Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Taal week 1 thema 3

Total questions: 22

Worksheet time: 29mins

Name
Class
Date
1.

Hij heeft begrepen dat ik gisteren een standje heb gekregen. De hoofdzin is:

a)

Hij heeft begrepen

b)

dat ik heb gekregen

c)

dat ik gisteren een standje heb gekregen

d)

Hij heeft niet begrepen

2.

Een samengestelde zin:

a)

heeft een persoonsvorm

b)

heeft meer dan een persoonsvorm

c)

heeft meer dan een persoonsvorm, maar heeft altijd een hoofdzin

d)

heeft meer dan een persoonsvorm en heeft niet altijd een hoofdzin

3.
Moeder zei tegen Roodkapje dat ze op het pad moest blijven.
a)
Hoofdzin + Hoofdzin
b)
Bijzin + Bijzin
c)
Hoofdzin + Bijzin
d)
Bijzin + Hoofdzin
4.
Sneeuwwitje werd ziek, doordat ze van de vergiftigde appel at.
a)
Hoofdzin + Hoofdzin
b)
Bijzin + Bijzin
c)
Hoofdzin + Bijzin
d)
Bijzin + Hoofdzin
5.
Omdat hij niet wilde verdwalen, strooide Klein Duimpje steentjes op het pad.
a)
Hoofdzin + Hoofdzin
b)
Bijzin + Bijzin
c)
Hoofdzin + Bijzin
d)
Bijzin + Hoofdzin
6.
Zodra de heks bij de toren kwam, moest Rapunzel haar vlechten laten zakken.
a)
Hoofdzin + Hoofdzin
b)
Bijzin + Bijzin
c)
Hoofdzin + Bijzin
d)
Bijzin + Hoofdzin
7.
Assepoester verloor haar muiltje, toen ze van het bal vertrok.
a)
Hoofdzin + Hoofdzin
b)
Bijzin + Bijzin
c)
Hoofdzin + Bijzin
d)
Bijzin + Hoofdzin
8.
De molenaarsdochter vroeg aan Repelsteeltje of hij uit vlas misschien gouddraad kon spinnen.
a)
Hoofdzin + Hoofdzin
b)
Bijzin + Bijzin
c)
Hoofdzin + Bijzin
d)
Bijzin + Hoofdzin
9.
Vrouw Holle overlaadde het aardige meisje met goud, omdat ze haar trouw gediend had.
a)
Hoofdzin + Hoofdzin
b)
Bijzin + Bijzin
c)
Hoofdzin + Bijzin
d)
Bijzin + Hoofdzin
10.
Juist toen ze de weg kwijt waren, ontdekten Hans en Grietje een huisje van koek en snoepgoed.
a)
Hoofdzin + Hoofdzin
b)
Bijzin + Bijzin
c)
Hoofdzin + Bijzin
d)
Bijzin + Hoofdzin
11.
* Zelfstandigen hebben het op hun oude dag niet breed, tenzij ze sparen voor extra pensioen boven op hun AOW-uitkering.
a)
Hoofdzin + Hoofdzin
b)
Bijzin + Bijzin
c)
Hoofdzin + Bijzin
d)
Bijzin + Hoofdzin
12.
* Zodra de politie arriveerde, vluchtten de inbrekers door de achtertuin.
a)
Hoofdzin + Hoofdzin
b)
Bijzin + Bijzin
c)
Hoofdzin + Bijzin
d)
Bijzin + Hoofdzin
13.

Wat betekent het woord condoleren?

a)

Zeggen dat je weet dat iemand doodgegaan is.

b)

Zeggen dat je meeleeft met iemand waarvan een vriend of familielid doodgegaan is/verloren heeft.

c)

Zeggen dat je blij voor diegene bent, omdat hij/zij jarig is.

d)

Zeggen tegen de conducteur dat hij mag controleren.

14.

Wat betekent het woord conserveren?

a)

Dat is een ander woord voor geur.

b)

Delen van een plant die het eten smaak geven, zoals kaneel.

c)

Genieten van lekker eten.

d)

Zorgen dat het eten langer goed blijft.

15.

Wat betekent het alternatief?

a)

Informatie vragen of opzoeken.

b)

De verandering.

c)

Het gevolg, zoals straf krijgen.

d)

De andere mogelijkheid.

16.

Wat betekent het woord ceremonie?

a)

Zeggen dat je weet dat iemand doodgegaan is.

b)

Zeggen dat je meeleeft met iemand waarvan een vriend of familielid doodgegaan is/verloren heeft.

c)

een bijeenkomst bij een bijzondere

gebeurtenis, bijvoorbeeld een begrafenis of een huwelijk.

d)

Zeggen tegen de conducteur dat hij mag controleren.

17.

Wat is het bezittelijk voornaamwoord in deze zin?

Iedereen mag op ons feest komen.

a)

Op

b)

ons

c)

feest

d)

iedereen

18.

Welke bezittelijk voornaamwoord is juist in de volgende zin:

Deze tijdschriften zijn van ons. We willen .............. tijdschriften best uitlenen.

a)

jullie

b)

jouw

c)

onze

d)

haar

19.

Welke bezittelijk voornaamwoord is juist in de volgende zin:

De portemonnee is van u. Ik vind ................... portemonnee mooi.

a)

jouw

b)

uw

c)

onze

d)

haar

20.

Wat is de persoonsvorm van de bijzin?


Je mag niet meer instappen, als het fluitsignaal klinkt.

a)

mag

b)

instappen

c)

mag instappen

d)

klinkt

21.

Wat is de persoonsvorm van de bijzin?


Doordat de zon zo uitbundig schijnt, zijn de planten verwelkt.

a)

verwelkt

b)

zijn

c)

schijnt

d)

de zon

22.

Wat is de persoonsvorm van de hoofdzin?


Morgen trakteert Marloes, omdat ze jarig is.

a)

is

b)

jarig

c)

trakteert

d)

jarig is.