WorksheetsZomerschool Almere Voeding Dag 6 t/m 9
Total questions: 36
Worksheet time: 12mins
Name
Class
Date
1.
Iets fijn maken.
a)
malen
b)
gebalanceerd
c)
aubergine
d)
pureren
e)
voorverwarmen
2.
Iets klein scheuren, knippen of snijden.
a)
snipperen
b)
voedingswaarde
c)
specerij
d)
rul bakken
e)
invetten
3.
erbij doen.
a)
toevoegen
b)
vezels
c)
basilicum
d)
couscous
e)
luchtig
4.
De oven warm maken.
a)
voorverwarmen
b)
vezels
c)
dille
d)
kassakoopje
e)
gratineren
5.
Insmeren met olie of boter zodat het gerecht niet aanbakt.
a)
invetten
b)
produceren
c)
koken
d)
nettogewicht
e)
garneren
6.
Met lucht erin.
a)
luchtig
b)
productieproces
c)
calorieën
d)
courgette
e)
sudderen
7.
In de oven een korstje laten komen op eten door kaas of paneermeel.
a)
gratineren
b)
malen
c)
evenwichtig
d)
aubergine
e)
pureren
8.
Eten mooi maken.
a)
garneren
b)
snipperen
c)
gebalanceerd
d)
specerij
e)
rul bakken
9.
Eten langzaam in vocht gaar laten worden.
a)
sudderen
b)
toevoegen
c)
voedingswaarde
d)
basilicum
e)
couscous
10.
Met vocht eten fijn maken.
a)
pureren
b)
voorverwarmen
c)
bevatten
d)
dille
e)
kassakoopje
11.
Eten bakken in een pan waarin steeds wordt geroerd zodat het eten in stukjes uit elkaar valt.
a)
rul bakken
b)
invetten
c)
vezels
d)
koken
e)
nettogewicht
12.
Welk woord zie je op het plaatje?
a)
couscous
b)
luchtig
c)
produceren
d)
calorieën
e)
courgette
13.
Een speciale aanbieding.
a)
kassakoopje
b)
gratineren
c)
productieproces
d)
evenwichtig
e)
aubergine
14.
Hoeveel het product alleen weegt, zonder de verpakking.
a)
nettogewicht
b)
garneren
c)
malen
d)
gebalanceerd
e)
specerij
15.
Welk woord zie je op het plaatje?
a)
courgette
b)
sudderen
c)
snipperen
d)
voedingswaarde
e)
basilicum
16.
Welk woord zie je op het plaatje?
a)
aubergine
b)
pureren
c)
toevoegen
d)
bevatten
e)
dille
17.
Welk woord zie je op het plaatje?
a)
specerij
b)
rul bakken
c)
voorverwarmen
d)
vezels
e)
koken
18.
Welk woord zie je op het plaatje?
a)
basilicum
b)
couscous
c)
invetten
d)
produceren
e)
calorieën
19.
Welk woord zie je op het plaatje?
a)
dille
b)
kassakoopje
c)
luchtig
d)
productieproces
e)
evenwichtig
20.
Eten klaar maken.
a)
koken
b)
nettogewicht
c)
gratineren
d)
malen
e)
gebalanceerd
21.
De hoeveelheid energie die in eten zit?
a)
calorieën
b)
courgette
c)
garneren
d)
snipperen
e)
eiwitten
22.
Gebalanceerd.
a)
evenwichtig
b)
aubergine
c)
sudderen
d)
toevoegen
e)
bevatten
23.
Evenwichtige voeding
a)
gebalanceerd
b)
specerij
c)
pureren
d)
voorverwarmen
e)
vezels
24.
De hoeveelheid energie in eten.
a)
voedingswaarde
b)
basilicum
c)
rul bakken
d)
invetten
e)
produceren
25.
erbij doen.
a)
bevatten
b)
dille
c)
couscous
d)
luchtig
e)
productieproces
26.
Dit zit het meest in brood, graan, rijst of aardappels.
a)
vezels
b)
calorieën
c)
koolhydraten
d)
vetten
e)
suikers
27.
Maken
a)
produceren
b)
calorieën
c)
nettogewicht
d)
garneren
e)
snipperen
28.
Hoe het product gemaakt wordt.
a)
productieproces
b)
evenwichtig
c)
courgette
d)
sudderen
e)
toevoegen
29.
Welk woord zie je op het plaatje?
a)
lychee
b)
mango
c)
bieslook
d)
dille
e)
basilicum
30.
dille
a)
b)
c)
d)
e)
31.
lychee
a)
b)
c)
d)
e)
32.
basilicum
a)
b)
c)
d)
e)
33.
specerijen
a)
b)
c)
d)
e)
34.
aubergine
a)
b)
c)
d)
e)
35.
courgette
a)
b)
c)
d)
e)
36.
couscous
a)
b)
c)
d)
e)
100 %
