wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Thema 1 Verbranding en ademhaling (1t/m7+9)

Total questions: 40

Worksheet time: 19mins

Name
Class
Date
1.

Via welke weg komt ingeademde lucht in de longen terecht?

a)

neusholte/mondholte, keelholte, strottenhoofd, luchtpijp, bronchiën, luchtpijptakjes, longblaasjes

b)

mondholte, strottenhoofd, keelholte, luchtpijp, longblaasjes

c)

keelholte, neusholte, strottenhoofd, luchtpijp, bronchiën, longblaasjes

d)

neusholte, keelholte, strottenhoofd, luchtpijp, longblaasjes, luchtpijptakjes, bronchiën

2.

Wat voor soort ziekte is astma, en wat betekent dat?

a)

een chronische ziekte, dat betekent dat het behandelbaar is

b)

een resistentie ziekte, dat betekent dat het niet geneesbaar is

c)

een resistentie ziekte, dat betekent dat het behandelbaar is

d)

een chronische ziekte, dat betekent dat het niet behandelbaar is

3.

Wat zijn de drie meest giftige stoffen die je binnenkrijgt wanneer je een sigaret rookt?

a)

teer, tabak en koolstofmono-oxide

b)

nicotine, teer en koolstofmono-oxide

c)

koolstofmono-oxide, teer en koolstofdioxide

d)

teer, koolstofdioxide en nicotine

4.

Wat wordt verstaan onder het ademvolume?

a)

de lucht die je inademt per ademhaling

b)

de lucht die je uitademt per ademhaling

c)

de lucht die je in- en uitademd per ademhaling

d)

de lucht die je door de neusholte inademt per ademhaling

5.

Hoe bereken je het totale longvolume?

a)

Vitale capaciteit plus restvolume

b)

Vitale capaciteit min restvolume

c)

Inspiratoir reservevolume plus expiratoir reservevolume

d)

Inspiratoir reservevolume min expiratoir reservevolume

6.

Wat is de naam van onderdeel 1?

a)

Kraakbeenring

b)

Luchtpijp

c)

Slokdarm

7.

Koolstofdioxide kun je aantonen met de volgende indicator:

a)

Kraanwater

b)

Rivierwater

c)

Helder kalkwater

d)

Troebel kalkwater

8.

Hoe noemen we de stoffen die ontstaan bij verbranding?

a)

Verbrandingsstoffen

b)

Brandstoffen

c)

Verbrandingsproducten

d)

Indicatoren

9.

Wat zijn tracheeën en in welk organisme vinden we die?

a)

Sterk vertakte buisjes waar lucht doorheen gaat, insecten

b)

Sterk vertakte buisjes waar lucht doorheen gaat, vissen

c)

Sterk vertakte buisjes waar bloed doorheen gaat, insecten

d)

Sterk vertakte buisjes waar bloed doorheen gaat, vissen

10.

Hoe noemen we de lucht die achterblijft in de longen, ook na een sterkte uitademing?

a)

ademvolume

b)

vitale capaciteit

c)

restvolume

d)

expiratoir volume

11.

Welke functie heeft het strotklepje?

a)

Deze sluit de neusholte af

b)

Deze sluit de luchtpijp af

c)

Deze sluit de slokdarm af

12.

Bij welke organismen is de lichaamstemperatuur gelijk aan de temperatuur van de omgeving?

a)

Koudbloedige dieren

b)

Warmbloedige dieren

13.

In welke organismen vinden we kieuwen?

a)

Vissen

b)

Mensen

c)

Panda's

d)

Giraffen

14.

Waar in je lichaam vindt verbranding plaats?

a)

In je darmen

b)

In je longen

c)

In elke cel van je lichaam

15.

Welke organismen halen adem via longen?

a)

jonge amfibieën, reptielen, vogels, zoogdieren

b)

volwassen amfibieën, reptielen, vogels, zoogdieren

c)

vissen, reptielen, vogels, zoogdieren

16.
Welk gas heb ik nodig bij verbranding?
a)
koolstodioxide
b)
zuurtsof
c)
stikstof
d)
geen van de 3 genoemde
17.
Waarom gaat het vlammetje van de kaars uit?
a)
De koolstofdioxide in het potje raakt op
b)
De zuurstof in het potje raakt op
c)
Het lontje is te kort
d)
Het kaarsvet raakt op
18.
Wat is een indicator?
a)
Een stof waar iets inzit
b)
Een orgaan
c)
Een stof waarmee ik een andere stof aantoon
d)
Een stof waarmee ik een andere stof weg krijg
19.

Wat is de stand van de huig en strottenklep bij inademen?

a)

open, open

b)

dicht,open

c)

open, dicht

d)

beide dicht beide dicht

20.

Welk nummer stelt de huig voor?

a)

1

b)

10

c)

2

d)

8

21.

