wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

4K Spelling

Total questions: 20

Worksheet time: 2hrs 40mins

Name
Class
Date
1.

Vul de juiste woord in.

Ken ik ... niet ergens van?

a)

jou

b)

jouw

2.

Vul het juiste woord in.

Heb je ... nieuw smartphone al gezien?

a)

mijn

b)

mij

3.

Ik hoop dat we ... jas snel weer terugvinden.

a)

u

b)

uw

4.

Kies de goede vorm

a)

Jullie snapten het een stuk eerder als wij.

b)

Jullie snapten het een stuk eerder dan wij.

c)

Jullie snapten het een stuk eerder als ons.

d)

Jullie snapten het een stuk eerder dan ons.

5.

Kies de juiste vorm.

a)

Mijn zusje is net zo handig als ik.

b)

Mijn zusje is net zo handig dan ik.

c)

Mijn zusje is net zo handig als mij.

d)

Mijn zusje is net zo handig als mij.

6.

Kies de juiste vorm.

a)

Zij loopt veel harder als hij.

b)

Zij loopt veel harder dan hij.

c)

Zij loopt veel harder als hem.

d)

Zij loopt veel harder dan hem.

7.

Wat is de juiste spelling?

(worden tt) ... je ook zo moedeloos van al die regen?

a)

Wordt

b)

Word

c)

Wort

8.

Wat is de juiste spelling?

De kinderen (vermoeden vt) .... nog steeds niets.

a)

vermoeden

b)

vermoedden

9.

Wat is de juiste spelling?

We hebben vorige week een spannend avontuur (beleven vd) ... .

a)

beleefd

b)

beleeft

c)

beleevd

d)

beleevt

10.

Wat is het meervoud van

kassa?

a)

kassa's

b)

kassas

c)

kassaas

d)

kassaen

11.

Wat is het meervoud van

personage?

a)

personagen

b)

personage's

c)

personages

d)

personagi

12.

Wat is het meervoud van

vak?

a)

vaken

b)

vakken

c)

vaks

d)

vaakken

13.

Kies de juiste samenstelling.

maan + schijn

a)

maanschijn

b)

manenschijn

c)

maneschijn

d)

maaneschijn

14.

Kies de juiste samenstelling.

dame + sjaal

a)

damensjaal

b)

damessjaal

c)

damesjaal

d)

damenssjaal

15.

Wat is de juiste spelling van het bijvoeglijk naamwoord?

a)

Lieke draagt vaak zilveren ringen in haar oren.

b)

Lieke draagt vaak zilver ringen in haar oren.

c)

Lieke draagt vaak zilvere ringen in haar oren.

16.

Wat is de juiste vorm van het bijvoeglijk naamwoord?

a)

Een plastic tasje kost 10 cent.

b)

Een plasticen tasje kost 10 cent.

c)

Een plastice tasje kost 10 cent.

17.

Maak van het voltooid deelwoord van het werkwoord een bijvoeglijk naamwoord.

Het (afbranden) ___ huis wordt volgende week gesloopt.

a)

afgebrandde

b)

afgebrande

c)

afgebranden

d)

afgebrand

18.

Maak van het voltooid deelwoord van het werkwoord een bijvoeglijk naamwoord.

Aan de muur hingen een paar (vergroten) ___ vakantiefoto's.

a)

vergrotte

b)

vergrootte

c)

vergrote

d)

vergroten

19.

Maak van het voltooid deelwoord van het werkwoord een bijvoeglijk naamwoord.

Kijk even tussen de (vinden) ___ voorwerpen of daar je sjaal ligt.

a)

gevonde

b)

gevonden

c)

gevind

d)

gevinden

20.

Maak van het voltooid deelwoord van het werkwoord een bijvoeglijk naamwoord.

De (schminken) ___ leerlingen waren bijna niet meer te herkennen.

a)

geschminken

b)

geschminkte

c)

geschminkde

d)

geschmonken