NEW
Font size
Worksheets4K Spelling
Total questions: 20
Worksheet time: 2hrs 40mins
Vul de juiste woord in.
Ken ik ... niet ergens van?
jou
jouw
Vul het juiste woord in.
Heb je ... nieuw smartphone al gezien?
mijn
mij
Ik hoop dat we ... jas snel weer terugvinden.
u
uw
Kies de goede vorm
Jullie snapten het een stuk eerder als wij.
Jullie snapten het een stuk eerder dan wij.
Jullie snapten het een stuk eerder als ons.
Jullie snapten het een stuk eerder dan ons.
Kies de juiste vorm.
Mijn zusje is net zo handig als ik.
Mijn zusje is net zo handig dan ik.
Mijn zusje is net zo handig als mij.
Mijn zusje is net zo handig als mij.
Kies de juiste vorm.
Zij loopt veel harder als hij.
Zij loopt veel harder dan hij.
Zij loopt veel harder als hem.
Zij loopt veel harder dan hem.
Wat is de juiste spelling?
(worden tt) ... je ook zo moedeloos van al die regen?
Wordt
Word
Wort
Wat is de juiste spelling?
De kinderen (vermoeden vt) .... nog steeds niets.
vermoeden
vermoedden
Wat is de juiste spelling?
We hebben vorige week een spannend avontuur (beleven vd) ... .
beleefd
beleeft
beleevd
beleevt
Wat is het meervoud van
kassa?
kassa's
kassas
kassaas
kassaen
Wat is het meervoud van
personage?
personagen
personage's
personages
personagi
Wat is het meervoud van
vak?
vaken
vakken
vaks
vaakken
Kies de juiste samenstelling.
maan + schijn
maanschijn
manenschijn
maneschijn
maaneschijn
Kies de juiste samenstelling.
dame + sjaal
damensjaal
damessjaal
damesjaal
damenssjaal
Wat is de juiste spelling van het bijvoeglijk naamwoord?
Lieke draagt vaak zilveren ringen in haar oren.
Lieke draagt vaak zilver ringen in haar oren.
Lieke draagt vaak zilvere ringen in haar oren.
Wat is de juiste vorm van het bijvoeglijk naamwoord?
Een plastic tasje kost 10 cent.
Een plasticen tasje kost 10 cent.
Een plastice tasje kost 10 cent.
Maak van het voltooid deelwoord van het werkwoord een bijvoeglijk naamwoord.
Het (afbranden) ___ huis wordt volgende week gesloopt.
afgebrandde
afgebrande
afgebranden
afgebrand
Maak van het voltooid deelwoord van het werkwoord een bijvoeglijk naamwoord.
Aan de muur hingen een paar (vergroten) ___ vakantiefoto's.
vergrotte
vergrootte
vergrote
vergroten
Maak van het voltooid deelwoord van het werkwoord een bijvoeglijk naamwoord.
Kijk even tussen de (vinden) ___ voorwerpen of daar je sjaal ligt.
gevonde
gevonden
gevind
gevinden
Maak van het voltooid deelwoord van het werkwoord een bijvoeglijk naamwoord.
De (schminken) ___ leerlingen waren bijna niet meer te herkennen.
geschminken
geschminkte
geschminkde
geschmonken
