Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H2 Natuurlandschappen par 1 en 2 (leerdoel 1 t/m 19)

Total questions: 30

Worksheet time: 17mins

Name
Class
Date
1.

Cultuurlandschap of natuurlandschap?

a)

Cultuurlandschap

b)

Natuurlandschap

2.

Hoe heet land nummer E?

a)

Peru

b)

Suriname

c)

Chili

d)

Colombia

3.

De breedteligging van een plaats op aarde heeft gevolgen voor:

a)

De stand van de zon

b)

De temperatuur

4.

Welke van de twee opties is juist?

a)

De aarde draait om de zon

b)

De zon draait om de aarde

5.

Als de zon het noordelijk halfrond meer beschijnt, is het zomer op het noordelijk halfrond

a)

Juist

b)

Onjuist

6.

Een plaats op hoge breedte

a)

is koud (lage temperatuur) en ligt in de poolstreken

b)

is warm (hoge temperatuur) en ligt in de tropen

7.

De zon staat loodrecht op de

a)

polen

b)

evenaar

8.

Poolstreken

a)

Schuine zonnestralen, dus de zon staat laag en er moet een groot oppervlak verwarmd worden door de zonnestralen

b)

Schuine zonnestralen, dus de zon staat laag en er moet een klein oppervlak verwarmd worden door de zonnestralen

c)

Loodrechte zonnestralen, dus de zon staat hoog en er moet een klein oppervlak verwarmd worden door de zonnestralen

d)

Loodrechte zonnestralen, dus de zon staat hoog en er moet een groot oppervlak verwarmd worden door de zonnestralen

9.

Tropen

a)

Schuine zonnestralen, dus de zon staat laag en er moet een groot oppervlak verwarmd worden door de zonnestralen

b)

Schuine zonnestralen, dus de zon staat laag en er moet een klein oppervlak verwarmd worden door de zonnestralen

c)

Loodrechte zonnestralen, dus de zon staat hoog en er moet een klein oppervlak verwarmd worden door de zonnestralen

d)

Loodrechte zonnestralen, dus de zon staat hoog en er moet een groot oppervlak verwarmd worden door de zonnestralen

10.

Bekijk de schaduwen en de hoek van de zonnestralen. Welk plaatje past bij een plek in de tropen?

a)

Plaatje 1

b)

Plaatje 2

c)

Plaatje 3

11.

Wat zijn tropische regenwouden?

a)

Warm en natte gebieden

b)

Warme en droge gebieden

c)

Koude en natte gebieden

d)

Koude en droge gebieden

12.

Wat zijn kenmerken van een tropisch regenwoud?

a)

warm en vochtig, lage biodiversiteit, egaal, altijd groen

b)

warm en vochtig, hoge biodiversiteit, etages, altijd groen

13.

Stijgingsregens ontstaan

a)

doordat warme lucht opstijgt door opwarming van de zon

b)

doordat warme lucht daalt door opwarming van de zon

14.

In de tropen valt heel veel neerslag

a)

omdat de zon de lucht heel erg opwarmt, en warme lucht stijgt op, gaat condenseren: zo ontstaat stijgingsregen

b)

omdat de zon de lucht heel erg opwarmt, en warme lucht daalt waardoor er veel stijgingsregen ontstaat

15.

Waarom is het droog in woestijnen?

a)

De lucht die wordt aangevoerd vanaf de evenaar stijgt daar. Stijgende lucht koelt af en daarom is het droog

b)

De lucht die wordt aangevoerd vanaf de evenaar daalt daar. Dalende lucht wordt warmer en wolken lossen op.

16.

Er worden veel bomen gekapt in tropische regenwouden (ontbossing). Wat is hiervan de grootste oorzaak?

a)

De oorspronkelijke bewoners (indianen) willen een groter leefgebied

b)

Mensen gaan hun eigen soja verbouwen

c)

Grond wordt opgekocht door grote landbouwbedrijven

17.

Wat is géén regel die past bij hoe neerslag ontstaat

a)

Warme lucht is licht dus stijgt op en koelt af

b)

Koude lucht kan minder waterdamp bevatten

c)

Koude lucht is zwaar dus daalt en warmt op

d)

Warme lucht kan minder waterdamp bevatten

18.

Het tropische regenwoud is belangrijk. Waarom? Meerdere antwoorden goed

a)

Leefgebied van de indianen

b)

In de planten zitten belangrijke bestandsdelen voor bijvoorbeeld medicijnen

c)

Hoge biodiversiteit

d)

Er wordt veel CO2 opgenomen door de bomen, wat goed is tegen klimaatverandering

19.

Duurzaam gebruik van bos betekent een stuk bos zo gebruiken dat toekomstige generaties het ook nog kunnen gebruiken. Wat is de meest voorkomende manier van duurzaam gebruik in de bosbouw?

a)

Ontbossen

b)

Herbebossen

c)

Biodiversiteit vergroten

d)

Eten uitdelen

20.

Extensieve veeteelt komt veel voor in steppes en woestijnen in Afrika

a)

Juist

b)

Onjuist

21.

Extensieve veeteelt betekent veel vee per hectare

a)

Juist

b)

Onjuist

22.

In het tropische regenwoud worden bossen gekapt voor plantages; in steppen is veel zelfvoorzienende landbouw. Juist of onjuist?

a)

Juist

b)

Onjuist

23.

De woestijn en de savanne behoren tot de droge gebieden.

a)

Juist

b)

Onjuist

24.

In de woestijn valt minder dan 250 mm neerslag per jaar; in de steppe tussen de 250 en 500 mm neerslag per jaar. In de steppe is meer begroeiing dan in de woestijn. Welk verband kunnen we leggen tussen begroeiing en neerslag?

a)

Hoe meer neerslag, hoe meer begroeiing

b)

Hoe minder neerslag, hoe meer begroeiing

c)

Hoe meer neerslag, hoe minder begroeiing

25.

Wat is de goede volgorde van 30 graden NB of ZB naar de evenaar?

a)

woestijn - steppe - savanne - tropisch regenwoud

b)

woestijn - savanne - steppe - tropisch regenwoud

c)

tropisch regenwoud - savanne - steppe - woestijn

d)

tropisch regenwoud - steppe - savanne - woestijn

26.

In welk gebied valt meer dan 2000 mm neerslag per jaar?

a)

Tropisch regenwoud

b)

Savanne

c)

Steppe

d)

Woestijn

27.

In dit gebied groeien vooral grassen en struiken. Het is er te droog voor bomen. Welk gebied gaat het over?

a)

Woestijn

b)

Steppe

c)

Savanne

d)

Tropisch regenwoud

28.

In dit klimaatdiagram kun je de volgende zaken zien: (2 antwoorden goed)

a)

In het blauw het aantal mm neerslag per maand; in het rood de temperatuur per maand

b)

In het rood het aantal mm neerslag per maand; in het blauw de temperatuur per maand

c)

In juli valt de meeste neerslag

d)

In augustus valt de meeste neerslag

29.

Tropische regenwouden groeien in de buurt van de evenaar, omdat de zonnestralen daar (a)   op de aarde vallen. De zonnestralen leggen een korte weg af door de dampkring en verwarmen een klein oppervlak. Het is er altijd boven de 18 graden Celsius. Daarom is liggen tropische regenwouden in de buurt van de evenaar.

30.

De steppe en woestijn horen bij de droge gebieden. Droge gebieden worden ook wel (a)   gebieden genoemd.