wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

1basis/kader woordsoorten

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Volgende week wordt in Amsterdam een gratis maaltijd gereserveerd.

a)

lidwoord

b)

bijvoeglijk naamwoord

c)

werkwoord

d)

zelfstandig naamwoord

2.

Volgende week wordt in Amsterdam een gratis maaltijd gereserveerd.

a)

lidwoord

b)

zelfstandig naamwoord

c)

bijvoeglijk naamwoord

d)

werkwoord

3.

Volgende week wordt in Amsterdam een gratis maaltijd gereserveerd.

a)

lidwoord

b)

zelfstandig naamwoord

c)

bijvoeglijk naamwoord

d)

werkwoord

4.

De maaltijd bestaat uit producten die nooit bij de consument terechtkomen.

a)

lidwoord

b)

zelfstandig naamwoord

c)

werkwoord

d)

bijvoeglijk naamwoord

5.

De maaltijd bestaat uit producten die nooit bij de consument terechtkomen.

a)

zelfstandig naamwoord

b)

lidwoord

c)

bijvoeglijk naamwoord

d)

werkwoord

6.

Hoeveel lidwoorden staan er in de zin: Joris reed in de auto van zijn grote broer.

a)

één lidwoord

b)

twee lidwoorden

c)

drie lidwoorden

d)

vier lidwoorden

7.

Hoeveel bijvoeglijk naamwoorden staan er in de zin: Lieke koos een nieuw, verrukkelijk parfum uit voor de verjaardag van haar beste vriendin.

a)

één bijvoeglijk naamwoord

b)

twee bijvoeglijk naamwoorden

c)

drie bijvoeglijk naamwoorden

d)

vier bijvoeglijk naamwoorden

8.

Welke woorden zijn zelfstandig naamwoorden?

a)

Ajax, hertje, liefde

b)

de, het, een

c)

leuke, mooie, groene

d)

eten, gamen, kijken

9.

Hoeveel werkwoorden staan er in de zin: Wipneus en Pim hebben weer een spannend avontuur beleefd.

a)

geen

b)

één

c)

twee

d)

drie

10.

Hoe noem je de onderstreepte woorden? De jas is nieuw en mooi.

a)

lidwoorden

b)

zelfstandig naamwoorden

c)

werkwoorden

d)

bijvoeglijk naamwoorden