wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

4. Thema Retail hst. 4 Leidinggeven

Total questions: 31

Worksheet time: 31mins

Name
Class
Date
1.

Welke leiderschapsstijl is zowel mensgericht als taakgericht?

a)

Coachende stijl

b)

Instruerende stijl

c)

Overleggende stijl

d)

Samenwerkende stijl

2.

De overleggende leiderschapsstijl is

a)

mensgericht

b)

taakgericht

c)

zowel mensgericht als taakgericht

3.

De overleggende leiderschapsstijl is

a)

mensgericht en niet taakgericht

b)

taakgericht en niet mensgericht

c)

zowel mensgericht als taakgericht

4.

Welke leiderschapsstijl is wél mensgericht en niet taakgericht?

a)

Coachende stijl

b)

Instruerende stijl

c)

Overleggende stijl

d)

Samenwerkende stijl

5.

Lees de volgende situatie. Van welke leiderschapsstijl is hier sprake?


Je hebt Henk gevraagd om voortaan nieuwe collega’s in te gaan werken. Hij is enthousiast over het voorstel en zal jou op de hoogte houden over de voortgang van nieuwe medewerkers.

a)

Coachen

b)

Delegeren

c)

Instrueren

d)

Overleggen

6.

Lees de volgende situatie. Van welke leiderschapsstijl is hier sprake?


Peter vult niet FIFO. Je legt uit waarom er op die manier derving ontstaat. Peter begrijpt nu dat hij anders moet vullen.

a)

Coachen

b)

Delegeren

c)

Instrueren

d)

Overleggen

7.

Lees de volgende situatie. Welke leiderschapsstijl hanteer je in deze situatie?


Karin is sinds kort veel minder enthousiast tijdens haar werk. Ze mist uitdaging. Je vraagt haar wat ze graag zou willen veranderen. Karin wil roosters maken. Samen beslissen jullie dat ze een cursus gaat volgen.

a)

Coachen

b)

Delegeren

c)

Overleggen

d)

Samenwerken

8.

Waarvoor is de roos van Leary bedoeld?

a)

Beïnvloeden van gedrag

b)

Conflicthantering

c)

Geven van feedback

d)

Omgaan met vervelende collega's

9.

Bekijk de afbeelding. Als je wilt dat jouw collega meer leidend gedrag laat zien, welke rol moet jij als leidinggevende dan aannemen?

a)

Afhankelijk

b)

Concurrerend

c)

Helpend

d)

Meewerkend

10.

Bekijk de afbeelding. Als je een collega wilt bewegen om meer meewerkend te worden, welke rol moet jij als leidinggevende dan aannemen? Noteer twee juiste antwoorden.

a)

Helpend

b)

Meewerkend

c)

Offensief

d)

Opstandig

11.

Wat is een goed voorbeeld van het instrueren van een medewerker?

a)

De stappen van een taak voordoen en daarna de medewerker laten oefenen

b)

Geef de instructie op een rustige plek, zonder verstoringen

c)

Pas de instructie aan op de voorkennis van de medewerker

12.

Bij het geven van negatieve feedback houd je je aan GEVR. Waar staat de letter V voor in deze afkorting?

a)

Verdieping

b)

Vertrouwen

c)

Verwachting

d)

Vriendelijk

13.

Bij het geven van negatieve feedback houd je je aan GEVR. Waar staat de letter E voor in deze afkorting?

a)

Eerlijk

b)

Effect

c)

Ervaring

d)

Evaluatie

14.

Bij het geven van negatieve feedback houd je je aan GEVR. Waar staat de letter R voor in deze afkorting?

a)

Reactie

b)

Reageren

c)

Reflectie

d)

Resultaat

15.

Wat is een goed voorbeeld van het geven van negatieve feedback? Tegen een medewerker zeggen dat

a)

hij altijd te laat op zijn werk komt

b)

je het vervelend vindt dat hij gisteren te lang pauze nam

c)

jij je moeilijk kunt concentreren door zijn irritante manier van praten

16.

Wat is een goed voorbeeld van het geven van negatieve feedback? Tegen een medewerker zeggen dat

a)

er bepaalde collega’s zijn die te hard praten

b)

hij veel te hard praat

c)

je moeite hebt je te concentreren omdat hij te hard praat

d)

je vindt dat een collega te hard praat

17.

