wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

C mavo H5 Goniometrie extra oefenen

Total questions: 26

Worksheet time: 7hrs 30mins

Name
Class
Date
1.

Hoe bereken je het hellingspercentage?

a)

verticale verplaatsing : horizontale verplaatsing x 100

b)

horizontale verplaatsing : verticale verplaatsing x 100

c)

horizontale verplaatsing x verticale verplaatsing : 100

d)

verticale verplaatsing x horizontale verplaatsing : 100

2.

Hoe bereken je het hellingspercentage?

a)

2,5 : 6,5 x 100

b)

6,5 : 2,5 x 100

c)

2,5 x 6,5 : 100

d)

6,5 x 2,5 : 100

3.

Hoe bereken je de tangens?

a)

tan α = overstaande rechthoekszijde : schuine zijde

b)

tan α = aanliggende rechthoekszijde : schuine zijde

c)

tan α = overstaande rechthoekszijde : aanliggende rechthoekszijde

d)

tan α = aanliggende rechthoekszijde : overstaande rechthoekszijde

4.
Welke zijden van driehoek ABC zijn de rechthoekszijden?
a)
B
b)
AB en AC
c)
AB en BC
d)
BC en AC
5.
Welke zijde is de overstaande rechthoekszijde van hoek A?
a)
AB
b)
BC
c)
AC
d)
ABC
6.
Welke zijde is de aanliggende rechthoekszijde van hoek A?
a)
AB
b)
BC
c)
AC
d)
ABC
7.
Welke zijde is de aanliggende rechthoekszijde van hoek C?
a)
AB
b)
BC
c)
AC
d)
ABC
8.

Bereken de verticale verplaatsing BC.

Rond het eindantwoord af op 1 decimaal.

a)

BC = 67,0 m

b)

BC = 66,9 m

c)

BC = 933,0 m

d)

BC = 933,1 m

e)

BC = 0,1 m

9.

Bereken de lengte van de helling AC.

Rond het eindantwoord af op 1 decimaal.

Let op! Bereken eerst BC.

a)

AC = 258,8 m

b)

AC = 258,7 m

c)

AC = 965,9 m

d)

AC = 966,0 m

e)

AC = 250,0 m

10.

Bereken de horizontale verplaatsing DE. Rond het eindantwoord af op 1 decimaal.

a)

DE = 360,2 m

b)

DE = 360,1 m

c)

DE = 444,2 m

d)

DE = 2,7 m

e)

DE = 2,8 m

11.

Bereken ∠A.

tan(∠A) = 0,339

a)

∠A = 19°

b)

∠A = 18°

c)

∠A = 6°

d)

∠A = 87°

e)

∠A = 88°

12.

Bereken ∠B. Rond af op 1 decimaal.

a)

∠B = 34,6°

b)

∠B = 1,2°

c)

∠B = 89,9°

d)

∠B = 55,3°

e)

∠B = 55,4°

13.

Bereken bij het bord de hellingshoek.

Rond af op 1 decimaal.

a)

hellingshoek = 24,0°

b)

hellingshoek = 23,9°

c)

hellingshoek = 66,0°

d)

hellingshoek = 66,1°

e)

hellingshoek = 88,4°

14.

In de afbeelding zie je een ontwerpschets voor een kunstskibaan met een hellingshoek van 15°.

Bereken de lengte van BC. Rond af op 1 decimaal.

a)

BC = 26,3 m

b)

BC = 26,2 m

c)

BC = 365,7 m

d)

BC = 2,7 m

e)

BC = 36,6 m

15.

Bereken het hellingspercentage.

a)

hellingspercentage = 38,5 %

b)

hellingspercentage = 38,4 %

c)

hellingspercentage = 26 %

d)

hellingspercentage = 25 %

e)

hellingspercentage = 27 %

16.

Bereken de onbekende lengte in 1 decimaal nauwkeurig.

a)

? = 4,3

b)

? = 3

c)

? = 0,3

d)

? = 0,4

e)

? = 0,5

17.

Bereken de onbekende lengte in 1 decimaal nauwkeurig.

a)

? = 4,8

b)

? = 198,4

c)

? = 20,6

d)

? = 2,1

e)

? = 5,2

18.

Een zweefvliegtuig daalt van 800 meter hoogte naar de grond. Daarbij zweeft het toestel over een horizontale afstand van 15 km. (Maak een schets).

Bereken het hellingspercentage van deze daling.

a)

hellingspercentage = 5,3 %

b)

hellingspercentage = 53,3 %

c)

hellingspercentage = 1,9 %

d)

hellingspercentage = 18,8 %

e)

hellingspercentage = 0,53 %

19.

In de figuur zie je het zijaanzicht van een skibaan.

Bereken hoeveel meter een skiër daalt die van C naar B skiet.

a)

hoogteverschil van C naar B = 6,4 meter

b)

hoogteverschil van C naar B = 64 meter

c)

hoogteverschil van C naar B = 10 meter

d)

hoogteverschil van C naar B = 19,2 meter

e)

hoogteverschil van C naar B = 192 meter

20.

In de figuur zie je het zijaanzicht van een skibaan.

Bereken hoeveel meter een skiër daalt die van B naar A skiet.

a)

hoogteverschil van B naar A = 20,8 meter

b)

hoogteverschil van B naar A = 1230 meter

c)

hoogteverschil van B naar A = 12,3 meter

d)

hoogteverschil van B naar A = 31,2 meter

e)

hoogteverschil van B naar A = 1846 meter

21.

Hoe bereken je AC?

a)

AC = √ (12² - 10²)

b)

AC = √ (12² + 10²)

c)

AC = 12² + 10²

d)

AC = 12² - 10²

e)

AC = √ (12 - 10)

22.

Hoe lang is zijde DB?

a)

DB = 8,4

b)

DB = 11,9

c)

DB = 9,3

d)

DB = 10

e)

DB = 12

23.

Bereken ∠B1

a)

∠B1 = 33,6°

b)

∠B1 = 63,4°

c)

∠B1 = 26,6°

d)

∠B1 = 40,8°

e)

∠B1 = 56,4°

24.

Bereken ∠A2

a)

∠A2 = 39,8°

b)

∠A2 = 50,2°

c)

∠A2 = 44,3°

d)

∠A2 = 48,6°

e)

∠A2 = 52,5°

25.

Hoe lang is zijde AC?

a)

AC = 6,3

b)

AC = 7,8

c)

AC = 9,2

d)

AC = 8,3

e)

AC = 6,5

26.

Kees en Fred spelen buiten met een reuzeschaakspel.

Op een zeker moment is de schaduw van de 75 cm hoge koning 105 cm lang.

Bereken de zonnehoek.

zonnehoek ≈ ...°

a)

zonnehoek ≈ 54°

b)

zonnehoek ≈ 36°

c)

zonnehoek ≈ 12°

d)

zonnehoek ≈ 45°

e)

zonnehoek ≈ 32°