wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Ademhaling en vertering - bloedsomloop

Total questions: 14

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Welke stof(fen) zijn meer aanwezig bij ingeademde lucht en minder aanwezig bij uitgeademde lucht?

a)

zuurstof - koolstofdioxide - waterdamp

b)

Koolstofdioxide - edelstoffen - waterdamp

c)

zuurstof

d)

Koolstofdioxide

2.

Wat produceert slijm?

a)

trilhaarcellen

b)

neusholte

c)

bronchiën

d)

geen van bovenstaande

3.

Welke pijl staat voor welke stof? (2 antwoorden goed)

a)

geel: koolstofdioxide

b)

geel: zuurstof

c)

groen: koolstofdioxide

d)

groen: zuurstof

4.

Wat is de functie van de huig?

a)

afsluiten van luchtpijp

b)

afsluiten van slokdarm

c)

afsluiten van neus en mondholte

d)

voeding naar slokdarm begeleiden

5.

Wat is de functie van de strotklepje?

a)

afsluiten van mond en neusholte

b)

afsluiten van slokdarm

c)

afsluiten van luchtpijp

d)

begeleiden van voedsel naar de slokdarm

6.

Welk organisme is koudbloedig?

a)

organisme A

b)

organisme B

c)

organisme A en B

7.

Wat zijn de reactie producten?

a)

water + energie

b)

koolstofdioxide + water + energie

c)

koolstofdioxide + warmte + beweging

d)

koolstofdioxide + water

8.

Welk organisme verbruikt het meeste energie aan instandhouding van de lichaamstemperatuur?

a)

schildpad

b)

bruine beer

c)

wurgslang

d)

groene kikker

9.

welke horen bij elkaar? ( 2 antwoorden)

a)

rode bloedcel

b)

bloedplaatjes

c)

hemoglobine

d)

witte bloedcel

10.

bij inademing......

a)

Spant het middenrif aan en borstholte wordt groter

b)

ontspant het middenrif en borstholte wordt groter

c)

spant het middenrif aan en borstholte wordt kleiner

d)

ontspant het middenrif en borstholte wordt kleiner

11.

Bij uitademing...….

a)

ontspant het middenrif en buikholte wordt kleiner

b)

ontspant het middenrif en buikholte wordt groter

c)

spant het middenrif aan en buikholte wordt kleiner

d)

spant het middenrif aan en buikholte wordt groter

12.

hoe heet het omcirkelde onderdeel?

a)

witte bloedcel

b)

bloedplaatjes

c)

rode bloedcel

d)

bloedstolsel

13.

Welke kleur geeft de locatie van ons reukzintuig weer?

a)

blauw

b)

rood

c)

groen

d)

geen van deze kleuren

14.

Wat voorkomt dat de luchtpijptakjes dichtklappen?

a)

kraakbeenringen

b)

pezen

c)

botringen

d)

spiertjes