wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Paragraaf 3.3 en 3.4

Total questions: 26

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

Welk onderdeel geeft nummer 2 aan?

a)

Gehoortunnel

b)

Gehoorgang

c)

Gehoorweg

d)

Gehoorbuis

2.

Wat geeft onderdeel 6 aan?

a)

Hamer

b)

Aambeeld

c)

Stijgbeugel

3.

Wat geeft onderdeel 7 aan?

a)

Hamer

b)

Aambeeld

c)

Stijgbeugel

4.

Wat geeft onderdeel 8 aan?

a)

Hamer

b)

Aambeeld

c)

Stijgbeugel

5.

Welk nummer geeft de buis van eustachius aan?

a)

2

b)

5

c)

11

d)

12

6.

Welk nummer geeft de gehoorzenuw aan?

a)

2

b)

5

c)

11

d)

12

7.

Op welke plek kan oorsmeer zitten?

a)

2

b)

6

c)

12

d)

11

8.

Wat is de juiste volgorde van gehoorbeentjes?

a)

Aambeeld - Stijgbeugel - Hamer

b)

Hamer - Aambeeld - Stijgbeugel

c)

Stijgbeugel - Aambeeld - Hamer

d)

Hamer - Stijgbeugel - Aambeeld

9.

Wat is de beste uitleg van het begrip: geluid

a)

Een hoge of lage toon

b)

Een hard of zacht geluid

c)

Iets wat je kan meten in decibel

d)

Een trilling in de lucht

10.

Wat is het gehoorbereik van een mens?

a)

85 - 1.100

b)

20 - 20.000

c)

10 - 10.000

d)

30 - 30.000

11.

Wie kan het hoogste geluid horen?

a)

Hond

b)

Kat

c)

Vleermuis

d)

Dolfijn

12.

Wie kan het laagste geluid produceren?

a)

Mens

b)

Hond

c)

Kat

d)

Vogel

13.

Welk antwoord geeft een pieptoon?

a)

520 Hz

b)

10.000Hz

14.

Laat de afbeelding een hoge- of lage toon zien?

a)

Hoge toon

b)

Lage toon

15.

Waarmee meet je de geluidssterkte?

a)

Decibel

b)

Hertz

c)

Decihertz

d)

Hertzibel

16.

Waarmee meet je de toonhoogte?

a)

Decibel

b)

Hertz

c)

Decihertz

d)

Hertzibel

17.

Wat geeft 90dB aan?

a)

Een hard geluid

b)

Een zacht geluid

c)

Een hoge toon

d)

Een lage toon

18.

Hoeveel decibel past het beste bij een gesprek in de klas?

a)

20 dB

b)

90 dB

c)

60 dB

d)

120 dB

19.

Welk onderdeel in het oor gaat niet trillen

a)

Trommelvlies

b)

Slakkenhuis

c)

Gehoorgang

d)

Hamer

20.

Volgens het boek zijn er smaakplekken op je tong. Welke smaak kun je waarnemen op plek B?

a)

Bitter

b)

Zuur

c)

Zout

d)

Zoet

21.

Volgens het boek zijn er smaakplekken op je tong. Welke smaak kun je waarnemen op plek D?

a)

Bitter

b)

Zuur

c)

Zout

d)

Zoet

22.

Wat kun je niet waarnemen met je smaakzintuig?

a)

Temperatuur

b)

Pijn

c)

Smaakstoffen

d)

Geurstoffen

23.

Sommigen mensen houden niet van spruitjes, koffie of witlof. Dat komt door de bittere smaak. Waardoor komt dat?

a)

Ervaring

b)

Zien van het eten

c)

Ervaring

d)

Waardering (gewenning)

24.

Welke geluiden kan iemand die lawaaidoof is niet meer zo goed horen?

a)

Harde geluiden

b)

Zachte geluiden

c)

Lage geluiden

d)

Hoge geluiden

25.

Wat zit er in de trommelholte?

a)

Water

b)

Lucht

c)

Oorsmeer

26.

Met welke organen kun je waarnemen of je iets lekker vindt?

a)

Alleen met je neus en je tong

b)

Alleen met je neus en je ogen

c)

Alleen met je tong en je ogen

d)

Zowel met je neus en je ogen als met je tong