wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Chemie 1

Total questions: 27

Worksheet time: 7hrs 45mins

Name
Class
Date
1.
Welk mengsel kun je wel filtreren?
a)
oplossing
b)
emulsie
c)
suspensie
d)
alle drie
2.
Welk van de onderstaande begrippen is geen scheidingsmethode?
a)
filtreren
b)
extraheren
c)
oplossen
d)
indampen
3.
koffie zetten is een voorbeeld van
a)
extractie en filtratie
b)
extractie en indampen
c)
filtratie en indampen
4.
Hoe kan je een opgeloste stof uit een oplosmiddel halen?
a)
filtreren
b)
indampen
c)
extraheren
d)
het gaat niet
5.

In welke fase is de aantrekkingskracht tussen moleculen het grootst?

a)

Vloeibare fase

b)

Gasfase

c)

Vaste fase

6.

In welke fase is de aantrekkingskracht tussen moleculen het kleinst?

a)

Gasfase

b)

Vloeibare fase

c)

Vaste fase

7.

Wat voor soort mengsel vormt olie en water?

a)

emulsie

b)

oplossing

c)

suspensie

8.

Welke scheidingsmethode wordt gebruikt om sterke drank te maken van wijn?

a)

Indampen

b)

Destilleren

c)

Extraheren

d)

Filtreren.

9.

Wanneer er suiker wordt gewonnen uit de suikerbiet wordt er water bij gedaan. Hoe noem je deze scheidingsmethode?

a)

Filtreren

b)

Indampen

c)

Extraheren

d)

Adsorberen

10.

De lucht in een uitademing bevat veel waterdamp. Wat gebeurt er met de waterdamp als je uitademt tegen een koude ruit? De waterdamp:

a)

Condenseert

b)

Smelt

c)

Stolt

d)

Verdampt

11.

Bij welke fase-overgang wordt een vaste stof een vloeistof?

a)

Bevriezen

b)

Condenseren

c)

Rijpen

d)

Smelten

e)

Verdampen

12.

Bij welke fase-overgang wordt een vloeistof stof een gas?

a)

Bevriezen

b)

Condenseren

c)

Rijpen

d)

Smelten

e)

Verdampen

13.

Bij welke fase-overgang wordt een vloeistof een vaste stof?

a)

Bevriezen

b)

Condenseren

c)

Rijpen

d)

Smelten

e)

Verdampen

14.

Bij welke fase-overgang wordt een gas een vaste stof?

a)

Bevriezen

b)

Condenseren

c)

Rijpen

d)

Smelten

e)

Verdampen

15.

Bij welke fase-overgang wordt een vaste stof een gas?

a)

Bevriezen

b)

Condenseren

c)

Rijpen

d)

Smelten

e)

vervluchtigen

16.

Vervluchtigen is de fase overgang van:

a)

vast naar vloeibaar

b)

vast naar gas

c)

vloeibaar naar vast

d)

vloeibaar naar gas

e)

gas naar vast

17.

Condenseren is de fase overgang van:

a)

vast naar vloeibaar

b)

gas naar vloeibaar

c)

vloeibaar naar vast

d)

vloeibaar naar gas

e)

gas naar vast

18.
Stollen is de fase overgang van:
a)
vast naar vloeibaar
b)
gas naar vloeibaar
c)
vloeibaar naar vast
d)
vloeibaar naar gas
e)
gas naar vast
19.
Als na een regenbui de zon schijnt, zijn de straten al gauw weer droog. Dat komt doordat het regenwater:
a)
Bevriest
b)
Condenseert
c)
Smelt
d)
vervluchtigt
e)
Verdampt
20.
Sneeuw is een vorm van water. In welke fase is het water in een sneeuwvlok?
a)
gasvormige fase
b)
vaste fase
c)
vloeibare fase
21.
Als je tijdens een koude winterdag van buiten naar binnen gaat, beslaan je brillenglazen. Hoe heet de fase-overgang die dan plaatsvindt?
a)
Bevriezen
b)
Condenseren
c)
Rijpen
d)
Smelten
e)
Verdampen
22.
De takken van bomen zijn in de winter ’s ochtends soms helemaal wit. Hoe heet de fase-overgang die daarvoor heeft gezorgd?
a)
Bevriezen
b)
Condenseren
c)
Rijpen
d)
Smelten
e)
vervluchtigen
23.
Welke scheidingsmethode om drinkwater te maken zie je hier?
a)
Filtreren
b)
Bezinken
c)
Extraheren
24.

Een zuivere stof bestaat uit..

a)

één stof

b)

meerdere stoffen

25.

Wat gebeurt er bij indampen?

a)

de vaste stof verdampt

b)

de vaste stof kookt weg uit het mengsel

c)

het water en de vaste stof verdampen allebei

d)

het water verdampt en de vaste stof blijft over

26.

zeezout wordt uit zeewater gehaald door...

a)

indampen

b)

smelten

c)

bevriezen

27.

Water kan bevriezen. Een andere naam voor bevriezen is

a)

smelten

b)

stollen

c)

verdampen

d)

vergassen