wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Woordsoorten C7

Total questions: 25

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de afkorting van persoonlijk voornaamwoord

a)

pv

b)

pvn

c)

pers vnw

d)

pers v

2.

Wat zijn de lidwoorden

a)

een de

b)

de het een

c)

de een

d)

de het

3.

Wat zijn de persoonlijke voornaamwoorden enkelvoud?

a)

ik jij hij zij het

b)

wij jullie zij

c)

ik wij zij julli

d)

hij zij het

4.

Wat is een zelfstandig naamwoord?

a)

de het een

b)

het zegt iets over een ding

c)

het geeft een aantal aan

d)

de naam van een mens dier of ding

5.

Welk telwoord is precies?

a)

weinig

b)

veel

c)

erg

d)

twee

6.

Wat zijn de persoonlijke voornaamwoorden meervoud?

a)

ik jij hij zij het

b)

wij jullie ik

c)

wij jullie zij

d)

hij zij het

7.

Wat is een bijvoeglijk naamwoord?

a)

De naam van een mens dier of ding

b)

Het zegt iets over het zelfstandig naamwoord.

c)

de het een

d)

ik jij hij zij wij jullie zij

8.

Wat is het bijvoeglijk naamwoord in deze zin?

De juf is lief.

a)

De

b)

juf

c)

is

d)

lief.

9.

Wat is het bijvoeglijk naamwoord in deze zin?

Er kan niet gespeeld worden op het natte voetbalveld.

a)

kan

b)

niet

c)

natte

d)

voetbalveld.

10.

Wat is het lidwoord in deze zin?

Er kan niet gespeeld worden op het natte voetbalveld.

a)

kan

b)

het

c)

natte

d)

voetbalveld.

11.

Wat is het lidwoord in deze zin?

De juf is lief.

a)

De

b)

juf

c)

is

d)

lief.

12.

Wat is het telwoord in deze zin?

Het eerste kind krijgt een ijsje.

a)

Het

b)

eerste

c)

kind

d)

krijgt

13.

Welk persoonlijk voornaamwoord staat in deze zin?

Hij krijgt een nieuwe scooter.

a)

Hij

b)

een

c)

nieuwe

d)

scooter.

14.

Wat is het bijvoeglijk naamwoord in deze zin?

Hij krijgt een nieuwe scooter.

a)

Hij

b)

een

c)

nieuwe

d)

scooter.

15.

Wat is het lidwoord in deze zin?

Hij krijgt een nieuwe scooter.

a)

Hij

b)

een

c)

nieuwe

d)

scooter.

16.

Welk van onderstaande woorden zijn een vragend voornaamwoord oftewel vraagwoord?

a)

Zijn

b)

Waarom

c)

Wie

d)

Vraagteken

17.

Wat zijn leestekens?

a)

1 2 3 4 5

b)

ik jij hij zij wij jullie zij

c)

veel weinig eerste

d)

. , ? !

18.

Waarmee begint een zin?

a)

Een vraagteken

b)

Een hoofdletter

c)

Een punt

d)

Een komma

19.

Waarmee eindigt een vraag?

a)

Een vraagteken

b)

Een hoofdletter

c)

Een punt

d)

Een komma

20.

Wat is het telwoord in deze zin?

We zijn bijna bij de laatste vraag.

a)

We

b)

bijna

c)

laatste

d)

vraag.

21.

Welk persoonlijk voornaamwoord kan ik invullen in plaats van "Mijn moeder en ik"

Mijn moeder en ik gingen naar de bioscoop.

.................................. gingen naar de bioscoop

a)

Zij

b)

Wij

c)

Ik

d)

Jullie

22.

Wat is het bijvoeglijk naamwoord in deze zin?

Het was een spannende film.

a)

Het

b)

film

c)

was

d)

spannende

23.

Welk persoonlijk voornaamwoord kan ik invullen in plaats van "Die jongens"

Die jongens deden erg vervelend.

...................... deden erg vervelend.

a)

Zij

b)

Wij

c)

Ik

d)

Jullie

24.

Welke het zelfstandig naamwoorden staan in deze zin?

Mijn broer koopt altijd dure schoenen.

a)

Mijn broer

b)

dure schoenen

c)

broer schoenen

d)

altijd

25.

Welk persoonlijk naamwoord staat in deze zin?

Na deze vraag zijn wij klaar met de quiz.

a)

wij

b)

vraag

c)

quiz

d)

klaar