Gaswisseling kan snel plaats vinden in de longblaasjes omdat?

a)

ze een heel groot oppervlakte samen hebben

b)

ze een dikke wand hebben

c)

ze makkelijk glucose kunnen uitwisselen

d)

ze makkelijk water kunnen uitwisselen

22.

Het percentage stikstof wat je in en uitademt is gelijk

a)

waar

b)

niet waar

23.
Het is beter om door je neus in te ademen omdat.....
a)
De lucht hierdoor gezuiverd wordt van stof en bacteriën en warm en droger wordt
b)
De lucht hierdoor gezuiverd wordt van stof en bacteriën, kouder en vochtiger wordt
c)
De lucht hierdoor warmer ,vochtiger en geroken wordt
d)
De lucht hierdoor gezuiverd,droger en kouder wordt
24.
Wat is niet waar?
a)
Als ik ga bewegen gaat het hart sneller kloppen
b)
Als ik ga bewegen gaat mijn ademhaling sneller
c)
Als ik ga bewegen heb ik meer koolstofdioxide nodig
d)
Als ik ga bewegen heb ik meer zuurstof nodig
25.
Wat is waar?
a)
In uitgeademde lucht zit meer zuurstof dan ingeademde lucht
b)
in ingeademde lucht zit meer koolstofdioxide dan uitgeademde lucht
c)
In ingeademde lucht zit meer zuurstof dan uitgeademde lucht
d)
In ingeademde lucht zit evenveel zuurstof als uitgeademde lucht
26.

Welk van de onderstaande groep(en) zijn warmbloedig?

a)

Vogels

b)

Zoogdieren

c)

Reptielen

d)

Vissen

27.

In welk(e) onderdelen van de longen vind gaswisseling plaats?

a)

De longblaasjes

b)

De bronchiën

c)

Het gehele long-oppervlak

d)

De luchtpijptakjes en de longlblaasjes

28.

Welke volgorde van de rib inademing is juist?

a)

Borstbeen naar boven - borstholte groter - Longen groter - lucht naar binnen

b)

Borstbeen naar boven - lucht naar binnen - longen groter - borstholte groter

c)

Borstbeen naar beneden - longen kleiner - borstholte kleiner - lucht naar buiten

d)

Borstbeen naar boven - longen groter - lucht naar binnen - borstholte groter

29.

Welke van de volgende aandoeningen kunnen een allergie zijn?

a)

Astma

b)

Hooikoorts

c)

COPD

d)

Verkoudheid

30.

Welke aandoening kan worden veroorzaakt door roken?

a)

COPD

b)

Astma

c)

Hooikoorts

31.

Wat is de verslavende stof in een sigaret?

a)

Teer

b)

Koolstofmono-oxide

c)

Nicotine

d)

Koolstofdioxode

32.

Je longen doen aan gaswisseling met lucht uit de dode ruimte.

a)

Juist

b)

Onjuist

33.

Welke stof zorgt er voor dat de longen van rokers zwart worden?

a)

Nicotine

b)

Teer

c)

Koolmono-oxide

d)

Koolstofdioxide

34.

Waarom moeten veel slangen in de ochtend in de zon opwarmen voordat ze beginnen met hun dagelijkse activiteiten?

a)

Slangen zijn koudbloedig dus hun verbranding gaat langzamer bij lage temperaturen

b)

Doordat ze koudbloedig zijn verkrampen hun spieren in de koude nacht

c)

Slangen zijn geen ochtenddieren en hebben even nodig om wakker te worden.

35.
Welke doorsnede hoort bij een astma-aanval
a)
de linker
b)
de rechter
c)
allebei
d)
geen van twee
36.
In de afbeelding zie je schematisch getekend: 
a)
longen
b)
kieuwen
c)
tracheeën
d)
geen van de drie
37.
De vogel die hier zwemt haalt adem met
a)
longen
b)
huid
c)
huid en longen
d)
kieuwen
38.
Eencellige dieren halen adem met
a)
longen
b)
kieuwen
c)
celmembraan
d)
tracheeën
39.
De grondstofwisseling van een muis en een slang worden met elkaar vergeleken. De temperatuur is 10 graden Celsius. wie heeft de hoogste grondstofwisseling? en waarom?
a)
de muis, omdat hij veel verbranding heeft
b)
de muis, omdat hij weinig verbranding heeft
c)
de slang omdat hij veel verbranding heeft
d)
de slang omdat hij weinig verbranding heeft
40.

Wat verstaan we onder gaswisseling

a)

het uitwisselen van zuurstof en koolstofdioxide in de longblaasjes

b)

het uitwisselen van stikstof en zuurstof in de longblaasjes

c)

Het uitwisselen van stikstof en zuurstof tussen cellen en bloed

d)

het opnemen van zuurstof in het bloed