Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Ben jij al klaar voor de toets van hoofdstuk 10?

Total questions: 17

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

glucose is een....

a)

bouwstof

b)

beschermende stof

c)

brandstof

2.

Op welke 2 plaatsen in je lichaam kan glycogeen opgeslagen worden?

a)

de spieren en nieren

b)

de nieren en lever

c)

de spieren en lever

d)

de alvleesklier en lever

3.

Welke 2 bloed toevoerende bloedvaten heeft de lever?

a)

leverader en de poortader

b)

leverslagader en de poortader

c)

leverader en leverslagader

d)

kransleverader en de poortader

4.

Door een erfelijke afwijking maakt het lichaam van Joshua geen fibrinogeen aan. Wat is een gevaarlijke situatie voor Joshua?

a)

Als hij een interne of externe bloeding oploopt, want het bloed stolt niet.

b)

Als hij in een ruimte komt met weinig zuurstof, want het is een eiwit wat zuurstof bindt.

c)

Als hij te weinig rode bloedcellen heeft, want het is een eiwit wat zuurstof bindt.

d)

Als hij te veel glucose eet, want het zorgt ervoor dat het bloedsuiker laag blijft.

5.

waar beschermt pigment je voor?

a)

ultraviolette straling

b)

zon

c)

licht

6.

Wat is het verschil in bouw tussen een virus en een bacterie?

a)

een bacterie is een cel, een virus is een eiwitmantel met DNA

b)

een virus is een cel, een bacterie is een eiwitmantel met DNA

7.

Een virus heeft een gastheercel nodig om zich te vermeerderen

a)

waar

b)

niet waar

8.

Antibiotica kan helpen een virus infectie te bestrijden

a)

waar

b)

niet waar

9.

welke type witte bloedcel hoort bij de specifieke afweer?

a)

De vreetcellen

b)

De antistofcellen

c)

allebei

10.

een antistof werkt op meerdere soorten ziekteverwekkers

a)

waar

b)

niet waar

11.

De eiwitten op de buitenkant van een cel die dienen ter herkenning heten.....

a)

antistoffen

b)

antigenen

c)

geheugencellen

12.

Een prik die helpt om snel weer beter te worden nadat je besmet bent met de mazzelen is een vorm van....?

a)

natuurlijke actieve immuniteit

b)

kunstmatige actieve immuniteit

c)

kunstmatige passieve immuniteit

d)

natuurlijke actieve immuniteit

13.

Welke cellen zorgen ervoor dat bij een tweede besmetting de infectie snel bestreden kan worden?

a)

antistofcellen

b)

witte bloedcellen

c)

geheugencellen

14.

op welke plek worden witte cellen gevormd?

a)

lymfeknopen

b)

het beenmerg

c)

lever

15.

De antistoffen die een baby binnenkrijgt tijdens borstvoeding is een voorbeeld van...?

a)

kunstmatige actieve immuniteit

b)

natuurlijke actieve immuniteit

c)

natuurlijke passieve immuniteit

d)

kunstmatige passieve immuniteit

16.

Welke antistof tref je aan in het bloed van iemand met bloedgroep A

a)

anti A

b)

anti B

c)

anti A en anti B

d)

geen

17.

Welke antigenen kun je verwachten bij bloedgroep 0?

a)

antigeen A en B

b)

geen

c)

Antigeen A

d)

Antigeen B