betaalmiddel wordt gebruikt om producten te promoten?

a)

geschenkbon

b)

ecocheques

c)

maaltijdcheques

d)

actiebonnen

20.

Welk betaalmiddel kan je gebruiken om eten te kopen in de supermarkt?

a)

geschenkbon

b)

ecocheques

c)

maaltijdcheques

d)

actiebonnen