wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

lezen 2F

Total questions: 15

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

De hoofdgedachte van een tekst kun je het beste omschrijven als...

a)

de inleiding van een tekst

b)

de korst mogelijke samenvatting

c)

de titel van de tekst

2.

Welke teksten hebben als doel 'overtuigen'?

a)

advertentie op Markplaats

b)

forumbijdrage op het internet

c)

gebruiksaanwijzing

d)

ingezonden brief

e)

uitnodiging

3.

Je zoekt informatie over het beste restaurants bij jou in de buurt. Welke bron is het meest betrouwbaar?

a)

websites van restaurants

b)

vrienden die vaak uit eten gaan

4.

Wat staat er meestal in het middenstuk van een tekst?

a)

een introductie van het onderwerp

b)

een samenvatting van het onderwerp

c)

verschillende kanten van het onderwerp

5.

Welke uitspraak is waar?

a)

Een goede tekst heeft minimaal vijf deelonderwerpen.

b)

In de titel van de tekst vind je altijd één van de deelonderwerpen

c)

Witregels kunnen helpen om deelonderwerpen te vinden

6.

Welke signaalwoorden geven een tegenstelling weer?

a)

al met al

b)

hoewel

c)

maar

d)

tevens

e)

uiteindelijk

7.

Met de auto ben je sneller op je bestemming. Bovendien reis je comfortabel. Welk verband staat in deze zinnen?

a)

oorzaak-gevolg

b)

opsomming

c)

tegenstelling

8.

Wat is een voorbeeld van een informatieve tekst?

a)

Een artikel over de eerste ruimtereis

b)

Een advertentie voor ontbijtgranen

c)

Een ingezonden brief in de krant

9.

Welk kenmerk hoort bij een instructie?

a)

een instructie bevat meestal een stappenplan

b)

een instructie bevat altijd plaatjes

c)

een instructie bevat meestal meningen

10.

Welke uitspraken zijn waar?

a)

een mening is iets wat iemand vindt

b)

feiten zijn controleerbaar

11.

Wat maakt een mening sterk?

a)

wanneer de schrijver veel uitroeptekens gebruikt

b)

goede argumenten

c)

wanneer de schrijver veel hoofdletters gebruikt

12.

Welke uitspraken zijn feiten?

a)

Honden zijn zoogdieren

b)

Honden zijn gevaarlijk

c)

Honden zijn lief

d)

Honden zijn vleeseters

e)

Honden kunnen ziektes overbrengen

13.

Welke uitspraken zijn meningen?

a)

Iedereen moet gratis kunnen studeren

b)

Studeren kan een flinke kostenpost zijn

c)

Iedere student zou zijn eigen studie moeten betalen

d)

Studeren kan in de meeste Nederlandse steden

14.

Welk tekstdoel past bij de tekst 'een recept voor appeltaart'?

a)

informeren

b)

instrueren

c)

overtuigen

d)

overhalen

15.

Welk tekstdoel past bij de tekst 'deze week in de aanbieding:...'

a)

informeren

b)

instrueren

c)

overtuigen

d)

overhalen