wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling eerste semester 2STV

Total questions: 31

Worksheet time: 21mins

Name
Class
Date
1.

Het aantal werklieden en de tijd die ze nodig hebben om een werk uit te voeren.

a)

Recht evenredig

b)

Omgekeerd evenredig

c)

Niet evenredig

2.

De afmetingen op een stadsplan en de afmetingen in werkelijkheid.

a)

Recht evenredig

b)

Omgekeerd evenredig

c)

Geen van beide

3.

De lengte van een persoon en zijn schoenmaat

a)

Recht evenredig

b)

Omgekeerd evenredig

c)

Niet evenredig

4.

De grootte van de totale prijzenpot bij een lottotrekking en het aantal winnaars

a)

Recht evenredig

b)

Omgekeerd evenredig

c)

Geen van beide

5.

De hoogte van een voorwerp en de lengte van de schaduw van dat voorwerp.

a)

Recht evenredig

b)

Omgekeerd evenredig

c)

Niet evenredig

6.

Het aantal leerlingen in een klas en het aantal leerkrachten dat les geeft in die klas.

a)

Recht evenredig

b)

Omgekeerd evenredig

c)

Niet evenredig

7.

De prijs van 1 liter benzine en het aantal liter dat je vor 35 euro tankt.

a)

Recht evenredig

b)

Omgekeerd evenredig

c)

Niet evenredig

8.

Het brandstofverbruik van een auto en het aantal km dat afgelegd wordt met een volle tank

a)

Recht evenredig

b)

Omgekeerd evenredig

c)

Niet evenredig

9.

Het aantal spaken van een wiel en de grootte van de hoek tussen twee opeenvolgende spaken

a)

Recht evenredig

b)

Omgekeerd evenredig

c)

Niet evenredig

10.

Het verbruik van een lamp en de tijd dat een lamp kan blijven branden

a)

Recht evenredig

b)

Omgekeerd evenredig

c)

Niet evenredig

11.

In een vergelijking staat steeds een =

a)

eens

b)

oneens

12.

Dit is een vergelijking: aantal euro's = 3+5t

a)

Eens

b)

Oneens

13.

Los de vergelijking op:  7a = 497a\ =\ 49  

a)

a=5

b)

a=6

c)

a=7

d)

a=8

14.

Los de vergelijking op:  2b + 7 = 232b\ +\ 7\ =\ 23  

a)

b = 2 

b)

b = 4 

c)

b = 6

d)

b = 8

15.

Los de vergelijking op:  3b + 5 = 26 3b\ +\ 5\ =\ 26\   

a)

b = 6 

b)

 b = 7

c)

b = 8 

d)

b = 9

16.

Bereken:  3(2x+1) = 3x123\cdot\left(2x+1\right)\ =\ 3x-12  

a)

-5

b)

5

c)

1

d)

.1

17.

Bereken:  13x  2 = 12 +3x13x\ -\ 2\ =\ -12\ +3x  

a)

-1 

b)

5

c)

-5

d)

1

18.

Wat bewaart een spiegeling NIET?

a)

De hoekgrootte

b)

De lengte

c)

De richting

d)

De evenwijdigheid

19.

Een positieve draaihoek gaat in...

a)

Wijzerszin

b)

Tegenwijzerszin

20.

Welke transformatie zie je op de tekening?

a)

Draaiing

b)

Spiegeling

c)

Verschuiving

d)

Geen van alle

21.

 r(Z,80°)K =... r_{\left(Z,80°\right)}K\ =...\   

a)

R

b)

M

c)

J

d)

I

22.

 r(Z, 120°)A = ...r_{\left(Z,\ -120°\right)}A\ =\ ...  

a)

G

b)

C

c)

L

d)

D

23.

Als ik [DE] verschuif volgens het georiënteerd lijnstuk [CF] bekom ik ...

a)

[AB]

b)

[GH]

c)

[HI]

d)

[EF]

24.

Welke transformatie herken je op de afbeelding?

a)

Een draaiing

b)

Een verschuiving

c)

Een spiegeling

25.

Welke transformatie wordt hier beschreven?

a)

Een spiegeling

b)

Een draaiing

c)

Een verschuiving

26.

Welke transformatie wordt hier afgebeeld?

a)

Een spiegeling

b)

Een verschuiving

c)

Een draaiing

27.

Welke wiskundige notatie hoort bij de volgende beschrijving?

a)

r(O, α)(A) = Ar_{\left(O,\ \alpha\right)}\left(A\right)\ =\ A'

b)

txy (A)=At_{\overrightarrow{xy}}\ \left(A\right)=A'

c)

sO (A) = As_O\ \left(A\right)\ =\ A'

28.

Hoe noteert men in wiskundige symbolen: vier meer dan het drievoud van een getal?

a)

4 - 3x

b)

4x + 3

c)

-3x + 4

d)

3x + 4

29.

Noteer de vergelijking: Het dubbel van een getal is gelijk aan het drievoud verminderd met 9

a)

2x = 93x2x\ =\ 9-3x

b)

2x = 392x\ =\ 3-9

c)

2x = 3x92x\ =\ 3x-9

d)

2x = 3(x9)2x\ =\ 3\cdot\left(x-9\right)

30.

Hoe noemt men een spiegelas waarbij de figuur op zichzelf wordt afgebeeld?

a)

Symmetriemiddelpunt

b)

Symmetrierechte

c)

Symmetriepunt

d)

Symmetrieas

31.

Twee gelijk georiënteerde lijnstukken hebben volgende kenmerken

a)

Evenwijdig, dezelfde richting, even lang

b)

Dezelfde zin, dezelfde richting, loodrecht

c)

Evenwijdig, dezelfde zin, even lang

d)

Even lang, dezelfde richting en tegengestelde zin