Welk onderdeel van negatieve feedback laat je achterwege bij het geven van confronterende feedback?

a)

Effect

b)

Gedrag

c)

Resultaat

d)

Verwachting

18.

In welke fase van het coachen inventariseer je wat een medewerker makkelijk vindt en wat niet?

a)

Activiteiten bedenken

b)

Leerdoelen opstellen

c)

Reflecteren op het proces

19.

In welke fase van het coachen laat je het initiatief vooral bij medewerker zelf?

a)

Activiteiten bedenken

b)

Leerdoelen opstellen

c)

Reflecteren op het proces

20.

In welke fase van het coachen maak je de medewerker bewust van de sterke punten en verbeterpunten?

a)

Activiteiten bedenken

b)

Leerdoelen opstellen

c)

Reflecteren op het proces

21.

Om de communicatie tussen jou en je gesprekspartner te verbeteren, maak je gebruik van de volgende stappen. In welke volgorde zet je deze stappen in?


1. Doorvragen

2. Luisteren

3. Samenvatten

a)

1, 3, 2

b)

2, 1, 3

c)

2, 3, 1

d)

3, 1, 2

e)

3, 2, 1

22.

Wat is een voorbeeld van een extrinsieke factor wanneer het gaat om het motiveren van medewerkers?

a)

De uitdaging die het werk biedt

b)

De zekerheid die geboden wordt

c)

Het willen dragen van verantwoordelijkheid

d)

Voldoening die een medewerker uit het werk haalt

23.

Wat is een voorbeeld van een extrinsieke factor wanneer het gaat om het motiveren van medewerkers?

a)

Goede werkomstandigheden die bij de functie horen

b)

Uitdaging die het werk biedt

c)

Variatie die medewerker heeft in werkzaamheden

d)

Voldoening die een medewerker uit het werk haalt

24.

Wat is een voorbeeld van een intrinsieke factor wanneer het gaat om het motiveren van medewerkers?

a)

De hoogte van het salaris

b)

De status die je met het werk krijgt

c)

De uitdaging die het werk biedt

d)

De zekerheid die geboden wordt

25.

Wat is een voorbeeld van een intrinsieke factor wanneer het gaat om het motiveren van medewerkers?

a)

De goede werkomstandigheden die bij de functie horen

b)

De hoogte van het salaris

c)

De variatie in werkzaamheden

d)

Een goede relatie met andere werknemers

26.

Lees de volgende situatie. Welk soort conflicthantering wordt hier toegepast?


Birgit wil tijdens een drukke periode op vakantie. Jullie besluiten dat Birgit haar vakantie verkort en wat later laat ingaan. Zo kan ze toch op vakantie, en kun jij haar tijdens enkele drukke dagen alsnog inzetten.

a)

Compromis

b)

Forceren

c)

Samenwerken

d)

Toegeven

e)

Vermijden

27.

Lees de volgende situatie. Welk soort conflicthantering pas je toe in deze situatie?


Bart heeft problemen met jouw stijl van leidinggeven. Je luistert naar hem en waardeert zijn inbreng. Je spreekt af dat Bart jou de komende tijd van feedback mag voorzien.

a)

Compromis

b)

Forceren

c)

Samenwerken

d)

Toegeven

e)

Vermijden

28.

Lees de volgende situatie. Welk soort conflicthantering wordt hier toegepast?


Joyce vertelt je een idee waardoor er veel tijd bespaard kan worden. Volgens jou werkt het idee niet. Ze komt er nog wel achter waarom niet. Je gaat verder met je werk.

a)

Compromis

b)

Forceren

c)

Samenwerken

d)

Toegeven

e)

Vermijden

29.

Tijdens het werkoverleg wordt afgestemd wie er bereid is om tijdens de kerstdagen te werken. Dit is een

a)

besluitvormend werkoverleg

b)

informatief werkoverleg

c)

instruerend werkoverleg

d)

probleemoplossend werkoverleg

30.

Tijdens het werkoverleg wordt aan medewerkers gevraagd of zij ideeën hebben voor nieuwe acties. Dit is een

a)

besluitvormend werkoverleg

b)

informatief werkoverleg

c)

oriënterend werkoverleg

d)

probleemoplossend werkoverleg

31.

Tijdens het werkoverleg wordt medegedeeld dat de winkel ook op zondag open gaat. Dit werkoverleg is

a)

besluitvormend

b)

informatief

c)

instruerend

d)

probleemoplossend