wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2hv Grammatica ZD (ng en vv)

Total questions: 25

Worksheet time: 50mins

Name
Class
Date
1.

Het naamwoordelijk deel van het naamwoordelijk gezegde bevat altijd een zelfstandig naamwoord of een bijvoeglijk naamwoord.

a)

juist

b)

onjuist

2.

Een naamwoordelijk gezegde bevat soms een koppelwerkwoord.

a)

juist

b)

onjuist

3.

In een zin met een naamwoordelijk gezegde kan zowel een meewerkend voorwerp als een lijdend voorwerp staan.

a)

juist

b)

onjuist

4.

Wat is het naamwoordelijk gezegde?

Die nieuwe jongen uit 2b is afgelopen zondag eerste geworden.

a)

Die nieuwe jongen uit 2b

b)

is [eerste] geworden

c)

is [ afgelopen zondag eerste] geworden

d)

[eerste] geworden

5.

Wat is het naamwoordelijk gezegde?

Het nieuwe boek was vanaf de eerste druk zeer populair.

a)

was [zeer populair]

b)

Het nieuwe boek was [zeer populair]

c)

[zeer populair]

d)

was [vanaf de eerste druk zeer populair]

6.

Wat is het naamwoordelijk gezegde?

Door alle hulp schijnt het huis ontzettend mooi te zijn geworden.

a)

schijnt [ontzettend mooi] te zijn geworden

b)

schijnt [ontzettend mooi]

c)

schijnt [het huis ontzettend mooi] te zijn geworden

d)

het huis [ ontzettend mooi] te zijn geworden

7.

Wat is het naamwoordelijk gezegde?

Na die uitleg bleken alle moeilijke onderdelen ineens vrij simpel te zijn.

a)

bleken [alle moeilijke onderdelen ineens vrij simpel] te zijn

b)

bleken [vrij simpel] te zijn

c)

[vrij simpel] te zijn

d)

alle moeilijke onderdelen

8.

Wat is het naamwoordelijk gezegde?

De opgeslagen spullen bleken te zwaar te zijn voor de verhuizers.

a)

bleken [ te zwaar]

b)

bleken te zijn

c)

De opgeslagen spullen

d)

bleken [ te zwaar] te zijn

9.

Wat is het naamwoordelijk gezegde?

Na deze overwinning worden we zeker kampioen!

a)

worden [we zeker kampioen]

b)

worden [kampioen]

c)

worden [zeker kampioen]

d)

we [kampioen]

10.

Wat is het naamwoordelijk gezegde?

Hij lijkt me een erg vervelend mannetje.

a)

Hij lijkt [een erg vervelend mannetje]

b)

lijkt [een erg vervelend mannetje]

c)

[een erg vervelend mannetje]

d)

lijkt [mannetje]

11.

Wat is het naamwoordelijk gezegde?

Bij hem thuis schijnt het een vreselijke bende te zijn.

a)

schijnt te zijn

b)

schijnt [een vreselijke bende] te zijn

c)

[een vreselijke bende] te zijn

d)

schijnt [een vreselijke bende]

12.

Is de uitspraak waar of niet waar?

Een voorzetselvoorwerp begint altijd met een voorzetsel.

a)

waar

b)

niet waar

13.

Wat is het voorzetselvoorwerp?

De coach laat de opstelling altijd afhangen van de vorm van de spelers.

a)

van de vorm van de spelers

b)

van de spelers

c)

de opstelling

d)

de coach

14.

Wat is het voorzetselvoorwerp?

Floor heeft een hekel aan gillende kinderen.

a)

Floor

b)

een hekel

c)

aan gillende kinderen

d)

een hekel aan gillende kinderen

15.

Is het onderstreepte zinsdeel een voorzetselvoorwerp?

Voor die snelheidscontrole had je ons best kunnen waarschuwen.

a)

ja

b)

nee

16.

Is het onderstreepte zinsdeel een voorzetselvoorwerp?

Wilt u de gekozen artikelen afrekenen aan de kassa op de begane grond?

a)

ja

b)

nee

17.

Wat is het voorzetselvoorwerp?

Tijdens de training heeft de coach herhaaldelijk bij zijn spelers aangedrongen op wat meer inzet.

a)

op wat meer inzet

b)

Tijdens de training

c)

bij zijn spelers

d)

de coach

18.

Wat is het voorzetselvoorwerp?

Vanmiddag beraadslagen de ministers van Catalonië in Barcelona over een onafhankelijkheidsverklaring.

a)

in Barcelona

b)

de ministers van Catalonië

c)

Vanmiddag

d)

over een onafhankelijkheidsverklaring

19.

Wat is het voorzetselvoorwerp?

Voor felle regenbuien en harde windstoten waarschuwt het KNMI de weggebruikers altijd met code geel of oranje.

a)

met code geel of oranje

b)

de weggebruikers

c)

Voor felle regenbuien en harde windstoten

d)

altijd

20.

Wat is het voorzetselvoorwerp?

Heeft de winkelier de dievegge ondanks haar sluwe werkwijze op diefstal van levensmiddelen betrapt?

a)

ondanks haar sluwe werkwijze

b)

op diefstal van levensmiddelen

c)

op diefstal

d)

heeft betrapt

21.

Wg of ng?

Voor de chaos op het ministerie van Defensie is volgens de krant de hoogste ambtenaar verantwoordelijk.

a)

wg

b)

ng

22.

Wg of ng?

Deze bendeleider heeft de leden vermoedelijk herhaaldelijk aangezet tot geweldpleging.

a)

wg

b)

ng

23.

Wg of ng?

Gelukkig biedt de Europese Unie veel Afrikaanse vluchtelingen een beter leven.

a)

wg

b)

ng

24.

De zes koppelwerkwoorden zijn...

a)

zijn, worden, blijven, blijken, lijken en schijnen

b)

zijn, worden, zullen, gaan, hebben en blijven

c)

zijn, worden, blijven, drijven, lijken en schijnen

d)

zijn, worden, koppelen, zullen, lijken en schijnen

25.

Wat is het voorzetselvoorwerp?

Naar de cijfers voor hun toetsen waren de leerlingen natuurlijk heel benieuwd.

a)

Naar de cijfers voor hun toetsen

b)

Naar de cijfers

c)

voor hun toetsen

d)

heel benieuwd