wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

T3 | H2 Bewegen

Total questions: 35

Worksheet time: 1hrs 10mins

Name
Class
Date
1.

Welk weefsel wordt in deze afbeelding weergeven?

a)

Beenweefsel

b)

Kraakbeenweefsel

c)

Spierweefsel

d)

Zenuwweefsel

2.

Welk weefsel wordt in deze afbeelding weergeven?

a)

Beenweefsel

b)

Kraakbeenweefsel

c)

Spierweefsel

d)

Zenuwweefsel

3.

Welke stof is er veel aanwezig in de tussencelstof van dit weefsel?

a)

Kalk

b)

Bloed

c)

Lijmstof

d)

Cytoplasma

4.

Welke stof is er veel aanwezig in de tussencelstof van dit weefsel?

a)

Kalk

b)

Bloed

c)

Lijmstof

d)

Cytoplasma

5.

Tekort aan deze stof zorgt ervoor dat de botten van oude mensen breekbaarder worden

a)

Lijmstof

b)

Kalkstof

6.

Dit kleine kraakbeenlaagje aan het uiteinde van een bot zorgt ervoor dat kinderen kunnen groeien

a)

Groeischijf

b)

Gewrichtssmeer

c)

Lijmstof

d)

Meniscus

7.

Benoem onderdeel 13

a)

Ellepijp

b)

Spaakbeen

c)

Opperarmbeen

d)

Dijbeen

8.

Benoem onderdeel 14

a)

Heiligbeen

b)

Staartbeen

c)

Rugwervel

d)

Heupbeen

9.

Benoem onderdeel 5

a)

Sleutelbeen

b)

Schouderblad

c)

Borstbeen

d)

Ribbenkast

10.

Dit bot is een...

a)

Pijpbeen

b)

Plat been

11.

Deze stof zit alleen in pijpbeenderen. De stof is geel omdat er vet in ligt opgeslagen.

a)

Beenmerg

b)

Kalk

c)

Kraakbeen

d)

Beenvlies

12.

Dit laagje dat om je botten ligt bevat zenuwcellen en bloedvaten die je botten in groeien. Via het bloed krijgen de beencellen stoffen die ze nodig hebben en door de zenuwen kun je pijn voelen.

a)

Beenvlies

b)

Beenweefsel

c)

Kraakbeen

d)

Gewrichtskapsel

13.

Deze rugwervels worden het zwaarst belast. Mensen hebben hier dan ook vaak rugklachten

a)

Lendenwervels

b)

Borstwervels

c)

Halswervels

14.

Bij een hernia...

a)

Raken zenuwen bekneld door een uitpuilende kraakbeenschijf

b)

Is het kraakbeen ontstoken waardoor je pijnsignalen afgeeft aan het ruggenmerg

c)

Heb je één gebroken wervel

d)

Zijn de wervels verschoven waardoor deze krom staan

15.

In de afbeelding zie je een...

a)

Gewricht

b)

Kraakbeenverbinding

c)

Vergroeiing

d)

Naadverbinding

16.

In de afbeelding zie je een...

a)

Gewricht

b)

Kraakbeenverbinding

c)

Vergroeiing

d)

Naadverbinding

17.

Benoem nummer 2

a)

Gewrichtskapsel

b)

Gewrichtsbanden

c)

Kraakbeen

d)

Gewrichtskogel

18.

Benoem nummer 4

a)

Gewrichtssmeer

b)

Gewrichtsbanden

c)

Kraakbeen

d)

Gewrichtskom

19.

Welk type gewricht zie je hier?

a)

Scharniergewricht

b)

Kogelgewricht

c)

Rolgewricht

20.

In welk deel van je arm kun je dit gewricht vinden?

a)

Schouder

b)

Elleboog

c)

Onderarm

21.

Spieren kunnen maar één kant op bewegen

a)

Juist

b)

Onjuist

22.

De biceps en triceps zijn voorbeelden van...

a)

Antagonisten

b)

Buigspieren

c)

Strekspieren

d)

Spierbundels

23.

Het vlies dat om je spieren heen zit noem je de...

a)

Spierschede

b)

Spiervezels

c)

Spierbundels

24.

Het kleinste onderdeel van een spier zijn de...

a)

Spierschede

b)

Spiervezels

c)

Spierbundels

25.

In de afbeelding zijn spiervezels schematisch weergeven. Zijn deze spiervezels ontspannen of aangespannen?

a)

Ontspannen

b)

Aangespannen

26.

Gewichtheffen maakt kleine scheurtjes in je spieren. Door herstel ontstaan er meer spiervezels: hier word je sterker van.

a)

Waar

b)

Niet waar

27.

Bij een voetbalknie is dit onderdeel beschadigd

a)

Meniscus

b)

Kruisbanden

c)

Gewrichtskapsel

d)

Gewrichtskom

28.

Bij deze blessure is er sprake van een ophoping van afvalstoffen in een spier waardoor de zenuwen in de spier geprikkeld raken

a)

Spierpijn

b)

Zweepslag

c)

Bloeduitstorting

d)

Spierkramp

29.

Waarom is sporten gezond? Tik alle juiste antwoorden aan

a)

Sterkere spieren en gewrichten = minder blessures

b)

Meer bloed rongepompt in een hartslag --> er komen vaker witte bloedcellen langs = betere weerstand

c)

Je krijgt door belasting meer beencellen = sterke botten

d)

Je metabolisme wordt beter = minder honger en meer afvallen

e)

Je longen worden groter = meer zuurstof voor verbranding

30.

Als dit dier beweegt gaat hij...

a)

op en neer

b)

heen en weer

31.

Op welke plek zit de meniscus in een knie?

a)

5

b)

6

c)

4

d)

3

32.

Dit dier is een teenganger

a)

Waar

b)

Niet waar

33.

De benen in de foto zijn van een...

a)

Zoolganger

b)

Topganger

c)

Teenganger

34.

Tik alle gewervelde dieren aan

a)

Zoogdieren

b)

Vissen

c)

Geleedpotigen

d)

Weekdieren

e)

Amfibiën

35.

In de afbeelding is een poot van een olifant te zien. Het gele weefsel is vet. Welk type poten heeft een olifant?

a)

Topganger

b)

Teenganger

c)

Zoolganger